Op de nieuwjaarsreceptie: ‘bier trekt arme mensen aan’

Ik bezoek de nieuwjaarsreceptie van een niet nader te noemen provinciehoofdstad van Noord-Holland. Achter schuifelende oude mensen aan loop ik stapje voor stapje naar de feestzaal in het stadhuis.

Daar klinkt het geroezemoes van mensenstemmen al. Een beveiligingsman kijkt afkeurend naar mijn gymschoenen en felgekleurde (geel+roze+blauw+groen) sokken. Ik probeer uit te stralen dat ik geen bom bij me heb. Ik heb ook geen bom bij me, voor zover ik weet. Voetje voor voetje schuifelen we richting de feestzaal. Ik kan de tafels met gratis drank al zien.

Voor de ingang krijg ik een bloem opgespeld van een meisje. Ze heeft rode lippenstift op. Ik krijg een paarse bloem opgespeld. Het is een echt feest. De zaal is gevuld met mensen. De mannen dragen truien en te ruim zittende colberts. Bijna alle vrouwen hebben een spijkerbroek aan. Een paar mensen staan in de rij om de burgemeester een hand te geven. De meeste mensen staan in de rij bij de haringkraam. Ik pak een glas rosé en ga een paar meter bij de haringkar vandaan staan. Ik dacht dat ik gestopt was met drinken, maar blijk me te vergissen. De mensen eten veel haring. Ik eet geen haring. Dieren zijn niet bedoeld om op te eten, helemaal niet als ze dood zijn. Meisjes lopen langs met schalen eten. Als me iets wordt aangeboden, schud ik nee. De mensen grissen eten van de schalen en slikken het eten zonder te kauwen door.

Een man botst tegen me aan. Hij heeft een glas rode wijn in zijn hand. Er komt wat wijn op zijn hand. De man kijkt me boos aan. De man pakt een servetje van een etensschaal en veegt over zijn hand. De darter Raymond van Barneveld verloor ooit een dartfinale doordat hij wat water over zijn hand kreeg. Daardoor raakte hij zo uit zijn concentratie dat hij geen pijltje meer op de goede plek gegooid kreeg. Ik weet niet of de boze man een darter is. Hij draagt geen pijltjes in de borstzak van zijn colbert, hij heeft geen ringen om zijn vingers en hij weegt minder dan honderdvijftig kilo. Maar misschien laat ik me te veel leiden door mijn vooroordelen.

De burgemeester begint aan zijn nieuwjaarstoespraak. Hij zegt dat we er in het nieuwe jaar allemaal achteruit op zullen gaan, dat de gemeente de broekriem moet aanhalen, dat ze zullen moeten bezuinigen. Ik kijk naar de duizend klaarstaande glazen wijn en zie hoe de lege schalen gevuld worden met nieuw eten. Wat zou zo’n gouden burgemeestersketting eigenlijk waard zijn? De burgemeester heeft het over het roemruchte verleden van de stad. Ondertussen wordt er op van alles gezuinigd. Wat heb je ook aan een heden als je al een verleden hebt. Aan het plafond hangt het kaakbeen van een walvis. Ik bedenk dat ik de volgende keer wanneer de Nederlandse politicus Geert W. het over Michiel de Ruyter heeft zal zeggen dat de admiraal zijn grootste successen haalde met een internationale bemanning.

Na de toespraak lopen lokale politici door de feestzaal. Ze begroeten iedereen. Ik krijg acht handjes, drie knipogen, een zoen en zeven kneepjes in mijn bovenarm. Tegen iedere politicus zeg ik dat ik, als Waal, niet stemgerechtigd ben. Ze zeggen dat ze op me rekenen tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen. De vettige handen van de politici laten etensvlekken achter op mijn jasje. Naast me eet een orthodoxe jood een haring.

Buiten mag gerookt worden. Ik sta tussen lokale linkse politici in. Ze roken shag en klagen dat er geen bier op de receptie verkrijgbaar is. Ze nemen een slok van hun wijn. Ik zeg dat de gemeente dat expres gedaan heeft. Bier trekt arme mensen aan. Dan gaan de arme mensen dronken naar huis, kunnen ze hun lusten niet meer in bedwang houden en dan zijn er over negen maanden weer nieuwe arme mensen bij. De linkse politici zeggen dat ze weer naar binnen gaan, ze gaan kijken of er nog wat hapjes over zijn. We gaan zware tijden tegemoet.