De valkuil van de jonge ster

Het is de valkuil van iedere jonge ster. Te veel vertellen in interviews. Was ze in de veronderstelling dat ze met de journalist eens inhoudelijk over haar nieuwe album ging praten: opeens ligt de tienerzangeres huilend in zijn armen, omdat ze door niemand was voorbereid op het grote verdriet na het verlies van haar grote liefde. De wereld raakt er niet over uitgepraat. Jaren later zal ze er nog aan herinnerd worden. Maar ze houdt haar lippen nu op elkaar. Dat heeft haar nieuwe agent haar ingefluisterd.

‘Vertel de mensen alleen waarvan jij wil dat ze het erover hebben.’ De jonge ster zal het pas vergeten wanneer de wereld op haar is uitgekeken en het grof geschut van roddel en achterklap het enige is dat haar nog aandacht op kan leveren.

Schrijvers worden ook weleens gebeld voor interviews. Wat wil de jonge schrijver over zichzelf vertellen? Meestal niet wat hij gestudeerd heeft, tenzij het filosofie is. Filosofie boezemt angst in.

De schrijver moet vast een groot denker zijn, in ieder geval groter dan ikzelf, moet de lezer van het interview dan denken. Zeker als het filosofie in combinatie met iets aanvullends is, geschiedenis bijvoorbeeld.

De jonge schrijver wordt vaak naar zijn studie gevraagd, bijna iedere jonge schrijver heeft namelijk gestudeerd. Omdat wij niet van een generatie zijn die door hun ouders zijn aangemoedigd iets hemelbestormends te ondernemen. Dat is echt iets van de jaren ’60, denken als een revolutionair. Dat was van hun, wij moeten met iets beters komen.

Jonge schrijvers moeten met iets beters komen

“Wat heb je gestudeerd?” vraagt de jonge journalist van Het Parool. In het kader van de boekenweek word ik geportretteerd.

“Ik ben via veel omwegen uiteindelijk bij Propria Cures gekomen, en zo vond ik mijn weg naar de belangrijke kanalen,” probeer ik zijn vraag te ontwijken. Mijn studie is niet van belang, denk ik. Dat maakt mij minder schrijver. Grunberg heeft ook niets gestudeerd. Die heeft niet eens een middelbare school.

 

“Wanneer kwam je naar Amsterdam?” vraagt de jonge journalist.

“Ik kwam natuurlijk naar Amsterdam om te studeren, maar het was maar een dekmantel om me in het schrijversleven te begeven.” Ik ben trots op mijn antwoord. Hij heeft me laten zeggen dat ik gestudeerd heb, ik verhul wat het precies is, en maak die studie direct van ondergeschikt belang.

“Heb je altijd al geschreven?” vraagt de jonge journalist.

De verrukking om mijn antwoord op zijn vorige vraag laat mijn aandacht verslappen.

“Ik schreef al toen ik zeven was. Vanaf het begin dat ik kon schrijven, ben ik gaan schrijven,” schep ik op.

“O?” vraagt de jonge journalist. “Wat schreef je dan?”
“Gewoon,” ratel ik door. “Korte verhalen. En poëzie.”
“Voor jezelf?” vraagt de jonge journalist nu verwonderd. Ik hoor hem driftig typen aan de andere kant van de lijn.

“Nou. Eigenlijk schreef ik van jongs af aan al voor een lezer. Ik heb ook weleens ingestuurd voor wedstrijden. En dan viel ik in de prijzen.”
“Met je korte verhalen?” vraagt de jonge journalist.

Arnon Grunberg heeft ook niks gestudeerd

“Met mijn korte verhalen en mijn poëzie,” antwoord ik en ik denk terug aan mezelf als basisscholier. Toen ik nog dacht dat de wereld in een paar weken te veroveren was.

“En nu is je boek bijna af,” besluit de jonge journalist.
“Wie zijn je helden?”
Ik noem een paar literaire helden. Aan de andere kant van de lijn blijft het stil.
“Wat wil je na je boek?” vraagt hij.
“Een dichtbundel,” antwoord ik naar waarheid. “En een column.”
“Ja. Wie niet,” antwoordt de jonge journalist. En het is weer stil.

Hij bedankt me voor het interview en vertelt me dat het eigenlijk vooral om de paginagrote foto gaat. De tekst zal niet meer dan 150 woorden zijn.

De krant valt in de bus. De foto is inderdaad paginagroot. Ik lees hoe ik omschreven word: ‘Schreef als kind korte verhalen en poëzie en studeerde vervolgens in Amsterdam. Binnenkort komt haar eerste boek uit.’

Mijn literare helden zijn niet vermeld, de open sollicitatie naar een column evenmin. Alle publicaties van toen ik volwassen was ontbreken. Maar daar heb ik ook niets over verteld. Ik besef: tijd om een agent te nemen. Alleen nog zeggen waarvan ik wil dat het wordt doorverteld.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.