Hoe ons brein ons bang maakt voor niets

Een neutrale prikkel ziet er anders uit in een apenbrein nadat het dier geleerd heeft om die prikkel te associëren met een andere, beangstigende stimulus. Dat schrijven wetenschappers van het Israëlische Weizmann Instituut voor Wetenschap in Nature Neuroscience.

Een veralgemening van angst is kenmerkend voor een angststoornis. Maar hoe dit in de hersenen precies in zijn werk gaat, was nog niet bekend. Daar lichten Rony Paz en zijn collega’s nu een tipje van de sluier. Ze leerden primaten om een stinkend geurtje te associëren met een bepaalde toon. Zo kweekten de onderzoekers aversie voor die toon. Na de training kregen de dieren ook andere tonen te horen. Op tonen die een vergelijkbare toonhoogte hadden, bleken de apen eveneens angstig te reageren.

Via hersenscans zag Paz dat de toonvoorkeur van neuronen veranderde in de amygdala, een hersengebied dat betrokken is bij angststoornissen. Sommige neuronen switchten naar de prikkel die met angst was geassocieerd, en versmalden dus hun foucs; andere verbreedden die net, weg van de angstprikkel. Volgens de onderzoekers ligt hier mede de basis voor de overgeneralisering van angst.