Buizen doorblazen

‘Toe nou, laat me binnen. Ik zal het niet meer doen, nooit meer doen. Laat me binnen. Ik wilde je niet slaan. Het gebeurde. Ik zal je nooit meer slaan. Laat me binnen, toe, toe:”

Een tijdlang woonde ik tegenover een appartementenblok voor werkende jongeren. Dat bleken meestal jonggehuwden die van elkaar af wilden. Elk seizoen kondigde zich aan door een stel verse overburen die het volgende hoofdstuk in hun leven bevestigd wilden zien door de Ikea-rekwisieten van het moment. Nog voor de bomen botten of de bladeren vielen, lagen de meubels weer als ingestorte kaartenhuisjes van spaanplaat op de stoep. Toch terug naar manlief, toch weer een kloek gevonden die hen in huis wou nemen.

Maar niet voor ze even van de herwonnen vrijheid hadden genoten. Die tijdelijke liefdes bleken vaak al even deugdelijk als hun pas aangeschafte meubels. Niet zelden werden ze ’s nachts aan de deur gezet. Waarop de overburen werden vergast op smeekbeden of dreigkanon-nades die door de huistelefoon werden geperst; het gejank van stadsdieren. Mijn buren zetten de ramen dan wijd open om te genieten van het straattoneel. Ooit nodigden ze me zelfs uit om ons samen te verkneukelen. Ik sloeg af.

Een opvliegende vader zorgt ervoor dat je ruzies, zelfs die van anderen, voorgoed wil vermijden. Als je dan het geluk hebt iemand te treffen die ook op haar tenen heeft leren lopen, dan kun je jaren doorbrengen zonder ruzie. Nummer een (drie jaar samen) had alcoholistische ouders die elkaar het huis uit ranselden; discussies vermeed ze door weg te lopen. Nummer twee (zes jaar samen) had tijdens het opgroeien genoeg gezeik tussen haar vreemdgaande ouders meegemaakt. Met haar heb ik drie keer woorden gehad. De laatste was nauwelijks een ruzie te noemen. Ze kwam thuis van een lang buitenlandverblijf, begon te huilen, we trokken onze conclusies. En nee, er was voor de rest niks mis met de doorbloeding van onze temperamenten.


Je hebt mensen die ruzie zien als een emotioneel purgeermiddel. Even de buizen doorblazen, dan hoopt er zich niks op. En na het verbale klysma nog een potje goedmaakseks en dan weer vrolijk verderleven. Heerlijk om dat eelt op je ziel weer even te schampen.

Werkelijk? Tenzij iemand wordt getergd, is ruzie niet anders dan een wederzijds gebrek aan zelfbeheersing. Er is geen verschil tussen de puber die zomaar een fiets in de gracht gooit en iemand afsnauwen. Begrijpelijk, menselijk, maar evengoed verwerpelijk.

De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold vindt dat een mens ‘moet afdalen in de put en van iemand houden.’ Dat betekent vies worden en niet erover klagen. Wie niet bereid is om zijn bek te houden, verliest het recht van spreken.

Thomas Blondeau