De Schande van Santiago of: een wedstrijd zonder tegenstander

Het is nog redelijk vroeg als Carlos Caszely op 11 september 1973 de radio aanzet en hoort hoe in Santiago de Chile militaire vliegtuigen het paleis van president Allende tot gruis bombarderen.

Wat? Hoezo? Bombarderen? Staatsgreep?
Carlos is net een maand eerder van Santiago naar Valencia verhuisd. Hij is een van de druppeltjes die samen de golf Zuid-Amerikaanse voetballers vormen die Zuid-Europa in die dagen overspoelt. Het land dat hij heeft achtergelaten, een land van vriendschap, vrolijkheid en vrije verkiezingen, bestaat niet meer.

De Schande van Santiago
Twee maanden later.
Het puin ligt nog in de straten van Santiago en Chili is een dictatuur.
Het Chileense voetbalelftal maakt zich klaar voor de cruciale wedstrijd tegen de USSR. De eerste wedstrijd in Moskou is in 0-0 geëindigd, dus alles is duidelijk: wie op 21 november in Santiago wint, mag naar het wereldkampioenschap in West-Duitsland.
Maar de Russen komen niet. De jongens van Breznjev willen niet voetballen in een land dat onder leiding staat van Augusto Pinochet. Ze eisen een wedstrijd op neutraal terrein.
Die komt er niet: de FIFA eist dat Chili – USSR ‘gewoon’ doorgang vindt.
Op 21 november 1973 staan er elf Chileense voetballers in de betonnen bak die ze het Estadio Nacional noemen. De tribunes, die vroeger plaats boden aan honderdduizend zingende fans, zijn nu gevuld met 15.000 zwijgende soldaten.
De Chilenen zijn er, de Oostenrijkse scheidsrechter Linemayr is er.
Alleen de Russen ontbreken.
Linemayr fluit, het geluid van het rollende balletje weerkaatst tegen het beton en de wedstrijd begint.
Chili tegen niemand.
De aanvallers van Chili trappen de bal een paar keer lusteloos heen en weer, als jongetjes die al een hele middag hebben gespeeld vlak voor ze naar huis gaan.
Dan, min of meer omdat Linemayr erop staat, schiet Francisco Valdes de bal in het uitgestorven doel.
Meteen daarna fluit de scheidsrechter af: er is niemand om de aftrap te nemen.

Een paar dagen na de Schande van Santiago worden de spelers uitgenodigd op het bureau van president Pinochet: hij wenst ze persoonlijk feliciteren met hun prachtige resultaat.
Daar staan ze dan, alle elf op een rijtje, in afwachting van een receptie met de man die hun land heeft vernield.
Pinochet komt de ruimte binnen en begint de spelers een voor een te complimenteren met hun schitterende prestatie. Als hij bij Caszely is aangekomen, houdt de kleine president zijn hand uitnodigend op buikhoogte.
Maar Caszely drukt hem niet.
Hij kijkt er naar. En Pinochet kijkt ook.
Dan zegt Caszely: ‘U weet toch dat er gevangenen lijden?’
Pinochet kijkt hem doordringend aan, steekt dan demonstratief zijn vingers in z’n oren en roept: ‘Ik wil er niets van weten!’
Daarna zegt hij niets meer, en Caszely ook niet. Als ze zo een paar seconden in onheilszwanger zwijgen tegenover elkaar hebben gestaan, vervolgt Pinochet zijn weg langs Caszely’s medespelers.

Moeder
Als Carlos een halfjaar later terugkeert naar Chili, toont zijn moeder hem haar brandwonden. Een gevolg van de folteringen van Chileense soldaten.
Niemand had haar verteld waarom zij, een vrouw die nooit iets verkeerds had gedaan, was opgepakt en gemarteld.
En dan moet Carlos Caszely het haar allemaal uitleggen.