Berry van Aerle. Ook als analyticus een legende

Dat Mark van Bommel zijn analyses bij de NOS ten beste gaat geven, juich ik toe. Het is algemeen bekend dat Mark nooit tegen zijn verlies kan, dat hij in de eerste minuten van een wedstrijd een tegenstander altijd even een kekie gaf om de boel op scherp te zetten, dat hij de balans in het elftal bewaarde, dat hij buiten het veld met iedereen goed door een deur kon en… nou ja… aan al die eigenschappen zal hij als analist vast ook wel wat hebben.

Het is een hard vak, de analysebusiness. Je moet tonnen charisma hebben (Ruud Gullit), een coupe soleil (Wim Kieft), een prijzige bril (Ronald de Boer), een aanstekelijke lach (René van der Gijp), een relativerende toon (Youri Mulder), verstand van computers (Jan van Halst) en je moet vooral nooit om een mening verlegen zitten.

Die mening moet bovendien nog eens gefundeerd zijn, of in elk geval lijken. De analist kan het zich niet veroorloven om ergens niets van te vinden. Aan dat laatste schortte het bijvoorbeeld bij Marco van Basten – toch niet helemaal onkundig op voetbalgebied: hij vond een slechte wedstrijd gewoon slecht. Vaak is er over slechte voetbalwedstrijden ook niet meer te zeggen dan dat ze slecht zijn, maar daar neemt het uitzendschema geen genoegen mee: geanalyseerd moet er worden.
De analist dient te allen tijde te zeggen wat hij ergens van vindt – niets vinden is geen optie.

Kraay Sr. en Spelbos
Vroeger, toen zoals bekend alles beter was, werd er ook al geanalyseerd. Bij Studio Sport zijn ze er ooit mee begonnen: schier eindeloze colleges van Hans Kraay senior die zijn bovenlip bevochtigde, de kijker van over zijn bril aankeek en de verschillende haken en ogen aan de buitenspelval begon op te sommen.
Vaak had Kraay een heel degelijke ploeg gezien.
Af en toe werd de bovenmeester Kraay vervangen door z’n conciërge, Ronald Spelbos, die min of meer hetzelfde te berde bracht, maar dan met de tongval van een beschonken Hongaar.
Als ik nu een engelengeduld had gehad, dan was dat volledig te danken geweest aan het ellenlange gezever van Hans Kraay senior en Ron Spelbos.

Omdat mode geen logica kent, stonden Kraay senior en Spelbos aan de wieg van een nog altijd voortwoekerende trend. Ondanks de haat die iedere voetballiefhebber al gauw koesterde jegens het zouteloze achterafgeouwehoer bij de NOS, bleek het de opmaat tot een wildgroei aan eindeloos gezanik over voetbal, voornamelijk door oud-voetballers, aangevuld met een enkele oud-hockeyer (Tom van ’t Hek), een schrijvend journalist (Hugo Borst) of Arno Vermeulen.

Wie na de wedstrijden een beetje aardig uit z’n woorden kwam, kon zomaar uitgroeien tot maatschappelijk analist (Van der Gijp) of Commentator van Alles (Jan Mulder). De kern van de analyse – politiek, sportief, of anderszins – blijft immers altijd hetzelfde: er deugt niks van, vroeger was het beter en kansen moet je benutten.

Berry
Zoals in alle sporten is er ook in de analysesport een legende. Een enorm talent dat nooit doorbrak. Een unieke analist die slechts een handjevol mensen ooit hebben horen analyseren. Iemand die zo goed was, dat hij al snel verveeld raakte door zijn eigen klasse – een onhebbelijkheid die je vaak ziet bij genieën.
In het wielrennen heet die legende Fedor den Hertog, in de stand-up comedy Rob van Liempt en in de wereld van de voetbalanalyse Berry van Aerle.

Berry van Aerle was ooit de Daniel Alves van PSV en het Nederlands Elftal en twittert tegenwoordig foto’s van goedgevulde barbecues.
Ooit, kort na het afsluiten van z’n toch niet onverdienstelijke voetballoopbaan, was Berry van Aerle een blauwe maandag voetbalanalist. Het grote publiek heeft dat nooit gehoord; we spreken nu over de tijd dat Stadsradio Helmond uitsluitend in Helmond en omstreken te beluisteren was.
En zoals dat gaat met legendes: vroeg of laat duiken er beelden op.

De eerste van de paar analyses die Berry ooit plaatste, kenmerkt zich door zijn alomvattendheid: Berry analyseerde niet alleen de wedstrijd (Helmond Sport – MVV bijvoorbeeld), maar onmiddellijk ook zichzelf – een metaniveau dat maar weinig analytici ooit bereikt hebben.
Wanneer zijn collega hem vraagt hoe hij zich voelt, legt Berry dan ook onmiddellijk de vinger bij zichzelf op de gevoelige plek: ‘Een bietje ongemakkelijk nog, maar datteh zalleh wel weg-wegslijten.’
Maar, zegt de collega, ik vroeg of je zenuwachtig was en je zei nee?
Waarop Berry onmiddellijk nog een stap verder gaat en zijn eigen analyse begint te analyseren: ‘Neeeuuh, nie zenuwachtig. Ik heb wel vaker voor de radio gesproken, dus eeh ik denk dat het eeh wel eeh zal meevallen.’
Dan een diepe zucht: het ei is gelegd.

Zeggen wa’j d’r van vindt
Met door onzichtbare satéprikkers opengesperde ogen staart Berry naar het veld. Hier ziet men de analyticus in actie. Aan voorbereiding doet hij niet, zegt hij, met de jaloersmakende nonchalance van het supertalent.
‘Ik heb m’n eigen nie echt voorbereid. Want ik ga niet echt het commentaar doen, hè? Het is meer het aanvullen. Dat Arnold mij vraagt, dat hij iets zo ziet, wat vind jij ervan? Hij vraagt aan mij dingen van: hoe zou dat het beste zijn gegaan of: hoe moet dat eigenlijk?’

Johan Cruijff zei ooit: simpel voetbal spelen is het moeilijkste wat er is. Jaren later zegt Berry van Aerle over analyseren eigenlijk precies hetzelfde – alleen de bewoordingen zijn anders, poëtischer, gelaagder.
Iemand zegt tegen hem: Wim Kieft krijgt bij Sport7 2,5 ton. De implicatie van de vraag is duidelijk: jij, Berry, met al jouw knowhow, krijgt geen 2,5 ton, en dat is schandalig.
Maar de ware analyticus denkt zo niet. Berry vouwt zijn programmaboekje tot een blaaspijp en zegt: ‘Ik zeg, het is Stadsradio Helmond. En ik vind het leuk om te doen. Denk ik.’
De essentie van analyseren, in negen woorden: En ik vind het leuk om te doen. Denk ik.

Maar, wil de interviewer weten, hoe doe je dat dan?
Moeilijkste vraag ter wereld. Ze vroegen Einstein ooit hoe hij tot de relativiteitstheorie gekomen was. De man had geen idee. Hij was er opeens. De meeste legendes snappen achteraf pas dat ze met iets legendarisch bezig waren.
Berry niet.
‘Ik zeg gewoon wa’k d’r van vind.’

Zonder Mark van Bommel al te veel druk op te willen leggen – want simpel analyseren is tenslotte het moeilijkste wat er is – maar als dit geen gouden tips zijn, weet ik het ook niet meer.