Het kabinet is uitgeregeerd, klaar, finito. Wat nu?

Wat doet een kabinet dat de belangrijkste wetgeving al door het parlement heeft geloodst? Zo’n kabinet verzint een nieuwe agenda om toch nog iets te doen te hebben. Zo ook VVD en PvdA. Nu blijkt dat ze daarin jammerlijk hebben gefaald.

Volgens NRC is het de twee coalitiepartners niet gelukt om een hervormingsagenda uit te werken om het kabinet voor een langere periode overeind te houden. Het kabinet was dus al uitgeregeerd – die verhalen gaan al maanden – en is het nu helemaal: er komt niks nieuws meer aan.

Geen hervormingen
De krant schrijft dat VVD en PvdA hebben gesproken over het hervormen van het belastingstelsel en het formuleren van een ‘groeiagenda’, maar daar komt niets van terecht. Anonieme bronnen zeggen tegen de krant dat de coalitiepartijen “niet meer in staat zijn” nieuwe politieke risico’s aan te gaan.

De VVD zou bang zijn voor te veel overheidsbemoeienis met de economie, zoals de PvdA wil. Premier Rutte zou bovendien geen zin hebben in nieuwe risico’s vlak voor de Provinciale Statenverkiezingen van maart (die, zoals het er nu naar uitziet, in ieder geval desastreus uitpakken voor de PvdA van Diederik Samsom).

Stabiliteit?
Het gebrek aan een gezamenlijk programma voor de komende jaren heeft als gevolg dat de stabiliteit van het kabinet in gevaar dreigt te komen, zo analyseert de krant. Ofwel: de kans is groot dat het kabinet niet de volle rit zal uitzitten. Het is zelfs mogelijk dat er een nieuwe coalitie moet worden gesmeed na de verkiezingen in maart. Of dat er nieuwe landelijke verkiezingen worden uitgeschreven.

In het laatste geval moeten twee partijen zich ernstig zorgen maken: een coalitiepartij en een oppositiepartij. Allereerst de PvdA, die op 12 zetels in de peilingen staat. Samsom staat een derde nederlaag op rij te wachten. De oppositiepartij die maar beter kan hopen dat het kabinet nog even overeind blijft, is het CDA. De christendemocraten zijn nog lang niet klaar voor nieuwe verkiezingen. Het CDA begint juist net op dreef te komen in de oppositie.