Kaartjesknippen: een jongensdroom

Ergens op een deprimerende herfstdag in het begin van mijn studententijd zat ik in de trein van Amsterdam naar Enschede.

Bij Apeldoorn stapt er een moeder met haar zoontje in. Het jochie met de vrolijke blonde stekels schat ik een jaar of vijf oud. Even vrees ik dat het een hele lange reis wordt. Schreeuwende kinderen in het openbaar vervoer of vliegtuigen waren voor mij een reden om de kinderwens van elke potentiële vriendin tot nader order uit te stellen.

Gelukkig leek dit mij een redelijk welopgevoed exemplaar. Hij kreeg het in ieder geval voor elkaar om gedurende een kwartier stil te zitten. Wat niet stil stond was zijn mond. Het kereltje was nieuwsgierig en vuurde de ene na de andere vraag op zijn moeder af. “Waarom is de zon ’s nachts weg?”, “Hoe hard gaat de trein?”, “Kunnen katten verliefd zijn?”. In alle geduld probeerde de moeder de vragen te beantwoorden. Nieuwsgierigheid is het begin van intelligentie en welke goede moeder wil dat in de knop breken.

Terwijl hij door de met graffiti besmeurde ramen naar buiten wijst vraagt het jochie “Waarom hebben koeien vlekken?”. Even graaft de moeder naar een antwoord, maar voordat ze teleurstelling moet verkopen begint het jongetje dolenthousiast te roepen. “Mama, mama! Waar zijn de kaartjes, de contucdeur komt”. “Conducteur”, corrigeert de moeder. “Con-tuc-deur”, verbetert het jochie zichzelf.

De conducteur heeft een imposante gestalte en een snor die mij doet denken aan Herman Finkers. “Goedemorgen jongeman, waar gaan we heen”, zegt de conducteur met een warme stem. “Naar opa en oma”, klinkt het vrolijke antwoord. “Wil jij mij helpen met kaartjes knippen?”. Na een korte aarzeling knikt het mannetje. “Wel voorzichtig zijn! Laatst knipte ik mis en toen had ik een heel groot gat in mijn duim. Kijk, hier zie je nog klein gaatje”, vertelt de conducteur terwijl hij zijn grote handen spreidt. “Zie je het?”

Even is het stil en dan klinkt een volmondig “ja”. Op die leeftijd twijfel je nooit aan mensen met een statige pet. “Laten we het kaartje samen knippen”, stelt de conducteur voor. Terwijl de conducteur het kaartje vasthoudt klemt het jochie zijn handen om de kniptang.  In volle concentratie perforeert hij het kaartje. “Goed gedaan! Zonder jou had ik nu geen duim gehad”, zegt de professionele kaartjesknipper. Als de conducteur wegloopt lees ik in de ogen van het jochie een mengeling van ontzag en trots.

Vanaf vandaag is het kaartjesknippen definitief verleden tijd. De NS neemt na 175 jaar definitief afscheid van de papieren kaartjes. Erg? Nee, kinderen verliezen hun verwondering wel weer aan iets anders. Bovendien lag mijn jeugd in het papieren kaartjestijdperk, maar zou mijn moeder liever 23 dronken zwervers in huis nemen dan met de trein te reizen. Dus je kunt prima een jeugd hebben zonder kaartjesknippen. Wel heeft het papieren kaartje bijgedragen aan mijn tolerantie tegenover kinderen en daarvoor is mijn vriendin erg dankbaar.