Hoe Spotify de muziekherinnering vernietigt

Op Pinkpop sprak ik voor de zomerspecial van het tijdschrift OOR met de Britse band Editors. De redactie had een lijstje opgesteld met de vragen die ik moest stellen.

“Welk album voert je terug naar de vakanties uit je kindertijd?”
– “Sultans of Swing van Dire Straits.”
“Wat was de soundtrack van je eerste vakantie met je vrienden?”
– “We luisterden alleen maar Deftones.”

Niet het spannendste interview dat je kunt bedenken, maar die gasten zijn professioneel genoeg om wat aardige anekdotes te vertellen. De persdame brengt biertjes, de zon schijnt; het is een prima halfuurtje.

We komen bij de laatste vraag. “Wat wordt dé plaat van de komende festivalzomer?”
Stilte.
De drummer, verontschuldigend: “Sinds Spotify luisteren we alles door elkaar.”
Na lang nadenken noemt hij het nieuwe album van Elbow.
Missie volbracht. We halen opgelucht adem.

Joni Mitchell
In dezelfde zomerspecial vertelt singer-songwriter Fink dat hij na zijn middelbare-schoolexamen een paar maanden in een bus door Noord-Amerika trok. In zijn bagage zat één cassettebandje. Op de ene kant stond R.E.M., op de ander Joni Mitchell. Het bandje moet in die maanden honderden keren afgespeeld zijn. Fink hoeft maar één noot van Hejira te horen en hij zit weer in die bus.

De verhalen van Fink en Editors zijn universeel. Bij mijn ouders thuis klonk altijd Schubert. Het eerste bandje dat ik zelf kocht was van Tom Manders. De eerste weken van mijn studie leefde ik in een kale kamer met een matras, een tandenborstel, een draagbare radio en een dubbel-cd van Doe Maar.

Hoor ik nu Twee motten, Belle Hélène of Die Unvollendete, dan ben ik voor even op een andere plaats, in een andere tijd.

Lopend buffet
Nu is er Spotify. Iedereen die in 2002 met liefde 21 euro neerlegde voor een cd, is op papier miljonair. Zo voelt het niet. Spotify is als een lopend buffet met duizenden gerechten die je allemaal wil proeven, wat je nooit gaat lukken omdat er dagelijks tig gerechten bij komen, en er zitten nu eenmaal slechts 24 uur in een dag. Dankzij Spotify heb je nooit honger, maar wel altijd het gevoel dat je iets mist.

Om maar zoveel mogelijk te kunnen consumeren, luister ik zelfs mijn favoriete albums niet vaker dan vijf à zes keer per jaar. Het gevolg is dat het heden geen soundtrack meer heeft. Als ik over vijftig jaar achter mijn rollator door de supermarkt hobbel, zal geen golden oldie me herinneren aan de tijd dat ik stukjes tikte voor HP/De Tijd.

Ik weet niet of dat goed of slecht is. Soms zijn de dingen gewoon zoals ze zijn. Feit is dat de redactie van OOR de vragen voor het zomernummer van 2025 grondig moet herzien.