Zoek uw huis

Gebouwen die bijna niemand mooi vindt zijn er genoeg. Maar hoe komen ze er? En kan er nog wat aan ge­daan worden? Architect Marjolein van Eig zoekt het uit en stelt verbete­ringen voor. Deze week het kantoor- en woningcomplex Beresteijn in Haarlem.

Nederlandse architecten kunnen geen entree ontwerpen, las ik eens. Ik keek om mee heen en dacht; jáá, inderdáád, Nederlandse architecten kunnen geen entree ontwerpen! Overal zag ik voorbeelden van kale, armoedige en treurige entrees. Een verloren deur in een gevel bijvoorbeeld en verder niks. Geen luifel die voor geborgenheid zorgt bij guur weer. Geen entree die zegt, ‘fijn dat je er bent, kom lekker binnen!’ Of ik zag juist een gebouw met een veel te grote entree, een enorm pompeus portaal waar je bijna niet onderdoor durft. ‘Hier sta ik en ik ben belangrijk’, leek het gebouw te zeggen.

Haarlem

Gevangenis of museum
Wat is een goede entree? Dat is natuurlijk afhankelijk van de functie van het gebouw. Een woongebouw vraagt om een andere entree dan een bankgebouw en een gevangenis vraagt weer om een andere entree dan een museum. In alle gevallen is het prettig als het de bezoeker, op wat voor een manier dan ook, welkom heet.

Ik vraag me af of het de Nederlandse architecten zijn die geen entrees kunnen ontwerpen, of dat het eerder afhankelijk van de tijd is, hoe de entree wordt vormgegeven. In de jaren ’70 en ’80 werd er heel anders over de functie en uitstraling van de entree gedacht dan in bijvoorbeeld de beginjaren van de 20e eeuw. Aan het begin van de 20e eeuw begon het ontwerp met de entree, de rest kwam daarna. Zo was er de introductie in de vorm van een trap met een mooi vormgegeven hek en een flinke luifel. Daarna een rijk gedecoreerde deur, een lekkere dikke mat en dan kun je naar binnen. In de jaren’70 en ’80 was het meer een sluitpost van het ontwerp. Je moest ook nog ergens naar binnen, het is niet anders, en men zocht een hoekje waar het nog kon. Een luifel kon er vaak niet meer vanaf.

Onvindbare entrees
De ergste entrees, zijn de entrees die je niet kunt vinden. Een gebouw met een onvindbare entree, het is godgeklaagd. De arrogantie! Zoek het maar uit, lijkt het gebouw te zeggen, kijk maar of het je lukt, mij maakt het niet uit of je binnenkomt, graag of niet. Het kantoor-, woning- en evenementencomplex Beresteijn aan het Stationsplein in Haarlem is er een voorbeeld van. Een kolossaal pand dat groot en ongezellig tegenover het oude en beroemde station van Haarlem staat. Zo groot als het is, zo onvindbaar is de entree.

Het is bijna niet te zien waar het gebouw begint en waar het eindigt. Het is totaal onduidelijk wat je ziet: is dat de toegang tot de parkeergarage of tot de sporthal? Het is één grote brij van volumes. Je zult er wonen. Lekker centraal, maar als je je verjaardag viert moet je elke keer uitleggen waar je gast de bel kan vinden. Een dergelijke onoverzichtelijke begane grond is ook onveilig, er kan flink gehangen worden achter allerlei muurtjes. Of met de graffitibus in de weer gegaan. Of geplast. Of erger.

haarlem_sjop
Klik op voor grote afbeelding

Ruimte voor de stad
Wat is eraan te doen? Helderheid scheppen, het klinkt akelig, maar dat is toch wel wat hier moet gebeuren. We slopen de sporthal en de parkeergarage, maken een plein voor het station en geven het woongebouw een fijne entree aan de straat. Niet alleen de bezoeker van het woongebouw voelt zich nu welkom, ook de treinreiziger is blij uit te stappen in Haarlem uit zo’n mooi station aan een fijn plein. Op naar het centrum!

De rubriek Lelijke Eendjes verschijnt elke 2 weken op zondag. Heeft u een suggestie voor een lelijk gebouw op een belangrijke plek? Laat het weten.