Rimpelkontjes

De cougar-rage is nooit mijn ding geweest. Ik vind ze geweldig hoor, de Vivienne Westwoods van deze wereld die het op hun zeventigste fris en fruitig houden met een man van een kwart eeuw jonger. En daarbij zonder een greintje in te boeten aan zelfvertrouwen Pamela Anderson als beste vriendin hebben.

Ikzelf ben nooit verder gegaan dan drie jaar verschil (ik was 22, hij 19). En god, dat vond ik op die leeftijd al dodelijk vermoeiend.

Ik heb altijd heel antimodieus een zwak gehad voor oudere mannen uit gegoede kringen. Die konden voor je zorgen. Toen ik zes was, wilde ik met Sean Connery trouwen. Als tiener viel ik heimelijk voor de rector van mijn school. En enkele jaren terug begon ik uit te gaan met bemiddelde, blauwogige (dat was toeval) midveertigers tot eindvijftigers die hun haar nog hadden (dat niet). De zoenen waren niet anders dan die van mijn leeftijdgenoten. Maar de auto’s waren sneller (Land Rovers, Maserati’s). De gesprekken wijzer (scheidingen en kinderen louteren). De huizen mooier (in lommerrijke Randstedelijke dan wel Gooise omgevingen). De wijnen beter (Montrachet). De afspraakjes exotischer (voor date nummer één werd ik eens meegevraagd naar een kunstbeurs in China). De hofmakerij ruimhartiger (eentje haalde me wekenlang thuis op en reed me naar m’n werk, mét croissantje en cappuccino). De toekomstvisies doortastender (bij afspraakje twee kwam vaak het huwelijk al ter sprake). Er is dat melancholisch-romantische, door overvloedig lezen van Gerard Reve. Ze betalen de rekening. En alles eigenlijk. Van Chanel-lipsticks, tot schoeisel van driehonderd euro per hak. Je bent altijd het jonge blaadje, ook al heb je kraaienpootjes.

Mijn omgeving, merkte ik, was minder enthousiast. Mijn vriendinnen gilden ‘gááádverrrr’ bij elke grijzende Romeo. En toen ik verkondigde een van mijn belegen flirts nu eens echt een kans te geven, huilde mijn moeder – gaf ze later toe – stilletjes in bed. Ik begreep er niks van. “Liefde hangt toch niet aan jaren?” riep ik verontwaardigd.


De alledaagse werkelijkheid van verkeren met geslaagde mannen op leeftijd ervoer ik tijdens een lang weekend Milaan. Dinerdictatuur (“Ik neem de tonijn, jij de zeewolf en die moet je laten grillen”) wordt hinderlijk op dagelijkse basis. Ook dure babyboomeronderbroeken zijn weinig opwindend. En toen meneer begon over middagdutjes, overviel mij – alle luxe en zorg ten spijt – hetzelfde gevoel als Samantha die in Sex and the City het verzakte rimpelkontje van haar bejaarde miljardair-geliefde zag: ik was genezen. Sindsdien ga ik maar voor samen oud worden, en dan samen dutjes doen. Dus zit ik achter op de fiets bij begin-dertigers, krijg ik bioscoopbonnen van ze voor mijn verjaardag, en drink ik slobberwijn met ze op het terras.

Was ik maar een golddigger.

Jojanneke van den Berge