Na de huldiging resten slechts oranje snippers

De Nederlandse Olympische ploeg werd gistermiddag gehuldigd in een stad die een voetbalstadion bezit dat sinds kort door het leven gaat als het Brainwash Stadion.

Het had iets ontroerends en iets verdrietigs tegelijk, die huldiging op zomaar een plein in zomaar een stad.

Iedere stad in Nederland heeft zo’n paar honderd vierkante meter onbegrijpelijke lelijkheid in de buurt van zijn station. Het zijn geen plekken die je hart doen overslaan alsof een badmeester de golfslag heeft aangezet. Nee, dat niet. Keurig betegelde staaltjes van effectief ruimtebeheer zijn het, die pleinen bij stations, bespikkeld met een confetti van vertrapte peuken, ouwe kauwgum en uit onhandelbare puntzakken friet ontglipte kledders mayonaise. Vaak staan de taxichauffeurs links, driftig aan hun sigaretten zuigend en elkaar overtuigend van het feit dat ‘het nog een beetje op gang moet komen’. Buschauffeurs hebben er ook hun hoofdkwartier; zij zijn vooral te herkennen aan de vrees aanjagende zelfverzekerdheid waarmee ze zich over het stationsplein bewegen. Rechts van de uitgang troepen vaak de reizigers samen, zij die nog nooit eerder op dit station zijn geweest en zich vergapen aan alle gelijkenissen met stations waar ze wél al eens geweest zijn.

Het waait er ook altijd, op stationspleinen. Op de wind zweeft de belofte van nabije gezelligheid, van een knus centrum vlak om de hoek. Die belofte wordt zelden ingelost, of anders met reusachtige vertraging.

Op zo’n soort plein – had ik al de frituurlucht genoemd, die zich als een virus in je kleren en in je neus nestelt, om vervolgens in je hoofd een dringende behoefte aan iets gefrituurds te zaaien? – werden de ‘helden en heldinnen’ (Bossche burgemeester Rombouts) onthaald. Ik vind dat mooi. Nederland huldigt zijn helden met de C&A en Friet van Piet op loopafstand. Van het podium hadden ze in Den Bosch nogal werk gemaakt: het was gebouwd in de vorm van een medaille met een lint eraan.

Het zag er eerlijk gezegd wel een beetje vreemd uit op tv, die polonaise over de randen van een reusachtige gouden plak.

De Olympische helden en heldinnen werden op het station opgewacht. Ja, ze kwamen met de trein, écht, allemaal: Ranoom, Ep, Vosje, Door, noem maar op. (Een verslaggeefster van dat WNL-programma dat zich deze zomer op de DWDD-tijd van 19:30 op Nederland 3 voor aap mag zetten, had een dag eerder nog beweerd dat Epke al lang naar huis was, naar Lemmer. Koffers pakken, want hij ging op vakantie naar Thailand, en voor Thailand moest je je koffers pakken, benadrukte ze. Daar kun je niet heen met een koffertje talkpoeder en een rugzak met een glimmende oranje trainingsbroek en een gouden medaille, daar wordt het echt geen leuke vakantie van. Maar misschien had Ep zijn reis gecanceld. Beetje suffe bestemming ook, Thailand, voor een Olympisch kampioen).

Ze zaten allemaal gewoon in een trein, een echte, met wielen, en van die bankjes waarop je eigenlijk net niet met z’n tweeën naast elkaar kan zitten zonder dat het ongemakkelijk wordt.

Even bekroop mij de cynische gedachte dat al die topsporters zich onmogelijk zo voor het karretje van een of andere spoorwegmarketeer hadden kunnen laten spannen en dat ze alleen voor de vorm het laatste stukje daadwerkelijk in de trein hadden gezeten, terwijl ze kort daarvoor gewoon met veertig helikopters tegelijk het luchtruim van het vaderland waren binnengeklepperd.

Maar het was allemaal echt: de weg van Londen naar Den Bosch was een rails. Het bewijs werd geleverd door een filmpje van Churandy Martina. Martina banjerde door de trein en hield de microfoon onder de bleke neuzen van zijn succesvolle collega’s, die hem consequent antwoord gaven op de toon van een politicus die een licht loensend jongetje antwoord geeft als die voor het Jeugdjournaal rond verkiezingstijd een item mag draaien op het Binnenhof.

Ik zag het en gunde Churandy fijnere collega’s, zijn collega’s een rustiger thuisreis en de bedenkers van het filmpje een hoop nieuwe fantasie.

Op het plein voor het station van de stad met het Brainwash Stadion juichten duizenden mensen alle medaillewinnaars hartstochtelijk toe en Nick & Simon (het NS-huisduo) en Ali B. zongen enkele speciaal voor de gelegenheid verminkte Nederlandse meezingers (‘Zing, vecht, huil, bid, lach, sport en bewonder’…). Presentator Toine van Peperstraten vroeg Maurits Hendriks of de trots in een paar woorden te beschrijven was.

Nee, dat kon Hendriks niet. Maar hij voelde zich zoals iedereen zich hier voelde.

Hoe dat was, liet zich raden.

Het was een behoorlijk uitzinnige boel.

Als climax kwamen er miljoenen oranje snippers uit de lucht.

En toen het Olympisch vuur ook in Den Bosch eindelijk gedoofd was, dacht ik aan dat plein bij het station.

Daar is het nu weer net zo nat en verdrietig als altijd, alleen liggen overal nog oranje snippers.

Zwijgende getuigen van een feest waarop iedereen zich precies voelde zoals iedereen zich voelde.

Mijn tip is: ruim ze niet op, die snippers. Laat ze liggen, desnoods voorgoed. Laat ze vertrapt worden, laat ze in omringende bomen waaien, de hal binnendwarrelen en samen eindigen in de goot..

Zodat alle toekomstige reizigers even zullen denken: op deze plek was ooit, héél even, een geweldig feest. Het kán dus.