Hoezo is een nieuwe bank, opgericht door burgers, een giller?

Vorige week kwam het initiatief van een aantal Apeldoornse burgers naar buiten, zij richten een coöperatieve bank op. Althans, ze zijn dat van plan en werven nu leden.

Daarbij kijken ze naar een Belgisch initiatief, NewB, dat in een paar maanden tienduizenden leden aansloot die daarmee een startkapitaal van ruim één miljoen fourneerden.

Professor Dr Jaap Koelewijn, columnist bij onder meer Het Financieele Dagblad en docerend aan Nijenrode wierp zich er direct bovenop en noemde het initiatief ‘een giller van goedbedoelende sukkels’. Daar zat geen woord Frans bij. Bij mij roept zijn opmerking de vraag op wie hier de goedbedoelende sukkel is. Al weer heel lang geleden promoveerde Koelewijn op het onderwerp Prudentieel bankentoezicht, we moeten dus aannemen dat hij zichzelf expert acht en dat wij geacht worden dat ook te vinden.

Ik zou zeggen dat iedereen die zich als zodanig profileert een nauwelijks te beperken wantrouwen verdient. Als er iets niet heeft gewerkt, wereldwijd, dan is het het bankentoezicht, prudentieel of niet. In Nederland heeft zo ongeveer elke bank gebruik moeten maken van Overheidssteun als-ie al niet door de Staat is overgenomen.

Koelewijn wijst erop dat de twee initiatiefnemers uit de assurantiewereld afkomstig zijn en – mijn interpretatie – de ballen verstand hebben van bankieren. Eerlijk gezegd lijkt me dat eerder een voordeel gezien de gebleken ‘deskundigheid’ van de gevestigde orde in de financiële wereld.

Het oprichten van een bank is in Nederland zo goed als onmogelijk, met de nadruk op ‘zo goed als’. De Nederlandsche Bank zit ook zeker niet op beginnende banken te wachten, binnen de grenzen van gewenste concurrentie ziet ze liever concentraties. Ik ben ongeveer een kwartier zoekende geweest op de site van De Nederlandsche Bank en slaagde er niet in informatie over de oprichting van nieuwe banken te vinden. Maar de mogelijkheid bestaat al is er flink wat kapitaal voor nodig en moet je als bestuurder van onbesproken gedrag zijn, je mag nog geen biertje teveel hebben gedronken.

In Nederland is de Rabobank een voorbeeld van een inmiddels (te) flink uit de kluiten gewassen bank op coöperatieve grondslag, de boeren die ermee begonnen konden niet terecht bij de traditionele banken. Je zou kunnen zeggen dat zo’n situatie zich inmiddels weer voordoet al zijn de boeren nu de burgers in het algemeen. Het zou de moeite waard zijn om het proberen. Als startkapitaal is formeel een miljoen of 10 voldoende, daar moeten investeerders voor te vinden zijn. Wanneer het Apeldoornse initiatief er in slaagt, net als in België, zo’n 50.000 leden te werven die vervolgens ook bereid zijn een gemiddeld Nederlandse spaartegoed van € 25.000,- per burger toe te vertrouwen, dan staat er wel direct ruim een miljard aan toevertrouwde middelen, geheel gedekt door het Deposito Garantiestelsel. Zo’n lid loopt dus geen enkel risico, hij kan ook een ton spaartegoed aanhouden.

Een miljard is aan de ene kant een substantieel bedrag, aan de andere kant ben je als bank dan en fruitvliegje. Maar ik wel er maar mee zeggen dat het zeker niet zo’n giller is als Koelewijn het in al zijn wijsheid wil doen lijken.