Als Marty McFly vloog ik naar het sportjaar 2045

Ik droomde vannacht dat ik Marty McFly was. In mijn DeLorean stuurde Doc Brown mij nog eens dertig jaar de toekomst in. Aangekomen in 2045 kreeg ik een soort contactlens in mijn handen gedrukt. Na een korte weifeling legde ik de lens op mijn linkeroogbal, waarna de interactieve sporteditie van HP/De Tijd mijn zicht vulde. 

‘Bondscoach Sneijder blij met historische kwalificatie WK 2046’, knipperde in mijn linkeroog. Op het moment dat mijn aandacht naar de kop ging, opende het artikel. Technisch snufje. Voor mij zag ik Wesley Sneijder, 61 jaar oud en vijf haartransplantaties verder, in een hologram. Hij had een jasje van de KNVB aan en was zijn Utrechtse tongval nog niet verloren. “Het is lekker dat we erbij zijn. Voor het eerst sinds 32 jaar.”

Of hij nog wist waar het ooit fout was gegaan? “Oh god, ja. Xess Xava was net geboren, of moest nog geboren worden, daar wil ik vanaf zijn. De neus van mijn tweede vrouw zat er in ieder geval nog aan. Danny Blind speelde dat hij bondscoach was. Ondertussen maakte die Bert van Oostveen gewoon de opstelling, dat wist toen niemand. ‘If you can’t stand the heat, get out of the kitchen‘, schreeuwde hij daar altijd bij. Die man was nog gekker dan Sepp Blatter. Grappig trouwens hè, dat die Blatter nog steeds op zijn plek zit.”

Mijn ogen vonden een nieuw artikel: ‘Dumoulin weet nog niet of hij de Tour volgend jaar rijdt’. Oud nieuws, dacht ik, tot het artikel dankzij mijn onbekwaamheid met de nieuwe techniek opende. Daar stond hij, fiets tussen zijn benen. Hij oogde fit, ondanks zijn 54 jaar. ‘Twintigvoudig rondewinnaar Tom Dumoulin weet nog niet of hij volgend jaar zomer aan de start van de volledig in Qatar verreden Tour de France verschijnt’, las ik. “Misschien is het tijd om ruimte te laten voor een nieuwe generatie”, lachte Dumoulin mij toe. “Maar bij mij weet je het nooit.”

“We hebben veel te danken aan de uitschakeling van Oranje in 2015”, hoorde ik Tim Visser – voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond – zeggen in het volgende artikel. “Dat in combinatie met het geweldige WK Rugby van 2015 deed jongens en meisjes massaal beslissen zich in te schrijven bij rugbyverenigingen. Daar plukken we nu de vruchten van. Na de halve finale op het wereldkampioenschap twee jaar geleden, geloof ik dat we in 2047 in staat moeten zijn om de hegemonie van Nieuw-Zeeland te doorbreken.”

Visser werd onderbroken toen het pushbericht van de toekomst in neonletters mijn gezichtsveld binnendrong: ‘NIEUW WERELDRECORD BOLT OP 100 METER’. Ongevraagd opende het nieuwsitem zich, terwijl ik me afvroeg hoe het toch kon dat al die topsporters zolang doorgingen. Ik werd verrast. ‘Thunder Bolt heeft het wereldrecord op de 100 meter sprint verbeterd. De dochter van oud-topsprinters Usain Bolt en Dafne Schippers snelde in Peking naar een nieuwe toptijd van 9,99 seconden en is de eerste vrouw die onder de tien seconden loopt.’

Ik schrok wakker terwijl ‘The Power of Love‘ van Heuy Lewis and the News vanaf mijn wekkerradio de slaapkamer vulde. Langzaam drong het besef zich op dat ik alles had gedroomd. Maar mijn toto-formulier voor 21 oktober 2045 was al ingevuld.