Politiek
143 seconden leestijd

De comeback van het politieke midden is slechts schijn

Is dankzij de grote zetelwinst van de VVD en de PvdA het politieke midden terug van weggeweest? Nee, dat lijkt maar zo.

De VVD (plus tien zetels) en de Partij van de Arbeid (plus negen) zijn de grote winnaars geworden van de Tweede Kamerverkiezingen. Mark Rutte boekte de grootste premierbonus sinds Joop den Uyl (1977) en maakte de liberalen groter dan zij ooit zijn geweest. Diederik Samsom, op zijn beurt, bracht de sociaaldemocraten weer bijna terug op het niveau van 2003, toen Wouter Bos de PvdA 42 zetels bezorgde. Is daarmee het politieke midden terug van weggeweest, zoals hier en daar wordt geconcludeerd?

Nee, onzin. Want Rutte en Samsom hebben hun zetelwinst nu juist te danken aan een verkiezingscampagne waarin ze gaandeweg elkaars grote tegenpolen werden. Heel veel kiezers die woensdag op Rutte hebben gestemd, deden dat om te verhinderen dat het ‘linkse gevaar’ Samsom de grootste zou worden. Samsom profiteerde van het omgekeerde effect: hij boekte winst dankzij kiezers die wilden voorkomen dat het ‘rechtse gevaar’ Rutte er opnieuw met de overwinning vandoor zou gaan.

De winst van Rutte is gebaseerd op de angst voor de linkse jongen Samsom

Naast de PVV lepelden de liberalen al doende de typische middenpartij CDA leeg, terwijl de PvdA vooral profiteerde van voormalige GroenLinks-kiezers die het kennelijk niet konden verkroppen dat Jolande Sap, medeondertekenaar van het Kunduz-akkoord, te dicht tegen Rutte was aangekropen.

Links en rechts
De kiezers kozen woensdag dus niet voor het politieke midden, maar voor twee politici die in hun ogen golden al uitgesproken representanten van links en van rechts. Zoals in ons land al veel vaker is gebeurd, zullen de aanvoerders van links en rechts nu samen een regering moeten vormen. Ze zijn, zoals dat heet, tot elkaar veroordeeld. Niet, althans niet in de eerste plaats, door de kiezer, maar door ons kiesstelsel, waarin – zoals Wim Couwenberg nog onlangs schreef – niet regeerkracht en politieke stabiliteit voorop staan, maar een parlement met een zo zuiver mogelijke weerspiegeling van alle geestelijke en politieke stromingen en strominkjes die we bij machte zijn voort te brengen.

Drees regeerde nooit zonder Romme, Den Uyl nooit zonder Van Agt, Kok nooit zonder Lubbers of Bolkestein en nu krijgen we dus een coalitie met Rutte en Samsom – of in elk geval de partij van Samsom. Terwijl de kiezer Rutte wilde óf Samsom. Een kiesstelsel dat dergelijke ‘oplossingen’ blijft produceren, creëert uiteindelijk slechts instabiliteit. En zo strompelen we vanaf vandaag naar de volgende politieke impasse.


Roelof Bouwman

Roelof Bouwman (1965) volgde de studierichting journalistiek aan de Hogeschool Windesheim en studeerde daarna geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij in 2002 promoveerde. In 2004 kwam hij als redacteur in dienst bij HP/De Tijd.

Lees ook
Meer artikelen