We hebben Nobelprijzen en literatuurprijzen, maar in muziekland blijft het stil

In Stockholm kreeg Svetlana Alexijevits de Nobelprijs voor Literatuur uitgereikt. Voor muzikanten bestaat geen Nobelprijs. Bob Dylan wordt altijd genoemd door de bookmakers, maar dat is vooral om onwetenden geld uit de zak te kloppen. Mocht Dylan die prijs onverhoopt toch eens winnen, dan is dat een grove belediging voor de literatuur. En voor de muziek trouwens; Dylan kan een aardige songtekst schrijven, maar er zijn er velen die het beter doen.

In de literatuur is het uitreiken van juryprijzen een stuk gangbaarder dan in de muziek. Aan veel van die prijzen wordt serieus waarde gehecht. Tegenover die eindeloze rij van Librissen, AKO’s en P.C. Hooft-prijzen stelt de muziekwereld slechts de Popprijs. Je hebt natuurlijk ook nog de Edisons, maar die bestaan eigenlijk alleen omdat niemand de moeite heeft genomen de organisatie te vertellen dat geen mens die poppenkast serieus neemt. Diverse radiozenders organiseren daarnaast hun eigen awardshows. Die lijken vooral bedoeld ter promotie van het radiostation in kwestie en het zijn vrijwel altijd publieksprijzen.

Verschillende bezigheden
Dat boekenprijzen vaak door jury’s worden bepaald en muziek door het publiek, heeft ermee te maken dat lezen en luisteren twee compleet verschillende bezigheden zijn. Een boek lezen vergt inspanning, je moet het actief doen. Muziek luisteren is juist een passieve bezigheid. Sterker nog, het is haast onmogelijk om muziek die door de ruimte schalt niet te horen. Probeer eens een week in Nederland te verblijven zonder met de muziek van Bløf in aanraking te komen. Dat is een enorme opgave, terwijl je gerust honderd jaar oud kunt worden zonder ooit een letter uit de verzamelde werken van Elsschot te lezen.

Omdat iedereen muziek hoort, denkt iedereen die muziek te kennen en heeft iedereen er een mening over. Dat zie je terug bij De Wereld Draait Door. Gaat het over literatuur, dan mogen mensen uit het boekenvak aanschuiven. Gaat het over muziek, dan plukken ze een of andere schaatser van het ijs die vertelt dat de band in kwestie ontzettend vet en tof is.

3voor12 Award
Gisteren werd in de Tolhuistuin in Amsterdam de 3voor12 Award uitgereikt voor beste Nederlandse album van het afgelopen jaar, een juryprijs die niet de aandacht krijgt die onze grote literatuurprijzen wel krijgen. Ten onrechte, als je het mij vraagt. Vandaar dit stukje.

Onder de twaalf genomineerden waren grote namen. Rapper Fresku, die met zijn album Nooit Meer Terug de ene na de andere maatschappelijke discussie aanzwengelde; hiphopcollectief New Wave, met sterspelers Lil’ Kleine en Ronnie Flex; hardcoreband John Coffey, van dat biertje op Pinkpop.

Winnaar werd een dark horse: de Amsterdamse houseproducer Hunee ontving de 3voor12 Award voor zijn album Hunch Music. In de zaal en op sociale media was de verbazing groot. Meest gehoorde reactie: ‘wie?’ Dat werd retorisch bedoeld, om het ongenoegen uit te drukken. Een opmerkelijk fenomeen: de eigen onkunde wordt aangewend om die van de jury te bewijzen.

Hoe kan zo’n onbekende artiest het beste album van het jaar gemaakt hebben? Allereerst omdat kwaliteit en populariteit niet per se hand in hand gaan. Meer nog omdat muziek net als literatuur ook actief beleefd kan worden. Hunch Music is gemaakt om toon voor toon tot je te nemen. Wie slechts oppervlakkig luistert hoort een inwisselbare houseplaat. Het vergt inspanning en concentratie om de diepere lagen, de details, de voortdurende veranderingen binnen het schijnbaar repetitieve op te merken.

Maar je mag hem natuurlijk ook gewoon ontzettend vet en tof vinden.