Jan Smit en het mysterie van de verdwenen ooievaars

Boeeem! Flits! Glasgerinkel. Een doordeweekse zomeravond, de schemering zet in. Mijn aanstaande en ik nippen achter het huis aan een glaasje chardonnay. Plots horen we een harde knal gevolgd door een lichtflits. “Wat is dít?”, klinkt het unisono. Een aanslag? Een implosie van onze schotelantenne? We wonen buiten tegenwoordig. Een donderslag bij heldere hemel, letterlijk?

Snel hijsen we ons uit onze goedkope nep-bear chairs – Gamma, 89,95 euro – omhoog. De aanstaande stoot van schrik haar wijnglas van de leuning. De schotelantenne staat er nog. Maar he, wat is dat daar? Boven de hoogspanningskabels, zo’n honderd meter verderop, dwarrelt een bolvormig rookwolkje.

Stemmen aan de andere kant van de schutting. Daar komt de buurvrouw aangestrompeld. In een strakke, gehaakte jurk op witte pumps. Ze heeft net een modeshow gelopen op de Pompdagen in Heino – de lokale versie van de Parade zeg maar. Ook zij is zich rot geschrokken, ook zij heeft geen idee.

“Vast een vogel”, oppert de buurman. “Eén die op een van de draden is gaan zitten en met zijn snavel per ongeluk de mast heeft aangetikt.”

“Zou best kunnen. Ik zag daar net nog drie ooievaars zitten”, reageert de buuf.

Een geëlektrocuteerde ooievaar? Dat klinkt bizar. Anderzijds: waarom niet? Buurmans oude heer is leraar elektrotechniek. Als iemand het kan weten is hij het wel.

Verdomd! Buurman heeft gelijk. Spreeuwen en zwaluwen mogen dan regelmatig stoïcijns en masse op hoogspanningsdraden bivakkeren, met grote vogels, waaronder ooievaars, loopt het dikwijls minder goed af. Sterker, bij ooievaars blijkt elektrocutie door hoogspanning zelfs een veel voorkomende doodsoorzaak.

Onderzoek langs een ooievaarstrekroute in Israël enkele jaren geleden toonde aan dat 59 procent van de dode ooievaars in aanraking was gekomen met hoogspanningsdraden – deels door aanvliegen, deels door elektrocutie.

In Roemenië legden in 1995 zelfs 40 ooievaars tegelijk het loodje nadat ze gezamenlijk waren neerstreken op een hoogspanningskabel. Een natuurbeheerder vond de dieren dood en verkoold op de grond. Waarschijnlijke werd kortsluiting hen fataal.

En in 2000 zat heel Lissabon een tijdje zonder stroom omdat een ooievaar zichzelf had geëlektrocuteerd.

Ook dichterbij wordt een pitstop op de hoogspanningsmasten ooievaars soms fataal. In België loopt het onderzoek Ooievaars zonder grenzen (ik verzin het niet). Daarbij worden ooievaars van een zender voorzien en gevolgd. Ooievaar Donna, de bekendste van de onderzoekspopulatie, kon tussen 1999 en 2005 een recordaantal van 2033 dagen achterelkaar nauwlettend worden gemonitord. Tot het dier, net terug van een retourtje Sevilla, ergens in Noord-Frankrijk op een elektriciteitsdraad neerstreek en bezweek.

Wat Donna en de andere gevederde langbenen fataal is geworden? Contact met een tweede kabel of een geleider waarschijnlijk, de mast bijvoorbeeld. De lichaamsomvang en spanwijdte van de vleugels van ooievaars is zo groot dat dit kan gebeuren. Door hun grotere lichaamsoppervlak en dikke lange poten trekken grote vogels als ooievaars sowieso meer stroom.

Maar mysterieus blijft het. Helemaal wanneer de buurman am Tatort poolshoogte neemt en niets aantreft. Geen verkoolde ooievaar – laat staan drie, of iets wat daar in de verste verte ook maar op lijkt.

Weer enigszins van de schrik bekomen drinken we er nog een op. Samen met de buren. Glasscherven en geëlektrocuteerde ooievaars: aan gespreksstof geen gebrek.