Nobelprijs voor de Vrede: Adolf Hitler en meer verliezers

Met 259 genomineerden maakten er dit jaar meer mensen dan ooit kans op de Nobelprijs voor de Vrede. Het werd de OPCW, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, maar tussen de lange rij mogelijke winnaars stonden ook een paar controversiële types.

Neem de Russische president Vladimir Poetin, of klokkenluider Chelsey (voorheen Bradley) Manning. Of zij het afgelopen jaar nou ‘het meest hebben gedaan voor de broederschap tussen naties’, zoals Alfred Nobel het ooit bedoeld had?

Dergelijke nominaties blijven verrassend, maar zijn niet nieuw. Elk jaar verschijnen er wel een paar namen op de lijst die op zijn minst ‘bijzonder’ te noemen zijn, zoals de Italiaanse fascistenleider Mussolini (1935) en Sovjet-dictator Jozef Stalin (1945 en 1948).

Ook blijken op het eerste oog ‘logische winnaars’ er soms flink naast te grijpen. Zo was de Indiase onafhankelijkheidsleider Mahatma Gandhi vijf keer genomineerd, maar kreeg hij de prijs nooit. “De grootste misser uit de geschiedenis van de prijzen,” erkende juryvoorzitter Geir Lundestad in 2006.

Nog veel langer dan de lijst met officieel genomineerden is echter de lijst met mensen die ooit voor de prijs zijn aangedragen. Wie dat voor dit jaar zijn geweest, weten we pas in 2063: de Nobelcomités houden hun namen minstens 50 jaar lang geheim.

Sinds een paar jaar weten we wel dat in 1939 ene A. Hitler werd aangedragen. De Zweede politicus Erik Brandt wilde een ‘statement’ maken, want hij vond de kandidatuur van de Britse premier Neville Chamberlain ongepast. Die wilde namelijk niet optreden tegen nazi-Duitsland, maar offerde het Tsjechoslowaakse Sudetenland op in een poging oorlog te voorkomen.

“Als de oorlogshitsers zich inhouden, zal Hitler binnenkort vrede brengen over heel Europa en misschien over de hele wereld,” schreef hij cynisch in een brief naar het Nobelcomité. Na enkele dagen trok Brandt zijn voorstel in. De Nobelprijs voor de Vrede werd dat jaar (waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak) niet toegekend.