Huntelaar – Van Persie: Het Duel

Het is zo donker als een ouwe Franse film op het parkeerdek van de Amsterdam Arena. Iemand in de holst van het stadion heeft de TL-lampen uitgedraaid, het enige dat zichtbaar is, is een lichtgevende schakelaar net naast de ingang.

Wanneer Klaas-Jan op die lichtgevende schakelaar drukt, gaat ook die schakelaar uit.
Nu is er alleen nog de maan en het bordje van de nooduitgang, waarop een wit mannetje zich tegen een lichtgevende groene achtergrond uit de voeten probeert te maken.

Klaas-Jan luistert naar het ruisen van de snelweg, het doordringende zuchten van de metro die z’n deuren opent op Bijlmer Arena. Ergens op het veld roept een man ‘HE!’ naar een andere man, die ook ‘HE!’ roept.
Een motor trekt ronkend op.
De auto’s op het parkeerdek glimmen in het schaarse maanlicht.
Het holle geluid van lekkend water op een betonnen vloer.
Plok. Plok.
Plok.
Klaas-Jan gaat met zijn hand door zijn haar, plakt het daarna weer in een zijscheiding op zijn schedel en veegt zijn hand af aan zijn broek. Zijn andere hand drukt losjes een bal tegen zijn heup.

Ieder moment kan er een licht aanspringen, een automotor beginnen grommen, een schot klinken. Hij kent de films, heeft de series gezien; zijn leven is nog slechts een variabele in een reeks nauwelijks te voorspellen gebeurtenissen die zich ieder moment kan gaan voltrekken.
Het briefje in z’n jaszak was duidelijk. De tijd, de plaats, de voorwaarden.
‘Kom alleen,’ stond eronder.
Die boodschap was driemaal onderstreept.
Hij bedwingt de neiging met de bal op de grond te stuiteren.
In het trappenhuis wordt een deur dichtgeslagen. Het soppende geluid van splinternieuwe sneakers op beton.
Iemand schraapt z’n keel.
Nee.
Hij schraapt zijn keel. Hijzelf. Hij schraapt zijn keel zoals je kucht als je een blinde passeert op straat, om hem te laten weten dat je bestaat of zo.
Zijn knie trilt, zijn onderbeen gaat op en neer.
Hij probeert zijn been stil te houden door zijn hand erop te leggen, als een soort bezwering.
Het volgende moment trilt de hand ook. En de arm.
Zijn hele rechterkant vibreert nu als een hond die zit te kakken.

Daar is ie.
‘Ben je alleen?’ Het is de stem van Van Persie, maar Klaas-Jan ziet hem nog niet.
‘Ja,’ zegt hij.
‘Heb je een bal bij je?’
‘Ja.’
Ze lopen op elkaar af – Van Persie draagt een zonnebril, Klaas-Jan vraagt zich af of hij überhaupt iets ziet of alleen op het geluid afgaat.
Ter hoogte van een oude Volvo houden ze halt. Er zit zo’n dertig centimeter tussen hen, Klaas-Jan kan het luchtje van de ander ruiken, en hij kan nu vermoedelijk de onzekerheid in Klaas-Jans ogen lezen – als hij iets ziet, althans.
Ze geven elkaar geen hand.
Ze geven elkaar normaal gesproken altijd een hand, maar niets is normaal nu.
You really wanna do this?’

Waarom gaat hij nou Engels praten, denkt Klaas-Jan. Wat is dat voor onzin? Even overweegt hij het internationale gebaar voor ‘niet zoveel praatjes’ te maken, maar dat zou de serieux van het moment verstoren. Of Van Persie schiet meteen, dat kan ook.
‘Jawohl,’ zegt hij, terwijl hij de ander strak in z’n brillenglazen blijft kijken.
‘Tien passen,’ zegt Van Persie traag.
‘Twintig,’ zegt Klaas-Jan.
‘Vijftien.’
‘Vijftien grote.’
‘Akkoord.’
Ze draaien zich om. Ruggen tegen elkaar. Van Persies rug is hard en plat, als een snijplank.
Ze lopen ieder vijftien passen van elkaar af en draaien zich dan weer om.
Van Persie heeft zijn zonnebril afgezet.
In de schemer van het parkeerdek lijkt hij nog grijzer, de maan maakt zijn hele haar glanzend zilver.
Van Persie legt z’n bal neer.
Klaas-Jan legt z’n bal neer.
‘Op drie!’ zegt Van Persie.
‘Op drie,’ herhaalt Huntelaar.
‘Voor eens en voor altijd,’ roept Van Persie.
Waarom praat hij toch zoveel? Probeert ie z’n zenuwen weg te babbelen?
Klaas-Jan knikt, legt z’n bal neer en doet drie passen naar achter.
‘Drie!’
Van Persie schiet altijd zuiver, Klaas-Jan weet het als geen ander.
‘Twee!’
Heeft hij eigenlijk wel nagedacht over wat er gebeurt als dit verkeerd gaat?
‘Een!’
Maddy, de kinderen… De maan. Het geruis. De metro op Bijlmer. Schalkes nieuwe trainer. Vissen. En dan, in een nanoseconde gemonteerde supercompilatie schieten alle doelpunten die hij ooit gemaakt heeft aan zijn geestesoog voorbij.
‘VUUR!’

PS
Met dank aan Herman Finkers voor de lichtschakelaargrap.

Meer leuke content? Like ons op Facebook