Amsterdam 2028

Iedere week een artikel in zijn geheel op de site. Deze week de column van Frank Heinen.

Het was leuk op de Spelen van 2004, dus laten we ze zelf organiseren!
Was het maar vast de zomer van 2028. Tegen die tijd organiseren we de Olympische Zomerspelen. Gewoon hier, in Amsterdam of Rotterdam. Waarschijnlijk Amsterdam, want voor de stad Rotterdam is vooral ‘veel waardering als stad’.
Het plan voor een Olympic Bid dateert van 2004. “Na succesvolle deelname van Nederland aan de Olympische en Paralympische Spelen in Sydney en Athene ontstond bij het NOC*NSF het idee om in 2028 de Spelen naar Nederland te halen.” Ik vind dat ontroerend, dat Hollands enthousiasme, dat doorpakken. Ergens komen, het naar je zin hebben en meteen de boel willen overnemen. Lekker zelf organiseren.
Het doet me denken aan het tv-programma Ik vertrek: een Nederlands echtpaar (Ruud en Monique bijvoorbeeld) heeft ooit één keer een heerlijke vakantie in een B&B in Umbrië of de Provence gehad, slaapt er nog een nachtje over en besluit dan ook een chambre d’hôtes of iets anders vreselijks te beginnen. Alles in de verhuiswagen, huilende kinderen achterin, een laatste blik over de schouder, en weg zijn ze.
Bij het NOC*NSF deden ze er wat langer over, maar een Olympische Spelen is geen pensionnetje in het Schwarzwald. Je kunt wel zeggen: dat lijkt ons leuk, zo’n Olympische Spelen, laten wij het over vier jaar doen, maar zo werkt het niet. Daar komt meer bij kijken dan je denkt.
De eerste verkenning, van een speciaal daartoe opgerichte werkgroep, leverde eind 2005 de voorlopige conclusie op dat ‘Nederland op papier voor de organisatie zou kunnen gaan’. Daar zijn werkgroepen voor, om de zaken eerst eens op papier goed door te lichten: draagvlak inschatten, begrotinkje maken, er misschien eens een expertmeetinkje tegenaan gooien, van die dingen.
In april 2006 volgde een rapport met als eindconclusie dat het ‘sportief, economisch en maatschappelijk zeer de moeite waard is de mogelijkheden van de organisatie van de Spelen nader te onderzoeken’. Wisten ze bij het NOC*NSF allang, maar als een werkgroep dat nog eens bevestigt in een heus rapport, dan kom je ergens.
Het Olympisch Plan 2028 werd vervolgens opgedeeld in vier fases, ieder met zijn eigen tussen- en eindrapport. Je kunt veel van het NOC zeggen, maar met het schrijven van rapporten zijn ze niet kinderachtig.
Inmiddels hebben het kabinet én de vier grote steden zich achter het plan geschaard. In Ik Vertrek is dit het moment dat de ouders van Ruud en Monique zich financieel garant stellen voor de hele onderneming, omdat ze het initiatief zo waarderen en omdat het toch je kinderen zijn.
Afgelopen vrijdag was er een bijeenkomst over het Olympic Bid, geleid door Humberto Tan – ook iemand die je nog weleens een nudistencamping in Slowakije ziet openen.
In de studio van Voetbal International zat Humberto met een aantal hotemetoten over de Spelen te filosoferen. De directeur van de NS was er ook, die had er al zin in, hij verwachtte een enorme Olympische boost. Er was ook al een unique sellingpoint bedacht: hoe om te gaan met drinkwater. Nederland had tenslotte een lange traditie met ‘water en watermanagement en dat soort dingen’. Er werd gedacht aan Pieter van den Hoogenband als ambassadeur, ook iemand met een traditie met water.
Maar, dat moesten we wel bedenken: het ging vooral om inspiratie en stimulatie en maatschappelijk draagvlak en vliegwielfuncties. Het deed me denken aan de gesprekken aan de keukentafel in Santa Margherita al Mare, of in Sankt Anton: het huis in Nederland is nog niet verkocht, de aannemer belt niet terug, het zwembad is lek en de eerste gasten kunnen ieder moment arriveren.
Humberto wilde weten wat dat eigenlijk kost, zo’n Olympische Spelen. IOC-erelid Hein Verbruggen was duidelijk: “De Spelen kosten geen geld.”
Hoeveel was ‘geen geld’ precies?
Dat wist Verbruggen niet. Maar als we goed handel dreven, niet zo veel, dacht-ie.
Je hóórde bijna Ruud tegen Monique zuchten: “Als we vanaf morgen de rest van het seizoen vol zitten, dan redden we ’t net.”
Dat komt wel goed. Met Ruud en Monique, en met die Spelen. Nog maar zeventien jaar te gaan. •

frank heinen