Haantjesgedrag: een compliment geven aan Louis van Gaal blijft moeilijk voor Johan Cruijff

In zijn column in De Telegraaf looft Johan Cruijff de prestaties van Oranje, maar een compliment geven aan Louis van Gaal blijft moeilijk.

In de krant van vanochtend steekt Cruijff de loftrompet over Oranje. Hij prijst het feit dat Nederland van de vijftiende naar de vijfde plaats op de FIFA-ranglijst is gestegen. ‘Dat mag misschien onbelangrijk lijken, maar dat is het niet. Wat dat betreft is het WK nu al geslaagd.’

Ook geeft hij toe genoten te hebben van de keeperswissel, zonder de man die dat besluit heeft gemaakt expliciet te benoemen. ‘Wat de wedstrijd tegen Costa Rica betreft heb ik vooral genoten van de keeperswissel. Ik had al zo’n voorgevoel toen er niet meer gewisseld werd, terwijl de wedstrijd daar wel om vroeg. Dat kon maar één reden hebben. Ik vond het in ieder geval prachtig. Dit zijn dingen waar ik van hou.’

Oud zeer
Wat opvalt aan Cruijff, niet in deze column maar ook niet in andere columns, dat de naam ‘Louis van Gaal’ nul keer positief wordt benoemd. En daarin staat hij natuurlijk niet alleen – er zijn wel meer mensen, voetbalanalytici met name, die geen aardig woord over de trainer over hun lippen kunnen krijgen. Maar een tikje onvolwassen en onprofessioneel is het wel, zeker voor een voetbalmastodont als Johan Cruijff.

De reden dat de oud-voetballer geen goed woord voor de bondscoach over heeft, is niets anders dan oud zeer. Cruijff en Van Gaal voeren, zoals algemeen bekend is, een decenniadurende vete. Ooit begonnen toen Van Gaal trainer werd van Ajax en voor het eerst, zonder dat Cruijff voor hup werd ingeschakeld, een internationaal succes boekte met de Amsterdamse voetbalclub. Twintig jaar later bereikte de ruzie een voorlopige apotheose, toen Van Gaal buiten medeweten van commissielid Cruijff om werd aangesteld als algemeen directeur van Ajax en Cruijff de commissie verliet. ‘Met die man werk ik niet samen’, zei Cruijff.

Volgende week maandag, als Nederland wereldkampioen is, zet Johan Cruijff zijn koppigheid opzij en schrijft hij in De Telegraaf eindelijk eens iets liefs over Louis van Gaal. Daar gaan we van uit.