Analyse: Is de Brabantse glazenwasser wel of niet aan het discrimineren?

Wesley de Laat is glazenwasser en hij wil als ondernemer zoveel mogelijk geld verdienen. De klant is dus koning en wat de klant wil gebeurt. Uit marktonderzoek van De Laat blijkt dat zijn klanten liever een ‘Nederlandse’ glazenwasser hebben en geen allochtoon. Dus voldoet hij aan die wens, legde hij gisteren uit bij Pauw en Witteman.

Maar is De Laat hiermee aan het discrimineren? De argumenten.

De Laat heeft persoonlijk niets tegen buitenlanders
De glazenwasser gebruikt de leus ‘Wij zijn een Hollands bedrijf met Nederlandse werknemers’. Deze zin werd volgens De Laat nota bene ‘bedacht door een Marokkaanse vriend’ van hem, waarmee hij lijkt aan te geven dat hij het zelf niet eens is met zijn klanten en graag in aanraking komt met allochtonen. Hij heeft jarenlang probleemloos de leus kunnen gebruiken, totdat het nu dankzij ‘Wilders een soort nationale discriminatieweek is’. Dat zijn leus discriminerend wordt ervaren is voor de Brabander dus volledig nieuw.

De Laat sluit mensen uit op basis van hun afkomst.
Als De Laat wordt gevraagd of hij zijn Marokkaanse vriend niet zou aannemen omdat hij geen autochtoon is, reageert hij niet ontkennend. Hij beroept zich op het marktonderzoek onder 10.000 inwoners van Brabant en bijna iedereen vulde in dat hij of zij liever een autochtone glazenwasser heeft in plaats van een allochtoon. “Ik heb zware concurrentie en hiermee probeer ik mij te onderscheiden”, aldus Wesley, die even later zegt dat hij niet wil discrimineren. Maar hij doet het toch, want op de vraag of hij zijn Marokkaanse vriend zou aannemen zegt hij geen ja.

De Laat maakt geen onderscheid tussen huidskleuren. Het gaat om de nationaliteit.
“De Nederlandse nationaliteit kent allerlei kleuren en daar maak ik geen onderscheid in.”, zegt De Laat. Daarmee draagt hij een verzachtende omstandigheid aan. Het is dus geen verschil in wit of zwart, maar tussen autochtoon en allochtoon. Maar het feit dat hij alsnog onderscheid maakt wordt wederom niet onderuit gehaald.

Rotterdams filiaal voor de allochtonen
Gezien De Laat ondernemer is, is zijn product het belangrijkste. Maar hoe goed de allochtone glazenwasser ook is, hij komt er in zijn Brabantse filiaal niet in. Als een allochtone glazenwasser beter is dan een autochtoon, kent De Laat geen twijfel. Dan kiest hij voor de allochtoon. Echter: deze moet dan wel in zijn Rotterdamse filiaal gaan werken. Leuk en aardig, maar dan wordt er nog altijd een onderscheid gemaakt.

Slechte ervaringen met buitenlanders
Dan vraagt Jeroen Pauw waarom De Laat niet in zijn onderzoek de vraag heeft gesteld: wilt u een goede of een slechte glazenwasser? In plaats van: wilt u een allochtone of autochtone glazenwasser? De aap komt uit de mouw, zo lijkt het. De Laat heeft te maken met bedreigingen en geweld van ‘buitenlandse organisaties’. Hij zegt ineens duidelijk wél onderscheid te maken. Werkgevers die werken met profielen vindt hij hypocriet. “Zeg dan gewoon waar het wél op slaat.” Oké, Wesley maakt dus onderscheid en discrimineert.

Homo’s en hetero’s
Stel nou dat klanten geen homo’s willen, maar alleen hetero’s. Zou De Laat daar dan ook onderscheid in maken? “Absoluut niet. Dat is appels met peren vergelijken. Je gaat niet op iemands geloof of seksualiteit onderscheiden.” Maar wat dan het verschil is tussen die zaken en afkomst, wil De Laat niet uitleggen. Het kan hem plotseling niet schelen hoe erover gedacht wordt.

De Laat discrimineert dus.
Hoe De Laat ook draait en wringt, zegt dat hij een hekel aan de PVV heeft, niets tegen buitenlanders heeft en dat hij ook geen onderscheid maakt, maar dat zijn klanten dat doen: het blijft erop neerkomen dat hij onderscheid maakt bij de sollicitatieprocedure op basis van afkomst. Discriminatie dus, iets dat hij met vele verzachtende feitjes probeert te verbloemen.

Of het een persoonlijke voorkeur is, of dat hij het echt puur en alleen voor de winst doet is lastig te zeggen. Het is best geloofwaardig dat De Laat zelf niets tegen allochtonen heeft, maar hij werkt wel mee aan de vraag van discriminerende klanten, waardoor hij discriminatie faciliteert. Als hij werkelijk zo’n tegenstander is van discriminatie, dan had hij die extra inkomsten dus links kunnen laten liggen om een mooi statement te maken.