Het jaarlijkse lyrische stuk over John Fante

Als recensenten écht invloed hadden gehad, lag het werk van John Fante in metershoge stapels op treinstations en vliegvelden, werden zijn boeken massaal in het openbaar gelezen, en was er een handvol tv-programma’s aan hem gewijd.

Dat is dus niet het geval. Het is al tijden een min of meer jaarlijks terugkerend fenomeen: kranten en tijdschriften die een paar pagina’s inruimen voor weer een dolenthousiast John Fante-stuk, van weer een schrijver of recensent die zijn hart heeft verloren aan de Italiaanse Amerikaan.

En wel meer dan alleen zijn hart: in de Fante-stukken worden zoveel superlatieven aan elkaar geregen dat het soms lijkt of de recensent ook zijn verstand verloren is. Of op zijn minst zijn kritische vermogen. Dat is een beetje het effect dat Fante’s boeken hebben. Ze spreken zo tot de verbeelding dat de heftige emoties van de licht ontvlambare personages meteen op de lezer overslaan.

Maar: op een beperkte kring van lezers. En daar komen misschien ook de superlatieven vandaan. Die boeken moeten worden opgepikt. De schrijver of de recensent wordt een reclameman, een van-deur-tot-deur-verkoper, een evangelist. En maar blijven hopen dat dít stuk misschien het laatste, beslissende zetje geeft. Misschien als we nog één keer schrijven dat hij beter is dan Salinger en Hemingway bij elkaar?

Doorbraken
De afgelopen jaren zagen we al een paar eeuwige writer’s writers doordringen tot een groter publiek. James Salter – ook zo’n schrijver die al tijden onderwerp was van hartstochtelijke stukken. En vorig jaar, in iets mindere mate, Joseph Roth. Als je maar lang genoeg op het raam blijft bonzen, als je je vinger maar niet van die bel afhaalt, gaat de deur vroeg of laat misschien wel open.

De afgelopen jaren verschenen er nieuwe Fante-vertalingen. Van zijn bekendste roman, Vraag het aan het stof (Ask the Dust). Maar ook van de nóg sterkere romans: De broederschap van de druif, en meer recent: het prachtige Wacht tot het voorjaar, Bandini.

Een mooie aanleiding om van 2015 een Fante-jaar te maken. Ongeveer zoals vorig jaar met Joseph Roth gebeurde. De John Fante-drammers zullen ondertussen hun stukken vol superlatieven blijven schrijven, we zullen die bel ingedrukt houden, net zolang tot het grote publiek onze held eindelijk ontdekt. Literaire gerechtigheid. En dan? Dan zullen we klagen dat de nieuwe lezers geen ‘echte’ liefhebbers zijn, en dat ze hem alleen maar lezen omdat iedereen het doet. Je moet er niet aan denken dat er niets te zeuren valt.