Geen wapens in huis

Het waarborgen van veiligheid is een taak van de overheid.

De zomervakantie van 2011 zullen we ons vooral herinneren door de verschrikkelijke gebeurtenissen in Noorwegen. Je verstand staat stil bij zoveel onschuldige jonge slachtoffers. En de ontzetting neemt toe als je alle verhalen leest over de beweegredenen van de dader. Hoe kan een samenleving zichzelf ooit beschermen tegen gekken als deze Breivik?

Het is duidelijk geworden dat we voor extremisme niet enkel in de richting van de islam hoeven kijken. Populistische partijen in andere Europese landen nemen haastig afstand van deze laffe daad en de connectie die Breivik met hun gedachtegoed legt. De harde taal in zijn richting van zowel de PVV als het Vlaams Blok is goed en terecht. Hopelijk leidt het ook tot een verdere bezinning op wat haatdragende woorden bij individuen teweeg kunnen brengen.

Met bewondering heb ik geluisterd naar de woorden van de Noorse premier Jens Stoltenberg: “Het enig juiste antwoord is meer democratie en tolerantie. Daar hoort ook de vrijheid bij om extreme opvattingen te hebben, maar dat mag niet gepaard gaan met geweld.” Er is geen verharding nodig, maar meer binding en betrokkenheid in de samenleving. Die boodschap geldt ook voor Nederland.

Tegelijk trok het Noorse kabinet ook meer geld uit voor de politie. Menskracht en materieel waren onvoldoende gebleken. Met als wrange voorbeelden de politiehelikopter die niet kon vliegen en de reserve-helikopter die was wegbezuinigd. En dat terwijl het waarborgen van veiligheid in de samenleving een kerntaak van de overheid is.

Toch kunnen door meer politie of een luchtwaardige helikopter daden van nietsontziende types als Breivik helaas niet worden voorkomen. Een politiestaat is niet de oplossing. Maar de overheid kan wel iets anders doen: burgers verbieden om thuis wapens te bewaren.


In Nederland gingen er na de schietpartij in Alphen aan den Rijn ook stemmen op in die richting, maar intussen gaat de discussie vooral over de controle op wapenvergunningen en het uitfilteren van mogelijk gevaarlijke personen. Wat mij betreft gaan we een stap verder en moeten in dit geval de goeden maar onder de slechten lijden.

Op de website van een schietvereniging zag ik dat wie de juiste vergunningen bezit vijf wapens thuis mag hebben, uiteraard achter slot en grendel. Maar waarom mag dat eigenlijk? Het is toch van de zotte dat hobbyschutters hun wapens thuis mogen bewaren, terwijl de beveiligers van onze premier na een lange dienst eerst naar kantoor moeten om hun wapen in te leveren voor ze naar huis kunnen?

Voorstanders van het bezit van wapens in huis wijzen vaak op de eigen bescherming, een argument dat je ook in landen als de Verenigde Staten veel hoort. In februari verscheen een interessant artikel van Harvardprofessor David Hemenway, Risks and Benefits of a Gun in the Home, waarin hij diverse onderzoeken over wapenbezit tegen het licht houdt. Zijn bevindingen zijn overduidelijk: huizen met wapens zijn niet veiliger dan huizen zonder. Sterker nog: huizen met vrouwen en kinderen worden juist onveiliger door de aanwezigheid van een wapen.

Hemenway wijst er in zijn stuk op dat mannen meestal buitenshuis worden doodgeschoten, maar dat ‘de meeste kinderen, ouderen en vrouwen thuis worden vermoord’. Ook de kans op zelfmoord neemt toe als er een vuurwapen binnen handbereik is.

Het argument dat een wapen in huis nodig is ter bescherming, veegt Hemenway van tafel. De meeste diefstallen vinden immers plaats als mensen niet thuis zijn. En gewelddadige vreemden dringen zelden een huis binnen. Als er al sprake is van geweld in huis, dan gaat het vaak om een conflict met familieleden of kennissen.


Wijze woorden uit een land waar wapenbezit nog veel meer als een recht wordt gezien dan in Europa.

De conclusie lijkt me helder: geen wapens in huis!