Het nieuwe infantiele project van de NS

De NS kan weinig tot niets goed doen. In Nederland gaat het zo goed met iedereen dat er veel tijd en energie over blijft om te kankeren. Op de NS wordt veel gekankerd. Ze zijn er aan gewend. Als je erover nadenkt is een baan bij de NS helemaal zo gek nog niet. Dan bedoel ik niet als kaartjesknipper of machinist, dan houd je weinig vrienden over.

Het zou mijn grootste angst zijn. Dat je in het leven dreigt te mislukken en besluit conducteur te worden. Er moet toch brood op de plank. En dat er dan bekenden in de trein zitten wiens OV-kaart je moet scannen. En uit moet leggen waarom je conducteur geworden bent. Als conducteur kun je maar beter niemand kennen. Ik heb nog nooit een conducteur een bekende zien tegenkomen, dus mijn gevoel zou wel eens kunnen kloppen.

Nee ik bedoel zo’n baan als Jantina Woudstra heeft, projectmanager bij de NS.  Jantina is het gewend flauwe opmerkingen naar haar hoofd te krijgen op feestjes, als ze zegt dat ze bij de NS werkt. Maar daar trekt Jantina zich niets van aan. Ze ziet het als een uitdaging. Geef haar eens ongelijk. Hoe groot de hekel aan de NS ook is, de mensen zullen de trein toch wel blijven nemen en schoorvoetend ieder jaar meer betalen voor hun kaartje, dat weet Jantina en dat weet de rest van de NS.

De echte problemen zullen dan ook niet opgelost worden. In plaats daarvan worden er leuke projecten verzonnen onder het mom van ‘de tevredenheid van de reiziger is ook wat waard’. In de intercity van Zwolle naar Roosendaal is er nu een proef gestart waarbij je op een app kan zien hoe druk het in de trein is en waar je het beste kan instappen. De intercity’s zijn uitgerust met infraroodcamera’s die dat allemaal meten.

Een volkomen zinloos project. Als het druk is kun je je handen beter vrij houden tijdens het dringen voor de deuren. Dan ga je niet op je smartphone kijken waar er een stoel vrij is. Je mag geen tijd verliezen. Als het niet druk is, stap je rustig in. En verheug je je op een ouderwetse reis zonder beeldschermen. Maar de NS heeft een soort beeldschermenfetisj. Het begon een tijdje geleden met de sprinter.

Er kon geen WC in, maar wel een informatiesysteem waar je als reiziger als krankzinnige wordt behandeld. Tijdens de treinrit word je voortdurend lastig gevallen door een horde aan omroepvrouwen over waar je je bevindt, hoe lang het duurt voor hij op het volgende station is, hoe hard de trein rijdt; alles wat je zelf al wist of geen reet interesseert. En als de horde eindelijk stil is, word je afgeleid door een contingent aan schermen zodat je vergeet te genieten van het polderlandschap. Maar de NS zelf wordt er best opgewonden van.

Jantina vertelt met enthousiasme nu over de infrarood-app op verjaardagen. Ze weet dat ze flauwe opmerkingen zal krijgen. Maar de mensen zullen de trein toch wel nemen. Het maakt Jantina allemaal niet uit.

Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook of schrijf u in voor onze nieuwsbrief!

Meer leuke content? Like ons op Facebook