Is de teloorgang van de winkelstraat dan echt nabij?

Het gaat niet goed met fysieke winkels. Ruim negen procent staat leeg. Onlangs gingen onder meer V&D, drogisterij DA, Dixons, MyCom en Macintosh failliet. De omzet van internetwinkels is geëxplodeerd. Zal deze trend doorzetten? De Feitenfirma zocht het voor u uit.

Op 4 december 2015 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een juichend persbericht over de gang van zaken in de detailhandel in Nederland. De intro luidde: “Het ging in het derde kwartaal opnieuw beter met de detailhandel. De omzet kwam twee procent hoger uit dan in het derde kwartaal van vorig jaar, de grootste omzetgroei in de afgelopen zeven jaar. Het volume steeg in de afgelopen acht jaar niet zo hard.” 

Je zou zomaar kunnen denken dat de zon nu eindelijk doorbreekt in de winkelstraten van Nederland. Want niet alleen stijgt de omzet van de winkeliers, ook het aantal faillissementen nam fors af: in het derde kwartaal moesten 127 winkeliers hun deuren sluiten. Tegelijkertijd kwamen er 3900 nieuwe winkels bij. Neem je daarbij in overweging dat een faillissement niet altijd een permanent gesloten winkeldeur betekent omdat er ook regelmatig via een faillissement wordt ‘doorgestart’, dan zou je zeggen: begin een winkel.

Tot zover het CBS. Hiermee wordt meteen het nut van het zoeken naar de cijfers achter de cijfers duidelijk. Die zijn – als je de tijd neemt – ook allemaal via het statistiekbureau te achterhalen, maar daarmee vervalt niet de noodzaak van het regelmatig heroverwegen of nuanceren van definities, en het verhelderen van de context. Dat doe ik dan ook bij dezen. Gaat uw sigarenzaak om de hoek failliet, dan is dat één faillissement. En één werkloze. Maar gaat, zoals eind december 2015 gebeurde, V&D failliet, dan is dat ook één faillissement.

Maar het zijn 62 winkels en 250 vestigingen van La Place. Meer dan 10.300 mensen die hun baan verliezen. In het vierde kwartaal gingen de ketens BAS Group (Dixons, iCentre, MyCom), drogisterij DA en Macintosh (het moederbedrijf van Scapino, Dolcis, Invito, PRO Sport, Hoogenbosch Retail Group, Brantano.en Manfield) failliet.
In de statistiek over het vierde kwartaal zullen ze terugkeren als vier faillissementen. Toch gaat het om meer dan vijfhonderd winkels en ruim 20.000 werknemers.

Een groot deel van deze winkels zal doorstarten, de slechtst lopende filialen blijven dicht. De oudste en duurste werknemers blijven thuis op de bank, in een arbeidsmarkt die hun weinig tot geen perspectief te bieden heeft. Jong, goedkoop en flexibel: daarvoor is ruimte genoeg, want het aantal onvervulde vacatures in de detailhandel nam in het derde kwartaal 2015 met zeventien procent toe. Medio 2015 stond ruim negen procent van alle winkels in Nederland leeg; dat is een stijging van ruim vijftig procent ten opzichte van 2010, toen zes procent leeg stond. In sommige zogenaamde krimpregio’s zoals Groningen en Limburg is het een tendens die aanvankelijk losstond van de recessie: het aantal inwoners neemt er af en daarnaast is de samenstelling van de bevolking er ongunstig voor de koopkracht. Maar toen de recessie er de afgelopen jaren nog eens bij kwam, steeg de leegstand tot soms meer dan vijftien procent. Stelt u zich eens voor: één op de zes winkels staat dan te huur. In deze cijfers zijn de gevolgen van de failliete ketens uit het vierde kwartaal nog niet eens meegenomen.

Veel gemeentes nemen nu dan ook besluiten die het openen en zelfs overnemen van winkels beperken als zo’n winkel zich niet in een aangewezen kernwinkelgebied bevindt. Delen van winkelstraten zullen een woonfunctie (terug)krijgen. Het ligt voor de hand dat ook de combinatie woonhuis/winkel terugkeert. Dat was nog maar vijftig jaar geleden het dominante model: een winkel werd geëxploiteerd door een echtpaar, al dan niet met bijspringende kinderen. Het gezin woonde dan boven en achter ‘de zaak’. Deze speciaalzaken, waarvan er soms honderden waren in één winkelstraat, verloren hun bestaansrecht door de opkomende warenhuizen en filiaalbedrijven die door schaalgrootte flinke exploitatie- en inkoopvoordelen behaalden.

Hierdoor steeg de gemiddelde oppervlakte van een winkel van circa vijftig vierkante meter in 1965 tot 284 vierkante meter in 2015. Leegstaande winkels zijn nu doorgaans kleiner van oppervlak en de ‘mom and dad’-winkels keren erin terug: kappers, kleine modewinkels, broodjeszaken. Van die 3900 nieuwe winkels – of liever: detailhandels – die er in het derde kwartaal bijkwamen, ziet u weinig tot niets als u door winkelstraten of in winkelcentra loopt. Dat kan kloppen, nieuwe detailhandels zijn in de praktijk overwegend nieuwe webshops en daarvoor kwalificeer je ook als je je bij de Kamer van Koophandel inschrijft om vervolgens vanaf je keukentafel 33 kralen per week te verkopen.

