Hoe voedselverspilling een collectieve gewoonte werd

Ons buurland België is op dit moment in de ban van de 20-jarige Jill De Graaf. De studente leeft al een maand op eetwaar dat normaliter in de vuilcontainer van de supermarkt zou belanden, en dat gaat haar goed af. Al die tijd heeft ze geen cent uitgegeven aan eten en drinken. De Belgische wil zo aankaarten dat er iets goed mis is met onze wegwerpmaatschappij. Ook in Nederland wordt veel voedsel weggegooid; per persoon ongeveer 50 kilo per jaar. Daar moet verandering in komen, vindt ook het kabinet. Dit jaar moet de voedselverspilling met 20 procent naar beneden.

Koude aardappelen, beschimmelde kaas, bedorven melk en vlees dat over de datum heen is. Het belandt allemaal in de vuilnisbak. Het zijn vooral kliekjes, maar ook veel verpakt eten, die over de datum heen zijn. Het kost ons gemiddeld 150 euro per persoon per jaar. Niet alleen consumenten gooien veel weg, ook supermarkten kieperen dagelijks veel – eetbaar voedsel – in de vuilcontainers. Het is een probleem dat ook bij het kabinet op de lijst staat. De overheid wil de voedselverspilling dit jaar namelijk met 20 procent verminderen ten opzichte van 2009. Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber van de ChristenUnie kwam eind vorig jaar al met een initiatiefnota voedselverspilling en vorige week ging de Monitor voedselverspilling 2009-2013 naar de Kamer. Dat werd samengesteld door onderzoekers van de Universiteit van Wageningen.

Ook de onderzoekers vinden ook dat er nog te veel wordt weggegooid. “Huishoudens gooien echt veel weg, puur omdat er verkeerd gepland of ingekocht is. We zien het ten opzichte van een paar jaar geleden wel iets afnemen, maar nog veel te weinig,” vertelt Hilke Bos-Brouwers van de universiteit van Wageningen aan HP/De Tijd. Voor het ministerie van Economische Zaken houden ze bij hoeveel voedsel de Nederland verspilt. “Mensen zijn zich er niet van bewust dat ze zoveel weggooien. Ze moeten weten dat ze onderdeel zijn van het probleem en dat ze er wat aan kunnen doen. Er moet dus voortdurend gewerkt worden om mensen zo ver te krijgen minder voedsel te verspillen.”

Gewoonte
De Stichting Ideële Reclame (SIRE) maakte daar al een begin mee, door een campagne te lanceren over kliekjes. En de Belgische Jill De Graaf ging zelfs zo ver dat ze al bedelend langs de supermarkten trok. Al hoeft niet iedereen nu massaal de portemonnee thuis te laten als de boodschappen moeten worden gehaald, vindt Hilke Bos-Brouwers. Maar een vorm van zelfregulering is wel op zijn plaats. “Mensen moeten zich echt bewust gaan worden van de waarde van voedsel. Ze moeten slimmer in gaan kopen, koken en bewaren. Bijna niemand koopt echt naar behoefte. Voedselverspilling is een gewoonte en gewoontegedrag is nou eenmaal heel moeilijk te doorbreken.”

voedsel961

Voor wie moeite heeft met koken en vaak veel te veel kookt, bracht het Voedingscentrum enige tijd terug al een Slim Koken app uit. Want daar ligt ook in 2015 een groot deel van het probleem, zo staat te lezen in het rapport. Bos-Brouwers: “Mensen koken veel op gevoel, maar dat strookt vaak niet met wat er werkelijk nodig. Zonder na te denken wordt het overgebleven eten weggegooid. Mensen praten het verspillen van eten goed voor zichzelf. Dan denken ze dat een grammetje niet zo veel uitmaakt. Maar als iedereen iedere dag een heel klein beetje weggooit, dan kom je uiteindelijk uit op een hele berg.”

Uit de cijfers van de monitor blijkt dat er sinds 2009 niet erg veel veranderd is wat voedselverspilling betreft en dat zet toch grote druk op de doelstelling van het kabinet, om die verspilling met 20 procent terug te dringen. Het is tijd voor actie. Bos-Brouwers: “Er moet meer efficiëntie komen, zowel bij bedrijven als in de huishoudens. Veel mensen weten ook het verschil niet tussen ‘tenminste houdbaar tot’ (producten die lang te gebruiken zijn, zoals rijst en pasta – red.) en ‘te gebruiken tot’ (vlees en voorgesneden groenten – red.). Daarnaast moet de productie van voedsel en de vraag beter op elkaar worden aangepast. Het wordt ook tijd dat de initiatieven in de sector opgeschaald worden, zoals het herverwerken van overgebleven producten, die nog wel goed zijn, tot nieuwe producten. Dat wordt nu slechts mondjesmaat gedaan.”

Volgens de onderzoekster kunnen bedrijven de houdbaarheidsdatum van voedsel ook vaak wel verlengen, omdat veel producten dat toelaten. Dat onderschrijft ook staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken. In een reactie op de initiatiefnota van Dik-Faber laat ze al weten toe te willen werken naar een green deal met bedrijven over de houdbaarheid, omdat er te veel onduidelijkheid is. Misschien moeten we dan toch een voorbeeld nemen uit de Belgische studente?