God is een Edammer

Met zoon (20) is het altijd leuk bellen. Kom daar maar eens om in de wereld.
Gisteren bijvoorbeeld:

Triiiiing.
JG: Met Johanna.
Zoon: Dag, moeder.
JG: Dag, jongen.
Zoon: Hoe is het, moeder.
JG: Goed jongen, en met jou.
Zoon: Ook goed, moeder.

Gegevens kwijt
JG: Ik had laatst wel iets raars, jongen.
Zoon: O ja, wat dan?
JG: Mijn gegevens waren kwijt. Van T-Mobile.
Zoon: Oh? Dat is niet zo mooi.
JG: Nee, zeker niet, het bleek dat mijn simkaart was gewist.
Zoon: Een kaas, moeder? Gaven ze je een kaas?
JG: Neehee, de SIMKAART was gewist.
Zoon: Oh, ik dacht al, een kaas voor het kwijtraken van je identiteit is wel een zeer mager zoenoffer.
JG: Ja, jongen, dat dacht ik ook. Een kaasfabriek had meer voor de hand gelegen. Vooral omdat dit niet alles is.

Megakaas
Zoon: Wat nog meer dan?
JG: XS4all is ook mijn gegevens kwijt. Ik zweef nu samen met ruimteafval doelloos rondjes langs de aarde en kan niet meer mailen.
Zoon: Waar zijn die gegevens dan?
JG: Sja, jongen, dat weten ze niet. In het gat van de wereld gevallen, ontvoerd door cybercirkelmakers, weggegumd door de grote striptekenaar hierboven, wie zal het zeggen?
Zoon: Dat wordt een megakaas, mam. Zo eentje die nooit in huis gaat passen.
JG: Hopelijk met gaten, jongen, om doorheen te vluchten.
Zoon: Jij altijd met je vluchten. Dat moet je anders zien, mam. Nu kun je lekker in de tuin zitten met Haruki Murakami.
JG: Dat is waar, jongen.

Murakami is God
Zoon: En Murakami is eigenlijk ook een kaas. Met heel veel gaten om doorheen te vluchten.
JG: Murakami is God, jongen, dat weet je toch.
Zoon: Dus God is een kaas?
JG: God is een Edammer.
Zoon: …
JG: Maar buiten dat, het knaagt.
Zoon: Je láát het knagen, moeder, dat is een wezenlijk verschil. Ik zeg altijd maar zo…
JG: Ja, ja…
Zoon: Ik zeg altijd maar zo: “Maak van jezelf een piramide en alles glijdt van je af…”
JG: Ja, ja…
Zoon: Ja toch, schijt met die mail.
JG: Ja, schijt.
Zoon: Dat zeg ik.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.