Het is tijd voor een grote schoonmaak in de sportjournalistiek

De reacties op het Usada-rapport over de dopingpraktijken van wielrenner Lance Armstrong doen mij denken aan die op het Weinreb-rapport van 1981. Ineens voelden veel mensen zich bij de neus genomen. Wat zij jarenlang voor waar hadden gehouden, bleek van de een op de andere dag een fake.

Zoals de ontmaskering van Weinreb vooral ook een demasqué was van des wonderrabbi’s voorstanders, zo is de ontmaskering van Lance Armstrong vooral het demasqué van de sportjournalistiek.

Corrupt
Stel je voor dat vrijwel alle leden van de Tweede Kamer jaren lang corrupt zijn, maar dat geen enkele parlementaire journalist ooit maar iets in die richting heeft ontdekt. Weliswaar is wel eens gevraagd “bent u corrupt?”, maar op het antwoord “nee” hebben alle journalisten het verder zo gelaten.

Daar moet je het toch mee vergelijken, deze mix van onkunde, luiheid en gebrek aan nieuwsgierigheid.

Toch komt de wielersport wel over deze crisis heen. Daar is deze sport veel te mooi voor. Bovendien zal doping eerdaags worden geaccepteerd en dan kijken wij met vertedering terug naar de grote kampioen Armstrong.

De eerste tekenen
Veel interessanter is de vraag: komt de sportjournalistiek er wel overheen?
De eerste tekenen wijzen erop dat de sportjournalistiek het liefst op de oude voet doorgaat. Alsof er eigenlijk niets is gebeurd. In de Volkskrant rukte de totale wielerredactie – Bart Jungmann, Mark Misérus en Marije Randewijk uit – om gezamenlijk een stuk bijeen te trappen met de kop: “Journalistiek boycot wielrennen niet gepast”.

Hallo?!

Alsof het daarom gaat.

Om het iets scherper te stellen: het gaat niet om een boycot van het wielrennen. Het gaat om een boycot van de wielrenjournalistiek.

Je kunt je afvragen of al die sportjournalisten die over wielrennen hebben bericht, zonder dat zij ooit één snipper van de dopingpraktijken hebben ontdekt, hun vak kunnen blijven uitoefenen. Als je jaren lang voor het lapje bent gehouden, als je jaren lang alles hebt geloofd, als je iemand bent die zich jaren lang alles heeft laten wijsmaken, wat heb je dan nog in de journalistiek te zoeken?

De grote meneren uit de wielerjournalistiek zijn jaren lang voor het lapje gehouden. Als er iets bestaat als sportjournalistiek kan dat niet zonder consequenties blijven.

Ook NRC/Handelsblad wilde het eigen straatje schoon boenen. Wielerpers ‘niet tekortgeschoten’ in verslag over Armstrong, heette het op de voorpagina. En binnenin nog eens twee volle pagina’s met de usual suspects: van Wilfried de Jong tot Joop Holthausen en Mart Smeets.

Nee, zij hadden de bewijzen gewoon niet, vertel me het dan had gemoeten, het was een kat-en-muis-spel, enzovoort.

“Dan dooft het licht…”, placht Theo van Gogh in zo’n geval op te merken.

Mij lijkt dat het zo niet kan voortgaan in de sportjournalistiek. Er moet een bezem doorheen, de bezem van de bezemwagen! Velen moeten vertrekken.

Alleen wie gaat dat doen? Ik denk dat ik daar een oplossing voor heb, althans voor Studio Sport.

De oplossing: maak Tom Egbers hoofdredacteur.

Hij weet tenminste hoe je onderzoek moet doen. Laatst las ik een werkelijk heel mooi boekje van hem: Rory Storm, hoe de koning van Liverpool werd onttroond door The Beatles. Egbers zocht iets uit, zoals hij dat ook al deed in De Zwarte meteoor, over de eerste zwarte voetballer in Nederland. Egbers zoekt iets uit en Egbers kan goed schrijven. Met andere woorden: in alle opzichten kan Mart Smeets daar nog een heel groot puntje aan zuigen.

Maak Tom Egbers de baas, en er is nog hoop voor de sportjournalistiek.