Voetbal verklaart de wereld niet

“Voetbal is een simpel spelletje. Tweentwintig man zitten 90 minuten achter een bal aan en aan het einde wint Duitsland altijd”, orakelde de Engelse spits Gary Lineker ooit. Gelukkig zijn er bij elk eindtoernooi wel intellectuelen te vinden die zaken complexer willen maken door een of ander maatschappijverklarend stuk te hangen aan het WK voetbal. Met de nodige creativiteit buigen zij het toernooiverloop om in een maatschappelijke reflectie.

‘Frans multicultureel succes’ 
Zo werd de wereldtitel van Frankrijk beschouwd als een succesvol exponent van de multiculturele maatschappij. Het ‘black-blanc-beur’–elftal was het lichtende voorbeeld voor de glorieuze toekomst die Frankrijk tegemoet ging. In 2002 vloog Frankrijk er echter in de eerste ronde uit en was dit misschien wel een voorbode voor de rellen in de banlieus. In 2010 zag de Franse filosoof Alain Finkielkraut in het Franse team de weerspiegeling van de samenleving die steeds meer gespleten werd door etnische en religieuze spanningen. Zijn oplossing: spelers selecteren die “elegant en goed Frans kunnen spreken”.

Finkielkraut bewees zijn vakgebied, dat nogal eens smalend wordt omschreven als ‘intellectuele luchtfietserij’, geen goede dienst. Iedereen die ooit meer dan vijf interviews met profvoetballers heeft gezien weet dat het een onmogelijk karwei is om 23 eloquent sprekende profvoetballers te vinden. Laat staan dat ze dan ook een bal van vijftig meter op de stropdas kunnen leggen, ook geen onbelangrijk talent bij een wereldkampioenschap.

‘Nederland is nietig’ 
In tegenstelling tot stokbrood, staken en het woord cliché is maatschappelijk beschouwen naar aanleiding van voetbal niet typisch Frans. Volgens Volkskrant-columnist Bart Smout was de onverwachte 5-1 overwinning op Spanje het sprookje dat het ‘nietige Nederland’ nodig had, omdat we ons steeds vaker overschaduwd weten door grote machten. Te weten: het steeds machtigere Brussel, de kwakkelende economie en kwade krachten in het Midden-Oosten. Briljant. Het Midden-Oosten en de kwakkelende economie zijn natuurlijk problemen waar we in de afgelopen vijftig jaar niet eerder mee te kampen hebben gehad. Natuurlijk is dit op papier niet het sterkste Nederlands elftal ooit, maar nietig zijn we op voetbalgebied allerminst.

Het allerbontst werd het gemaakt door politiek geograaf Henk van Houtum na het EK 2008. Hij doopte de tweejaarlijkse Oranjeblijheid tot ‘orangasme’. Kek woordgrapje, Henk. Volgens gekke Henkie leefden we in het ‘tijdperk van het masker’ en dat zou blijken uit alle nationalistische en regionalistische slogans die het eigene moeten benadrukken zoals ‘Trots op Nederland’ en ‘I Amsterdam’. Wat een gelul. Citymarketing is gewoon één van de vele beroepsgroepen die is ontstaan sinds we niet meer op ons eigen eten hoeven te jagen. Bovendien bedien ik mij graag van het zinnetje ‘Het kan in Almere’, wat altijd voorkomt dat ik niets weet te zeggen over Almere. Zinnige beroepsgroep dus.

Filosofie is simpel
Volgens Henk paste de Oranje maskerade in de trend dat het meer gaat om de buitenkant, het masker. Nee, nee en nog eens nee. Vorm boven inhoud bestaat al zeker sinds 1953, het jaar waarin de eerste Playboy werd gedrukt. Het probleem dat volwassen tijdens een eindtoernooi veranderen in een kudde debielen met een bos wortelen op hun hoofd is helaas ook al ouder dan 2008. Je kunt nog zo intellectueel woorden als ‘Ik’ en ‘Ander’ midden in de zin met een hoofdletter schrijven, maar daarmee begrijp je nog steeds geen snars van voetbal.  Filosofie is eigenlijk heel simpel. Eén man sluit zich jarenlang op in de studeerkamer, raakt vervreemd van de wereld en schrijft een vuistdik onbegrijpelijk boek. Filosofie is als het Duitse voetbal. Eindeloos gebrei dat nergens toe leidt. Terwijl voetbal zoveel simpeler kan Alain, Henk en Bart. “Als je een goal meer maakt dan de ander, dan win je”, zei een volksfilosoof ooit. En dat is precies wat Nederland zaterdag gaat doen. Simpel en leuk.