Waarom ik de muziek van moordenaar Hans Van Themsche liever niet wil horen

Gisteren ontstond in Vlaanderen ophef toen regisseur Nic Balthazar bekendmaakte dat Hans Van Themsche heeft meegewerkt aan zijn nieuwe documentaire Binneninzicht. Van Themsche is de man die in 2006 met een jachtgeweer twee mensen doodschoot in het centrum van Antwerpen: de zwangere Malinese vrouw Oulematou Niangadou en het tweejarige Belgische meisje Luna Drowart, dat bij haar was. Er ging een schok van verontwaardiging door het hele land om de moordpartij van de achttienjarige Van Themsche.

Balthazar volgde voor Binneninzicht twaalf veroordeelden die hun ervaringen en inzichten wilden delen om andere jongeren te behoeden voor een carrière in de criminaliteit. Van Themsche werkte mee aan de muziek voor de documentaire. “Hoe onnoemelijk erg wat hij heeft gedaan, je kunt er niet omheen dat Hans Van Themsche vandaag een verstandige man is met uitzonderlijke talenten,” zei Nic Balthazar gisteren in de kranten van Mediahuis. In de documentaire zal onder meer een rapnummer van Van Themsche te horen zijn. Hij schreef het samen met een Marokkaanse medegevangene.

Van Themsche: ‘een verstandige man’, ‘met uitzonderlijke talenten’. Het kan misschien kloppen, maar ik moest toch even slikken bij het aanhoren van een soort lofzang op een moordenaar van wie de daden nog vers in het collectieve Vlaamse geheugen liggen.

’s Avonds deed Balthazar bij Reyers laat zijn beklag over het feit dat hij in de loop van de dag aan de schandpaal werd genageld omdat Van Themsche mede de muziek voor zijn film maakte. Ik probeer ruimdenkend te zijn, maar ik vrees dat ik de vele negatieve en zelfs kwade reacties begrijp. Nee, van mij moet een gevangene als Van Themsche, die in Vlaanderen een gezicht van het onnoemelijk kwaad is geworden, niet wegrotten in zijn cel. Ja, van mij mogen zware criminelen begeleid worden, en hun ontspanning zoeken en krijgen, en dus ook muziek maken. Maar dat zoiets in de openbaarheid wordt gebracht door een regisseur die natuurlijk weet dat hij daarmee heel wat extra aandacht voor zijn film zal krijgen, gaat me een brug te ver. Ook Vlaanderens bekendste strafpleiter Jef Vermassen, die in Reyers laat in debat ging met Balthazar, had het er moeilijk mee. “Je mag zo’n mensen niet op een voetstuk plaatsen,” zei hij. “Als slachtoffer is het sowieso moeilijk om zulke zaken te verwerken, aangezien er constant berichten verschijnen over zo’n grote daders. Verwerk dat maar eens als ouder.”

Balthazar zei nog dat we Van Themsche niet als louter een monster mogen zien, en dat hij een heel gevoelige jongen is. Dat kan best, maar als ook Balthazar een gevoelige jongen is, had hij het feit dat Van Themsche meewerkte aan zijn film moeten verzwijgen. Dan had die medewerking nog iets van een, nou ja, nobele daad gehad, terwijl het nu vooral naar sensatie riekt. Ook de slachtoffers hebben hun gevoelens, maar van hen wordt blijkbaar grenzeloze ruimdenkendheid verwacht. Eerlijk: als ik de kleine Luna had gekend, en ik hoorde in de auto het lied waarvan nu heel Vlaanderen weet dat Van Themsche eraan meewerkte, dan zou ik meteen van radiozender veranderen om niet van woede op mijn stuur beginnen te kloppen. Voor mij horen slachtoffers altijd meer rechten te hebben dan daders. Enggeestig? Nee, menselijk. Vorige week zag ik de film Het vonnis van Jan Verheyen, waarin hij de misstand aan de kaak stelt dat door het systeem van procedurefouten in onze justitie daders vaak meer rechten hebben dan slachtoffers. Op die complexiteit van de rechtspraak hebben burgers geen invloed, maar op hoe ze daarna met daders omgaan wél.