Grande parade op het plein

Wie zou het verschijnsel ‘plein’ hebben uitgevonden? Ooit is ergens het eerste plein uit de geschiedenis aangelegd, en iemand zal daarover hebben nagedacht. Waarschijnlijk moest het grandeur verlenen aan een belangrijk gebouw, bijvoorbeeld een tempel, of de residentie van een leider. Zo’n gebouw kwam pas tot zijn recht als het van tachtig meter afstand bekeken kon worden bekeken, het nam geen genoegen met een geveltuintje.

Toen die lege vlakte er eenmaal lag, stel ik me voor, stroomde het vol mensen die iets met of van elkaar wilden. Een boer verkocht er spek en eieren, een stoffenhandelaar lapjes, een smid messen en bijlen. Op het tempelplein werden zegens afgesmeekt van dove goden en vóór het paleis zongen de drommen de lof van hun heerser of inspecteerde die heerser zijn ruiterregiment. Zo werden de eerste pleinen geboren, en wegens aanhoudend succes namen alle steden en stadjes en zelfs dorpen het idee over.

Ik kom op het onderwerp doordat ik vanmiddag over een aantrekkelijk plein liep en zoals altijd even stilhield om de typische dynamiek van zo’n plek in me op te nemen. Onder de overdekte entree van een winkelgalerij, daar waar de akoestiek voor een goede galm zorgde, pakte een Balkanees een koperkleurige saxofoon uit een kist en zette een vette jazzriedel in. Een jongen in uitbundige kleuren en al even enthousiaste lange lokken liep hand in hand met een heel flets meisje, wat allerlei vragen opriep. Een prediker prees een akelig geloof aan. Er schuifelde ook een replica van de Vieze Man rond, die passanten toesiste of hij een vraagje mocht stellen en bij iedereen bot ving. Midden op het plein stond een man ijverig gesticulerend tegen zichzelf te praten. Toen schreed er een spannende dame voorbij met fijne benen die in knalrood gelakte laarsjes staken, en heel het pleinvolk moest even zuchten, mannen vooral, maar vrouwen ook.

Spannende vrouwen horen bij mooie pleinen, net als freaks, straatmuzikanten, bedelaars, skaters, rollatorsenioren, giechelmeisjes, Janmodalen, revolutionairen, feestvierders en dagdromers. Een goed functionerend plein biedt dag in dag uit een grande parade van mooie, lelijke, grijze, prille, sjieke, povere, rare, muizige, lachende, sjagrijnige, jonglerende, huppelende en gerolstoelde figuranten.

Je gaat op een bank zitten en kijkt naar de show. Dan sta je weer op en ben je zelf figurant. Al honderden keren gedaan en nog steeds intrigerend.