Het is niet altijd fijn om dertiger te zijn

dertigers: hollen of stilstaan (foto anp)

De puberteit en midlifecrisis krijgen gezelschap van een nieuwe moeilijke periode in de levensloop van een mens: het dertigersdilemma. Als je alles kunt kiezen, wat is dan goed?

Hoogopgeleide dertigers zijn opgevoed zonder religie of ideologie, maar wel met het idee alles uit het leven te moeten halen wat er inzit. En dan komen ze in de problemen. Er zit  namelijk heel veel in het leven. Op wereldreis, een school bouwen in Afrika, kinderen  krijgen, verschillende banen, een scala aan partners, boeken die je gelezen móet hebben,
een cursus Spaans, pianolessen, het concert van Adèle en natuurlijk het onderhouden van tientallen vriendschappen. Als twintiger doe je gewoon alles wat op je af komt. Dat wordt van je verwacht – door je ouders, door vrienden en door familie – dus dat is makkelijk. Bijkomend voordeel: je bent zo druk dat je geen tijd hebt om na te denken over waar je eigenlijk mee bezig bent. Zo flierefluit de twintiger doelloos, maar op alle vlakken zeer actief door het leven. Ik ook.

Maar nu komt het volgende decennium in zicht. En met de dertig begint het dolen. Mijn generatiegenoten en ik stellen ons heel wat vragen. Heb ik het leven dat ik wilde? Wat is mijn doel eigenlijk? Past deze baan wel bij mij? Heb ik wel de juiste studie gedaan? Wil ik met deze partner kinderen en is het daar niet eens tijd voor? Maar ik ging toch ook nog een wereldreis maken? Volgens het boekje heb ik alles, maar ben ik wel gelukkig?

Stel je voor dat je wat misloopt
Op latere generaties komen deze vragen over als verwend gedrag. Maar driekwart van de hoogopgeleiden herkent ze, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dit zijn mensen die alles kunnen hebben wat hun hartje begeert, maar klagen over de hoeveelheid keuzes. En vooral over hoe ze die níet maken. Dat kunnen ze niet en wíllen ze ook niet, want stel je voor dat je de verkeerde keuze maakt en iets misloopt. Daarom is alles tegelijk doen de enige oplossing, en heeft onze generatie zo veel haast.

Toegegeven: het zijn allemaal luxeproblemen. Toch zijn deze dertigersperikelen hard op  weg naar een plaatsje tussen de puberteit en de midlifecrisis. Het is niet meer taboe om een ‘dolende dertiger’ te zijn. We durven ervoor uit te komen. Dat is fijn, maar net zomin als we de puberteit over kunnen slaan en de midlifecrisis voorkomen, lukt het de vraagstukken van dertigers op te lossen. Of wel?

Met haar boek Het dertigersdilemma (2008) zette Nienke Wijnants (1974) het fenomeen
stevig op de kaart. Als jonge loopbaanadviseur en bijna-dertiger ontdekte zij specifieke
behoeftes bij haar hoogopgeleide cliënten tussen de 25 en 35 jaar. Ze worstelden allemaal met dezelfde vragen en twijfels. Wijnants: “Mijn bazen vonden het vreemd, maar ik dacht  een patroon te herkennen, dus ik ben op onderzoek uitgegaan.” Dat werd een  promotieonderzoek (vandaar eerdergenoemde cijfers) en zo kwam ze op het idee om haar
doelgroep te bedienen met een boek. Het werd een groot succes: Wijnants krijgt nog steeds e-mails van dertigers voor wie haar boek een feest van herkenning is. Opvallend zijn ook de mails afkomstig van vijftigers en zestigers die haar boek een eyeopener vinden. Dat zijn managers of ouders van dertigers die het in hun ogen verwende gedrag opeens kunnen plaatsen.

We stellen zelf onze levensloop samen
Ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma (1958) van de Rijksuniversiteit Groningen is intussen tegen wil en dank ook specialist op het gebied van dertigers. Hij vindt het lastig om er iets steekhoudends over te zeggen. Gedegen onderzoek is er weinig, vindt hij (Wijnants maakte haar promotieonderzoek niet af ) en het fenomeen kent zo veel aspecten dat iedereen zich wel ergens in herkent. “Het is net als met de midlifecrisis: op het moment dat er serieus onderzoek naar zo’n verschijnsel komt, is het alweer op zijn retour,” merkt Breeuwsma op. Hij plaatst het daarom liever in een breder kader: “Veertig jaar geleden had je de standaardlevensloop, dat was een redelijk vast traject. Opleiding, baan, relatie, kinderen, klaar. Dat is voorbij. We leven nu in de keuzebiografie: je stelt zelf je eigen levensloop samen.”

