‘Sorry, uw gegevens zijn verwisseld met die van een andere patiënt’

Ik weet nog goed dat ik erop hoopte dat iemand in een lange, witte jas me schuldbewust zou toespreken: ‘Sorry, meneer. Uw gegevens zijn verwisseld met die van een andere patiënt.’ En dat de dokter vervolgens zijn keel zou schrapen en eraan zou toevoegen: ‘U bent kerngezond.’

Niet dat ik iemand anders een ziekte toewens. Maar zo werkt het wanneer je te horen krijgt dat je iets ernstigs mankeert. Je grijpt naar alles wat die keiharde waarheid onderuit zou kunnen halen. Zelfs naar zoiets onwaarschijnlijks als verwisselde patiëntgegevens.

Goede controle
Ik wist al snel dat mijn wens niet zou uitkomen. Daarvoor was de controle simpelweg te goed. Tussen de diagnose en de operatie werd ik telkens opnieuw gevraagd naar mijn naam en geboortedatum. Door de radioloog, de mevrouw die vier buisjes bloed afnam, de anesthesist, de verpleegkundige die me een operatiehemd overhandigde, haar collega die met een blauwe stift een pijl in mijn lies tekende en door de zuster die me opving in het voorportaal van de operatiekamer. Net voordat de narcose me in slaap dwong, vroeg de uroloog als laatste naar mijn gegevens en welke operatie ik zou ondergaan.

‘Als het goed is’, zei ik, ‘gaat u mijn linker testikel verwijderen.’

Hij controleerde of mijn antwoord overeenkwam met wat op het papier stond dat hij in zijn hand hield en vroeg: ‘Welke testikel?’

‘De linker.’
‘Is dat de kant waar ik nu sta?’
‘Ja, dokter. Dat is links.’

Tot slot inspecteerde hij of de verpleegkundige de pijl in mijn linker liesstreek had getekend, waarna ik in slaap viel. Op dat moment had ik de illusie dat deze tumor niet in mij maar in een ander was gegroeid allang opgegeven.

‘Het spijt me’
Zou de 64-jarige man die met plasklachten naar een Leids ziekenhuis ging en bij wie een tumor in de prostaat werd ontdekt hetzelfde hebben gedacht? Eerst: wie weet, ik heb een achternaam die vaak voorkomt, misschien hebben ze me verward met een ander. En later: nee, dat is onmogelijk.

Vijf weken nadat zijn prostaat werd verwijderd, sprak iemand in een lange, witte jas hem schuldbewust toe: ‘Sorry, meneer. Uw gegevens zijn verwisseld met die van een andere patiënt.’ De dokter schraapte zijn keel en voegde eraan toe: ‘Het spijt me dat u door deze vergissing incontinent en impotent bent geworden.’

Martijn Reinink