Toch zijn het de webshops die voor deze enorme disruptie zorgen. Dat begon ergens medio jaren negentig. Internet bestond al, maar de uitvinding van de eerste webbrowsers en bijbehorende talen zoals HTML brachten het gebruik in een stroomversnelling.
Wie in Nederland de allereerste webshop opende, is moeilijk te achterhalen. Velen claimen het te zijn geweest. Maar het was ongetwijfeld Hot-Orange.nl dat als eerste de ambitie van een volledig online-warenhuis koesterde. Grote kans dat u er nooit van heeft gehoord. Alles zou er te koop moeten zijn. In een tijd waarin winstgevendheid ongeveer het laatste was waar investeerders zich zorgen over maakten – dat kwam vanzelf als je eenmaal heel veel eyeballs had verzameld – staken verstrekkers van risicokapitaal, zoals het Nederlandse Nesbic (onderdeel van Fortis) er miljoenen in.

In augustus 2001, toen de zogenaamde internetbubbel was gebarsten, vroeg het in 1999 met tamtam gestarte initiatief uitstel van belang aan. Er was acuut vijf miljoen euro nodig, en dan nog wachtte grote onzekerheid, want het bedrijf had een cash burn rate dat elk voorstellingsvermogen te boven ging. Het faillissement volgde snel en daarmee vaporiseerde ruim zes miljoen gulden van investeerders en waarschijnlijk een veelvoud van dat bedrag dat leveranciers verschuldigd was. Ene Jan Kees de Jager zou er in het topmanagement gewerkt hebben. Dan kun je altijd nog minister van Financiën worden en later financieel directeur van KPN, zijn huidige functie.

Kort daarna, ook in 2001, volgde het faillissement van De-Winkel.nl, een net zo ambitieus initiatief als de naam doet vermoeden. Met de kennis van nu is het meer dan koddig dat de Volkskrant op 7 november 2001 kopte: ‘Leegstand dreigt in digitale winkelstraat’.

Want na jaren van wat Alan Greenspan later ‘creatieve destructie’ noemde – de in zijn ogen normale en ook noodzakelijke sanering binnen al te snel groeiende en verouderde bedrijfstakken – ontstond de voedingsbodem voor de huidige successen van internetwinkels. De Volkskrant wist een jaar later – op 3 september 2002 – te melden dat het Duitse mediaconcern Bertelsmann overwoog z’n digitale winkeldochter Bol.com te koop te zetten. Met een omzet van enkele tientallen miljoenen claimde Bol.com toen een marktaandeel te hebben van vijftig tot zestig procent. Bertelsmann investeerde zo’n zestig miljoen maar voorzag pas vanaf 2006 winstgevendheid, een te lange termijn. In 2010/2011 zou de Nederlandse omzet dan op vijftig miljoen euro moeten liggen. Aldus de plannen. Dus werd het bedrijf met een zeer fors verlies in 2003 afgestoten om vervolgens in 2004, met andere eigenaren, voor het eerst winst te maken.

Maar ook die nieuwe eigenaren wilden er bij het uitbreken van de crisis in 2008 weer van af. In 2009 werd het verkocht aan Cyrte Investments, waarin John de Mol nog aandeelhouder was. Inmiddels is Bol.com eigendom van Ahold, het moederbedrijf van Albert Heijn. In 2014 werd 680 miljoen euro aan omzet gedraaid, in 2015 zou dat zomaar 25 procent méér kunnen zijn. Bij het schrijven van dit artikel waren de cijfers er nog niet. Zou Bol.com met enkele tientallen miljoenen in 2002 inderdaad een marktaandeel van vijftig tot zestig procent hebben gehad, dan zou de hele markt veel kleiner dan honderd miljoen zijn geweest. Het CBS meldde dat in het eerste halfjaar van 2015 in ons land voor ruim acht miljard online is gewinkeld. Omdat de piek in de detailhandel, dus ook online, doorgaans in het vierde kwartaal valt, zou er over heel 2015 zomaar twintig miljard omgezet kunnen zijn.

Dat is twintig miljard die niet in gewone winkels werd omgezet en die trend zet door. 2015 zal vijftien tot twintig procent méér online-omzet hebben gekend dan 2014. De komende jaren valt een verdere toename te verwachten.
Want terug naar de anekdotische 33 kralen per week die je voor de Kamer van Koophandel al detaillist maken: starten kan letterlijk vanaf je keukentafel, vrijwel alle diensten zijn tegen variabele kosten in te kopen. Vergelijk dat eens met de vaste maandelijkse huur-, exploitatie- en personeelskosten die gepaard gaan met het openen van een fysieke winkel.

Maar is de winkel in een winkelstraat dan echt ten dode opgeschreven? Die kans lijkt niet erg groot en in dat verband is Apple een mooi voorbeeld. Iedereen is nu gewend aan het fenomeen Apple Store, maar weinigen weten nog dat de stores uit armoede zijn geboren. Steve Jobs was ontevreden over de aanwezigheid en presentatie van zijn producten bij de grote winkelketens en bedacht dat hij het beter zelf kon doen. Hoon viel hem ten deel, maar hij zette door. In 2001 werden in de VS de eerste stores geopend; op dit moment is het een wereldwijde keten met een omzet van tientallen miljarden.
Ook in Nederland is er een voorzichtige trend dat webwinkels fysieke winkels openen, omdat klanten producten willen kunnen zien, voelen en proberen.

Ten slotte kunnen fysieke winkels ook nog fungeren als ophaalpunt voor pakjes die online zijn gekocht./