Dat geldt vooral voor de woon- en werksituatie, kinderen en ook partnerkeuze. Breeuwsma: “Als je vroeger je vriendje mee naar huis nam, betekende dat een serieuze relatie. Nu moedigen ouders hun kinderen aan om toch vooral nog even om zich heen te kijken, zich juist niet meteen te binden. Oftewel: om het kiezen uit te stellen.”

De keuzebiografie, een term uit de psychologie, maakt dat je zelf verantwoordelijk bent voor je eigen geluk. Voor het optimaliseren van je eigen levensloop eigenlijk. “Het aantal banen dat jongeren tussen hun twintigste en hun dertigste hebben is tegenwoordig  enorm,” vindt Breeuwsma. “Soms hebben ze wel twintig verschillende functies, vaak ook onder hun niveau: ze beschouwen dat niet als serieuze banen.”

Zelfontplooiing is het sleutelwoord en het individu staat voortdurend in de schijnwerpers.
Als we er zo over schrijven, wordt het bijna gênant; wat een zelfoverschatting om zo veel waarde te hechten aan een enkel individueel leventje. Daarvoor betalen we een prijs: we leven met een gevoel van onvrede, en met voortdurend knagende dilemma’s. Nienke Wijnants rangschikt deze in haar boek in zeven schalen. Sociale druk is daar één van. Wijnants: “Wij denken dat al onze generatiegenoten met twee vingers in de neus op alle vlakken scoren, en vinden daarom dat we hetzelfde moeten kunnen. Zo niet, dan zien we dat als persoonlijk falen. Kijk naar de hallelujahverhalen op Facebook – daar lees je toch nooit twijfels en dips?”

Vijftien doelen
Wijnants is ook slachtoffer van de overvloed aan ideaalplaatjes. Ze had een leuke baan, begon haar promotieonderzoek in 2006, publiceerde een boek, kreeg haar eerste kind en verruilde in 2008 – hoogzwanger van een tweede – Nederland voor de Verenigde Staten. “Maar daarvoor moest ik wel mijn promotie in de koelkast zetten en mijn baan opzeggen,” nuanceert ze. “De eerste zes maanden na de geboorte van de tweede was ik alleen maar bezig met de baby. Toen deed ik ook niet alles tegelijk. Als we daarover eerlijk tegen elkaar zijn, wordt de sociale druk al een stuk minder.”

Ook tijdsdruk staat hoog op het lijstje van oorzaken voor de haast. Wijnants: “Als ik als loopbaanadviseur met een dertiger doelen doornam, kwam daar vaak een lijstje van vijftien doelen uit. Op zich geen probleem, maar als we dat dan op een tijdsbalk gingen invullen van dertig tot tachtig jaar, bleek dat zo iemand alles binnen nu en vijf jaar wilde bereiken.
Vijftien joekels van doelen zoals zelfstandig ondernemerschap, kinderen, een huis kopen en een wereldreis maken. En dat allemaal in vijf jaar! Die dertigers zagen met het uittekenen van die tijdsbalk pas de druk die ze op zichzelf legden.”

Goed, dat klinkt allemaal heel herkenbaar en aannemelijk, maar nu we de vinger op de zere plek hebben gelegd, willen we oplossingen zien. Zo zijn dertigers dan ook wel weer. Doel- en oplossingsgericht. En daar ligt volgens Wijnants een deel van het probleem: dit is niet zomaar even op te lossen. Ze heeft een structuur ontdekt in de issues van deze levensfase, en ze is bezig dit uit te werken in een volgend boek. “Uit mijn onderzoek bleek een sterk verband tussen zingevingsvragen en alle overige aspecten van het dertigersdilemma,” legt Wijnants uit. “Hoe meer mensen last hebben van vragen als  ‘waarom ben ik op aarde?’ en ‘wat is de zin van het leven?’, hoe meer ze ook last hebben van dilemma’s op de andere gebieden. Ze weten namelijk niet wie ze zijn. Dan kun je ook geen keuzes maken op praktisch niveau.”

Mumbo-jumbo
Dus we weten niet wie we zijn? Bij de nuchtere lezer gaan nu vast de alarmbellen rinkelen. We kennen de coachpraatjes vol gebakken lucht en de boekenkasten vol zelfhulp-mumbo jumbo namelijk wel en zitten niet te wachten op wierookstokjes en geitenwollensokken. Maar dat is ook niet wat Wijnants bedoelt: “De generatie van onze ouders loste  levensvragen nog op met behulp van religie. Sindsdien is de rol van spiritualiteit steeds verder afgenomen. Onze generatie heeft daarom alles geleerd, behalve nadenken over het eigen leven. Door de fase waarin we verkeren, borrelen allerlei vragen op, maar die drukken we weg. Terwijl we ze eigenlijk een niveau hoger moeten beantwoorden.”

We laten alles dus maar op ons af komen en denken te weinig na over waar we mee bezig zijn. Dat herken ik: hoe vaak ik op de vraag hoe het met iemand gaat wel niet als antwoord krijg: “Druk, druk, druk. En móe! Maar goed hoor!”

