De Loting, The Aftermath

Van alle dingen die ik vrijdagavond kon doen, koos ik mogelijk de droevigste optie: ik zat op de bank met een bak Romaatjes – dat zijn tomaatjes met een R die net doen alsof ze uit Rome komen, heel irritante tomaatjes zijn dat – en keek de loting terug.U leest het goed: IK KEEK DE LOTING TERUG.

Een loting als alle andere
Ik zal het nog even toelichten. Ik kwam thuis van de Albert Heijn (met die fucking Romaatjes) en bedacht: de loting is geweest. Niemand had me iets laten weten, geen sms’je, geen telefoontje, niks. Ik was nietsvermoedend naar de Albert Heijn gewandeld, had in de Albert Heijn gestaan terwijl de handen van een of andere FIFA-baas naar het balletje van Oranje grabbelde alsof er tonnen smeergeld in zat, en op het moment dat Onze Jongens in de poule kwamen bij die paellaknutselaars en die kangoeroejongens stond ik waarschijnlijk net te dubben over een of twee netjes grapefruits.

Ik gooide mijn boodschappen in de hoek en zocht, mijn jas nog aan en mijn muts nog op het hoofd, op internet naar de uitslag van de loting. Nadat ik me door hele fotoseries van de presentatrice van dienst – met een jurk als het uitzicht op een speeltuintje waar twee jongens staan te blowen: je ziet ze wel hangen maar durft er toch niet goed al te dicht bij in de buurt te komen – heen had geworsteld, vond ik een loting.

Ja, het waren acht poules van vier. En ja, de grote landen waren netjes verdeeld. En ja, Nederland zat in de zwaarste poule. En ja, we zouden, in theorie, in de achtste finales al een Sterk Land kunnen tegenkomen.
En ja, iemand zei: “Als je wereldkampioen wil worden, moet je van iedereen kunnen winnen” en werd daarna niet in elkaar geslagen, wat logisch was geweest.
Het was kortom een loting als alle andere.

Snorloze Guus en een speciaalbier
En toen, plotseling, gebeurde er niets.
Ik, die verwacht had te exploderen van emotie, spanning en voorpret, bleef rustig zitten, controleerde mijn Facebook op de vakantiefoto’s van volslagen vreemden en kauwde dermate lusteloos op een Romaatje dat een argeloze voorbijganger (yeah right, een argeloze voorbijganger in mijn woonkamer – of buiten, op de eerste verdieping) had kunnen vermoeden dat het zomaar een cherrytomaatje was. Maar verder: niets.

De acht lijstjes van vier maakten niets in me los, bij Spanje kon ik slechts denken aan een Spaans meisje met een One Direction-trui dat een paar dagen eerder in een Utrechts café een glas speciaalbier van de bar op mijn schoenen veegde, bij Australië zag ik alleen een snorloze Guus Hiddink voor me die in een veel te krap bondspolootje zijn onmetelijke kennis vanaf de zijlijn op zijn spelers stond over te dragen, en bij Chili kon ik alleen maar de vorm van het land op de wereldkaart visualiseren.
Dus om nu te zeggen dat er veel voetbal bij mijn eerste lotingassociaties zat: nee.

Worst
En toen, met mijn jas inmiddels half uit en mijn muts op een oor, zocht ik de uitzending terug. Ik wilde alles meemaken. Van het eerste gezanik vooraf tot het loze slotwoord. Van het vleesgeworden bedrog Sepp Blatter tot de hangjongeren van Fernanda Lima.
Van Poule A tot Poule H.
Het duurde een minuut of veertig – de Romaatjes waren al lang op – toen de internetverbinding haperde en ik even tijd kreeg om te reflecteren op mijn situatie.
Je hoopt dat het er nooit van komt, maar het was een moment van intens en vrij schrijnend inzicht.
Die hele loting was me worst, die hele mening van Arjen Robben over die hele loting was me worst en zelfs dat hele humoristische getwitter over die hele mening over die hele loting interesseerde me nauwelijks nog.
Het zou onaardig zijn te stellen dat zelfs het decolleté van Fernanda me worst leek, maar zo’n avond was het wel.

Spanje, Australië, Chili. Spanje, Australië, Chili.
Spanje.
Australië.
Chili.
Chili.
Australië.
Spanje.
Mijn lethargie hield aan tot ik Louis van Gaal (opvallend dicht) bij Jack van Gelder zag en hem hoorde zeggen: “Ik kijk er nog steeds op neer zoals ik van tevoren zei. Het is iets waar je geen invloed op hep, anders had je deze poule niet gekozen. Dus je moet het over je heen laten komen.”
Daarna liet ik het allemaal over me heenkomen. En verdomd: even later keek ik er weer bijna net zo vrolijk op neer als eerst.