Mad Men in Amsterdam: Don Draper op een huisfeestje

Karma, dacht ik. Dit is karma. Al die avonden waarop ik de gastheer had ge-sms’t dat ik écht zin had in zijn feestje, maar dat ik helaas een dringende deadline had, waarna ik de rest van de avond in bad was gaan zitten – nu kreeg ik het allemaal terug.

Ik had zestig man uitgenodigd, de meubels aan de kant geschoven, een half maandsalaris uitgegeven aan eten en drank.
Er waren zeven kennissen gekomen. Twee vrouwen. Eén bezet, de ander ongeïnteresseerd. Sommige kennissen dronken frisdrank, omdat ze ‘nog iets aan hun zondagochtend wilden hebben’. De exclusieve Iberische ham, de zelfgemaakte tortilla’s en de spiesjes buffelmozzarella met tomaat, stonden, keurig uitgestald op geleende schalen, genegeerd te worden. Mensen keken angstig om zich heen, zich afvragend wanneer het geoorloofd was om weg te gaan.
De bel ging. Een zware stem klonk door de intercom.
‘It’s Don’, klonk het. ‘Don Draper.’
‘Bovenste verdieping’, zei ik.
De moeizame gesprekken vielen stil. Ik bleef in de deuropening staan. Dit moest een vriend zijn – twee of drie vrienden deden aan grappige begroetingen.

Geen whiskyglazen
Het eerste dat ik zag was een perfecte scheiding. Elk individueel haartje in model. Daarna een grijs pak. Wit shirt. Brede schouders. Rustig liep hij de treden op, zonder de leuning vast te pakken.
‘Hi’, zei Don Draper. Hij gaf me een hand.
Oh Jezus, dacht ik. Wat gênant. Ik heb geen whiskyglazen.
‘Hi’, zei Don tegen het gezelschap. Hij liep naar de dranktafel.
‘Don’, piepte ik. ‘Let me find you a proper glass.’
‘Don’t bother’, zei hij. Hij schonk whisky in een longdrinkglas, ging bij het raam staan en staarde naar buiten, alsof de woonkamer uitzicht bood op Madison Avenue.
Hij keek uit op de tramhalte, de kringloopwinkel en de shoarmatent. Uit de speakers klonk ‘Tomorrow Never Knows.’

Annoying flashbacks
Don Draper sloeg zijn whisky achterover. De vrijgezelle vrouw liep naar hem toe. De bezette vrouw ook. Zonder iets te zeggen stak hij hun sigaretten aan. Ik kreeg het benauwd.
‘Don’, zei ik. ‘I’m sorry. It’s fine if you smoke in the living room. But could you please open a window?’
Hij trok zijn wenkbrauwen op.
‘It’s hard to get the smell out of the curtains’, zei ik.
Don zette ‘Tomorrow Never Knows’ af en zakte onderuit in een stoel bij de boekenkast. Hij zuchtte. Op elke leuning kwam een vrouw zitten. De mannen kwamen eromheen staan. Ze probeerden zich in het gesprek te mengen, zonder veel succes.
‘Don, listen’, schreeuwde ik van de andere kant van de kamer. ‘I liked season 6. Especially the last few episodes. But it was definitely no season 5.’
‘Season 6? What do you mean?’
‘Come on, be honest. It was the weakest season so far.’
Hij mompelde iets tegen de vrouwen. Ze giechelden. Een van de vrouwen vulde zijn glas bij, Don bedankte haar met een vreemde glimlach – krampachtig bijna. Trilde zijn hand nou?
‘By the way’, riep ik. ‘Could you do something about those annoying flashbacks?’
‘What flashbacks?’
‘The flashbacks. The rough childhood-stuff. Little Don Draper, or little Dick Whitman, in the whorehouse. It’s very annoying.’
De vrijgezelle vrouw kroop op Don’s schoot. Fluisterde iets in zijn oor.
Hij duwde haar vriendelijk maar beslist van zich af.
‘I’m sorry’, zei hij, tegen iedereen. ‘I have to say this. I don’t know if I’ll ever see you again.’
Hij greep zijn trillende hand vast met zijn andere hand.
‘I was an orphan.’

Some time off
Het was het begin van een lang verhaal over zijn jeugd. Af en toe belde iemand aan. De woonkamer liep langzaam vol. Niemand durfde Don te onderbreken, of de muziek weer aan te zetten.
Tegen drieën, Don was halverwege zijn problematische jeugd, de vrijgezelle vrouw was in slaap gevallen, gooide ik hem eruit. Ik raadde hem aan ‘some time off’ te nemen.
Hij draaide zich naar de andere gasten.
‘You all agree with this?’
‘Try to see it from our side’, zei iemand.
Don zwalkte naar het open raam, keek nog één keer naar beneden, en liet zich voorover vallen, de armen uitgestrekt. Als in slow motion tuimelde hij langs de vier verdiepingen. Om hem heen reclames voor de staatsloterij, voor een goedkoop shoarmamenu, en een fel verlichte poster met de tekst: ‘Iedereen doet aan afvalscheiding. U toch ook?’