Hulpstuk
Hoewel ik behoorlijk ‘computersavvy’ ben, heb ik niet de gewoonte tijdens een treinreis een computer mee te nemen. Ik lees dan liever een boek. Deze week bleek mij dat ik daarmee lid ben van een uitstervend ras: werkelijk iedereen in de trein is in het bezit van een digitaal hulpstuk, of zelfs meerdere, en gebruikt die onderweg ook volop. Laptops met dongels, smartphones, oude mobieltjes, er was werkelijk niemand beschikbaar voor een praatje. Je moet er niet aan denken wat het beeld is als de Google-brillen ooit gemeengoed worden: dan zitten er alleen nog maar starende zombies in de trein.
Niettemin: al die internettende reizigers hebben wel recht op een zekere vorm van privacy. Zelfs als ze, zoals de meeste computergebruikers, niet zoveel kaas hebben gegeten van beveiliging. Natuurlijk zegt Prorail dat de gegevens die worden gedownload van de reizigers alleen anoniem beschikbaar zijn. En natuurlijk zegt het bedrijf ook dat die gegevens daarna vernietigd worden. Dat zou ik ook zeggen. Maar wie controleert dat eigenlijk? En is het voor politie, justitie en openbaar bestuur niet erg handig om te weten wat voor volk eigenlijk het Groningse station bezoekt en wat voor internetactiviteiten die lui eigenlijk zojuist hebben bedreven?
Wij zijn geen honden
De komende acht weken zou ik daarom het Groningse station maar even mijden. Of in ieder geval mijn mobiele apparaten bij aankomst even uitzetten. Niet omdat u iets te verbergen hebt, maar uit principe. Prorail kan best reizigers tellen zonder deze inbreuk op onze computervrijheid. Donderdag maakte de regering ook bekend dat alle honden per 1 april een chip moeten hebben. Maar wij zijn geen honden. Onze chip is zelfgekozen en vooralsnog niet beschikbaar voor de overheid.