We blijven hollen zodat we niet hóeven nadenken. In het enige vrije uurtje per week dat we hebben, zetten we liever op Facebook hoe druk we zijn met ons fantastische leven dan dat we op de bank gaan zitten om na te denken over waar we mee bezig zijn. Er is weinig ruimte voor zingeving en we weten eigenlijk ook niet zo goed waar we die moeten zoeken. Veelgehoord onder dolende dertigers is namelijk ook: “Wat zou het toch makkelijk zijn als ik gelovig was of een ideologie had. Dan had ik in elk geval een richtlijn om te volgen.”

Geertje Couwenbergh (1983) heeft zo’n richtlijn gevonden. Wijs worden, dat is haar doel. Ze is dan co-auteur van 10WYS – De wijsheidsrevolutie. Kern van het boek: we kunnen wel heel veel kennis verzamelen en denken dat dat ons gelukkig maakt, maar het gaat erom dat we leren omgaan met die kennis. Couwenbergh: “We zijn opgegroeid in de jaren negentig. De jaren van the sky is the limit. Alles kon, alles mocht. Geen juk van religie of wat dan ook. Daarna kwam de kater. Niets bleek wat het was.”

Dat ligt ook een beetje in de levensfase besloten: dat desillusionerende van de overgang van jeugd naar  volwassenheid. Waarom hebben de huidige dertigers daar beduidend meer last van dan de vorige generatie? “Juist omdat wij echt alles over de hele wereld kunnen volgen via internet,” meent de schrijfster, “komt het dubbel zo hard aan.”

We zijn te goed geïnformeerd
Ze noemt het voorbeeld van de aanslagen van 11/9 en de effecten daarvan over de hele wereld. Couwenbergh: “Beurskoersen die daalden als een gek, rellen in een wijk in Gouda, je eigen umheimische gevoel…dan besef je dat alles met elkaar samenhangt en dat je niet zomaar over de ruggen van anderen dingen kunt doen.”

Dat de haastgeneratie zo goed geïnformeerd is, is natuurlijk fantastisch, maar tegelijkertijd ligt die informatie als een last op onze schouders. We kunnen er namelijk niks mee. Couwenbergh: “De straat op gaan om te protesteren tegen kernenergie, zoals in de jaren tachtig, dat doen wij niet. En waarom? Omdat we ons ervan bewust zijn dat we ook meteen met een alternatief moeten komen. Juist omdat we zo goed geïnformeerd zijn.”

Kennis werkt verlammend. We kennen alle details van de tsunami-puinhopen in Japan en voelen ons schuldig als we dan klagen over onze dertigersdilemma’s. Couwenbergh: “De keuzeverlamming moeten we opheffen door vriendelijker te worden voor onszelf en anderen.” Je realiseren dat de westerse geluksformule niet werkt, is volgens haar en teken van wijsheid. We zijn namelijk geobsedeerd door onszelf, door onze plannen en onze versie van de realiteit. Dat maakt ons niet bepaald gelukkig.

Je geluk hangt niet af van hard werken
Couwenbergh vindt steun in het boeddhisme. Dat biedt zelfs heel praktische handvatten: “Hard werken bijvoorbeeld, daar is helemaal niks mis mee. Het is zelfs hartstikke goed.  Maar je moet niet denken dat je geluk ervan afhangt.” Ze trekt de vergelijking met iets simpels als tandenpoetsen: “Je doet het omdat het belangrijk is, niet omdat je verwacht dat het je fundamenteel gelukkig maakt, toch? Als het om tandenpoetsen gaat, zijn we
daar heel realistisch over, maar als het op relaties, werk of uiterlijk aankomt, laten we ons geluk daar hardnekkig van afhangen.”

We moeten dus op zoek naar écht geluk. Elke dertiger kent het gevoel dat je terugkomt  van een lange reis, uit het vliegtuig stapt en denkt: ik ga het helemaal anders doen. Je neemt je voor niet meer in de mallemolen te stappen: sociale druk, tabee! Maar elke dertiger die dat gevoel heeft gehad, weet ook dat het lijstje met goede voornemens na een maand nog steeds onafgevinkt aan het prikbord hangt en het Facebook-profiel gewoon weer verfraaid wordt met de status ‘druk-druk-druk’.

We blijven gewoontedieren, dat wel, maar we denken nu wel na over die dingen. “Daarom is de dertigerscrisis goed nieuws,” meldt Couwenbergh enthousiast. “Je bent op zoek naar de juiste dingen, alleen zoek je ze op de verkeerde plek. De crisis die Neeltje in het begin beschrijft bijvoorbeeld; dat zijn haar eerste stappen op weg naar wijsheid.”

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd op 27 mei 2011.


Reacties zijn gesloten.