Positieve uitkomsten tests alzheimermedicatie bij apen

Medicijnen verminderen eiwitten die in verband zijn gebracht met alzheimer bij primaten. De weg ligt nu open voor proeven bij mensen.

Wetenschappers van het farmaceutische bedrijf Genentech zijn erin geslaagd therapeutische antilichamen te laten werken bij apen. Dat is niet vanzelfsprekend, want daarvoor moet het medicijn de bloedbreinbarrière doorbreken, die onze hersenen afschermt voor schadelijke stoffen. Om het medicijn toch het brein in te smokkelen, kan men het laten ‘meeliften’ met een natuurlijk transportmiddel. Zo’n transportmiddel is het eiwit transferrine, dat in ons bloed zit. Eerder onderzoek toonde al aan dat dat lukt bij muizen.

Nu blijkt dat het ook werkt bij makaken, dieren die sterk verwant zijn aan ons mensen. Joy Yu en haar collega’s injecteerden de dieren met antilichamen die zich enerzijds bonden aan transferrine, en anderzijds aan het eiwit bèta-secretase (BACE1). Eenmaal in het brein blokkeert het antilichaam BACE1, waardoor dat minder bèta-amyloïde produceert. De ophoping van bèta-amyoïdeplaques in de hersenen is een kenmerk van alzheimer.

Hoewel de techniek bij muizen bijwerkingen had voor de aanmaak van rode bloedcellen, bleek dat bij apen niet het geval. Als de techniek ook succesvol blijkt bij mensen, zouden patiënten neurologische aandoeningen op afstand kunnen houden door bijvoorbeeld een maandelijks spuitje, denken de onderzoekers.