Het Hollywood in ‘Hail, Caesar!’ is om verliefd op te worden

Deze week in de bioscopen: de nieuwe film van Joel en Ethan Coen Hail, Caesar! is een mooie maar wat holle ode aan Hollywood uit de jaren vijftig. En het drama Mediterranea zit verstrikt in clichés over vluchtelingen.

Hail, Caesar! (****)
Joel en Ethan Coen staan niet bekend om hun recht-toe-recht-aan-films. Ook al zijn de films soms in een genre in te delen – Intolerable Cruelty en Burn After Reading: komedies, No Country For Old Men en Blood Simple: thrillers – de twee broers geven er altijd een eigen twist aan. Meestal door absurde situaties, vervreemdende dialogen of karakters die buiten iedere groep vallen. Maar in hun nieuwste film Hail, Caesar! lijken de Coens niet te kunnen kiezen wat voor een soort film ze wilden maken. Wat overblijft is een vermakelijke maar wat zwalkende productie, waar je door humor en de liefde voor film toch ook zelf een beetje verliefd op wordt, of op zijn minst voor valt.

Voor Hail, Caesar! keren de gebroeders Coen terug naar het Hollywood van begin jaren ’50, de tijd waarin de macht van de grote filmstudio’s langzaam afbrokkelde. Zij moesten hun eigen bioscopen verkopen en de tv sloop op grote schaal de huiskamers binnen. Om toch hun films aan een groot publiek te kunnen verkopen, zetten de studiobazen steeds meer in op spektakel: westerns, waterballetten en epische films die zich afspeelden in de oudheid. Zo zet Capitol Pictures al zijn geld in op het laatste genre met de film Hail, Caesar!, een groots opgezette productie over het oude Rome met in de hoofdrol de grote Hollywoodster Baird Whitlock, gespeeld door George Clooney. Studiobaas Eddie Mannix (gespeeld door Josh Brolin) moet er alles aan doen om de film tot een succes te maken om zo het voortbestaan van de studio niet in gevaar te brengen. Als Whitlock wordt ontvoerd, breekt dan ook de pleuris uit, zeker als een groep communisten achter de ontvoering blijkt te zitten.

Joel en Ethan Coen hebben Hail, Caesar! volgestopt met verwijzingen naar het oude Hollywood. Zo heeft Scarlett Johansson een prachtige kleine rol als zwemmer DeeAnna Moran in grote waterspektakels. Ze is gemodelleerd naar de beroemdste zwemmende actrice uit Hollywood: Esther Williams. Moran is in beeld een plaatje, maar buiten beeld een chagrijnig, grofgebekt kreng. Het bad dat voor de waterscènes werd gebruikt is het originele bad waar actrices als Wiliams in zwommen.

Clooney doet op zijn beurt als Baird Whitlock denken aan Kirk Douglas; westernacteur Hobie Doyle (sullig maar ijzersterk gespeeld door Alden Ehrenreich) aan de zingende cowboy Kirby Grant, en Channing Tatum waagt zich – zeer verdienstelijk – aan een flink potje tapdansen à la Gene Kelly in On the Town.

Een van de onderwerp in Hail, Caesar! is bovendien zeer actueel: religie versus film. Een paar weken geleden wist een katholieke beweging in Frankrijk een proces te winnen waardoor Lars von Triers Antichrist voorlopig niet mag worden vertoond of verkocht. In Hail, Caesar! spreken een rabbijn, een priester, een dominee en een orthodoxe christen over de toelaatbaarheid van een film. De rabbijn heeft verder geen mening, de katholiek des te meer.

Maar na een tijd loopt het verhaal spaak en raakt de film verstrikt in thema’s als de communistische heksenjacht, het katholieke geloof en de Hollywood bubble. Het is te danken aan de cast, de vormgeving en het regieplezier van de Coens dat de film toch overeind blijft. Let ook op de hilarische tussenkaarten in het begin: “Divine presence to be shot.

Ook te zien:

Mediterranea (***)
Gelukszoekers en vluchtelingen; beide begrippen houden Europese politici momenteel in een houdgreep. Regisseur Carpignano laat in Mediterranea – over de uit Burkina Faso afkomstige Ayiva en Abas die aanspoelen in Zuid-Italië – alle nuance varen en creëert valse tegenstellingen. Italianen zijn racisten en de Afrikanen kunnen niet anders dan hiertegen rebelleren. De een werkt hard, de ander raakt totaal de weg kwijt. Carpignanon’s verhaal is warrig. In de Nederlandse documentaire Those Who Feel The Fire Burning werd een veel samenhangender verhaal verteld. Maar de scène van de overtocht is indrukwekkend in beeld gebracht. Zie je maag maar eens in bedwang te houden.

Ter gelegenheid van de première van Hou Hsiao-hsiens martialartsfilm The Assassin volgende week brengt EYE nu twee oude films van hem opnieuw uit: A Time to Live, a Time to Die (****) uit 1985 en Dust in the Wind (****) uit 1986. De eerste laat op poëtische wijze de jeugd zien van Hou in het Taiwan van de jaren ’50 en ’60, de tweede gaat over een jeugdliefde. Beide films draaien in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven en Utrecht. Een unieke kans om deze bijzondere films op het witte doek te zien.