Alles gaat fout

Oorlog, twee vrienden en één vrouw, een koffer met geld. De nieuwe Siebelink bevat de ingrediënten voor een prima roman. Zou je zeggen. Credit auteur>door dries muus

Hoe zat het ook alweer? Je had het id, het ego en het superego – respectievelijk de onbewuste driften, het redelijke deel van de psyche en het controlerende deel, zeg maar de innerlijke ouders. Zoiets. Je hoeft geen hardcore freudiaan te zijn om tijdens het lezen van Oscar regelmatig te denken aan het abc van de psychoanalyse: een van de drie hoofdpersonen in Jan Siebelinks korte roman heet Id. Heel subtiel. Siebelink had hem net zo goed meteen ‘Het Onbewuste’ kunnen noemen. Het zou kunnen dat de schrijver er geen bedoeling mee had. Maar dan nog is het hinderlijk, er zitten te veel associaties aan die naam vast. Als Siebelink er niks mee bedoelde, had hij zich bewust moeten zijn van die associaties, die je van het verhaal afleiden. Als hij er wel wat mee bedoelde, wat waarschijnlijker lijkt, had hij toch een iets elegantere methode kunnen kiezen om zijn lezers aan het denken te zetten. Met andere woorden: wat een waardeloze naam. Maar goed. Id Bodien en Oscar van Kervel geven Engels op dezelfde middelbare school in Den Haag. Oscar is een passieve, angstige loner, Id een charismatische, sterke persoonlijkheid. Id haalt Oscar uit zijn isolement, geeft hem zelfvertrouwen. Ze komen bij elkaar thuis, groeien steeds meer naar elkaar toe, eigenlijk stelt Oscar niks voor zonder Id. Dan worden ze verliefd op dezelfde vrouw. Esmée. Esmée begint iets met Oscar, maar die is te slap om zijn suffe huwelijk te beëindigen. Dus kiest ze voor Id. Een paar maanden later breekt de Tweede Wereldoorlog uit, Oscar en Id worden op een missie gestuurd, een koffer met geld moet naar Londen. Met de auto gaan de vrienden naar Duinkerken. Daar gaat alles fout.

Oscar begint na de oorlog, de titelheld is inmiddels een hooggeplaatste militair. Op verzoek van Esmée rijdt hij met haar naar Duinkerken, via dezelfde route die hij met Id aflegde, zo’n vijf jaar eerder. Samen herbeleven ze Ids laatste dagen. Siebelink blijft de hele roman lang schakelen tussen voor, na, en tijdens de oorlog. Je leest afwisselend wat er is gebeurd tijdens de missie, waarom dat is gebeurd, en welke gevolgen dat heeft in het heden – beter gezegd, wat de gevolgen zijn voor de band tussen Esmée en Oscar. Fijne, simpele ingrediënten: oorlog, twee vrienden en één vrouw, een koffer met geld. Altijd goed, zou je zeggen. En met Siebelinks aanpak is weinig mis. In elke verhaallijn houdt hij genoeg vragen open, en hij bouwt de transformatie van zijn hoofdpersonen goed op. Oscar blijkt te gedijen bij oorlog – zijn houding doet denken aan wat Arnon Grunberg in het NRC Handelsblad een keer zei over Beck, hoofdrolspeler in De asielzoeker: “Voor Beck is het altijd oorlog, dus als het buiten echt even oorlog is, werkt dat geruststellend voor hem. Even is het buiten zijn hoofd precies hetzelfde als binnenin.” De anders zo zelfverzekerde Id, daarentegen, is in oorlogssituaties een nerveus wrak. Het probleem met Oscar zit ‘m in de invulling van de grote lijnen. Dat wil zeggen, in Siebelinks stijl, die te vaak gemakzuchtig en onhandig aandoet. Je krijgt het gevoel dat je een veelbelovende synopsis van een roman aan het lezen bent, in plaats van de roman zelf.


Vooral de beschrijvingen van grote gevoelens en beladen situaties zijn weinig overtuigend. Een paar voorbeelden. Als Oscar zich in Esmée probeert te verplaatsen: “Heeft zij sterke vermoedens omtrent het afschuwelijke dat in Duinkerken gebeurd is, of gaat het slechts om de zekerheid van een intuïtief weten?” Als Oscar en Esmée voor het eerst zoenen: “Hij wilde denken: ik ben in de war. Wat een vreemde gedachtevlucht!” En hier, als Esmée genoeg heeft van Oscars getalm, schoot ik in de lach: “Oscar, ik ben een stralende, jonge vrouw.” Alleen jammer dat het nogal een dramatisch moment was. Of had moeten zijn. Maar de onnatuurlijkheid – ze praten als in een stijf hoorspel – heeft iets onbedoeld komisch. Het zijn beschrijvingen die hoogstens in een haastige eerste versie thuishoren, waarbij de schrijver, of zijn redacteur, in de kantlijn aantekeningen maakt als: ‘uitwerken’ of ‘dit moet beeldender’. Maar Oscar staat er vol mee. Raar, dat verwacht je niet bij zo’n ervaren en vaak zo trefzekere schrijver als Siebelink. De rustig opgebouwde aankondiging van het drama doet, met een beetje goede wil, denken aan zijn meesterwerk Knielen op een bed violen, en af en toe is er een zin die een paar van de miskleunen compenseert, zoals deze: “Hij was nog niet buiten of hij geloofde dat ze koelheid geveinsd had, dat zij op het punt had gestaan in zijn armen te vallen om al zijn verbeelde kussen met echte te beantwoorden.” Maar zo’n sterke zin is helaas een uitzondering. De mindere stukken niet. Een frustrerende leeservaring al met al, vooral omdat je de hele tijd voelt: hier had zoveel meer in gezeten.


Jan Siebelink: Oscar. De Bezige Bij. €17,90. Ook via ako.nl.