De wet van Murphy is het amateurexcuus van Louis van Gaal

Terwijl Louis van Gaal zich donderdag op een bank in het Deense Herning zat te verbijten, lieten mijn teamgenoten en ik zich voor de zoveelste keer dit zaalvoetbalseizoen als makke lammetjes naar de slachtbank brengen. Nog voor het einde van de eerste helft – we keken reeds tegen een 1-4 achterstand aan – verzuchtte de aanvoerder: “Ik dacht dat we alles wel hadden gehad voor dit seizoen.”

Het had er vooraf nog zo goed uitgezien. We bevonden ons weliswaar midden in een serie die Feyenoordiaanse proporties aan begon te nemen – we haalden één punt uit de laatste zeven wedstrijden. Maar dat ene punt werd behaald in de laatste wedstrijd en de ziekenboeg begon eindelijk leeg te raken. “Ik voel dat ik vandaag weer in de flow zit,” zei een teamgenoot die voor langere tijd afwezig was en een week eerder zijn rentree had gemaakt. We hadden er zin in, deze wedstrijd zou het begin zijn van de ommekeer.

Eenmaal in de zaal was het snel gedaan met de hoop en daarmee onze goede bedoelingen. Ballen op de paal, geblokkeerde schoten die precies in de voeten van de tegenstander vielen, een verstuikte enkel, een bal in het gezicht van de keeper, ballen die tergend langzaam tussen benen door het doel in rolden. Comedy Capers. Onder het heldere licht ging andermaal alles mis wat er mis kon gaan. De wet van Murphy, voor de achtste wedstrijd op rij. “Het was niet nodig,” zei de keeper na de 1-6 nederlaag. Het is met ‘kom op nou jongens’ zijn meest gebruikte zin van de laatste weken. We knikten, maar wisten beter.

Gedeelde smart
Nadat we in de kantine toch maar een biertje hadden besteld, werden de telefoons gepakt om te kijken wat Manchester United had gepresteerd tegen FC Midtjylland. “2-1 verloren,” stelde de aanvoerder, die niet voor niets aanvoerder is en de informatie het snelst tevoorschijn toverde. We grinnikten wat, want gedeelde smart is nog altijd halve smart. Daarna stak ondergetekende een verhaal af over het datagebruik bij Midtjylland, Rasmus Ankersen en Moneyball. Sommigen luisterden, anderen dronken hun glas leeg.

De volgende ochtend las ik de reactie van Van Gaal op de volgens velen beschamende nederlaag in Denemarken. Het had niet meegezeten zei de geplaagde coach, die voor de elfde keer dit seizoen een officiële wedstrijd verloor. Keeper David de Gea was vlak voor de wedstrijd geblesseerd geraakt, dat was in het hoofd van de andere spelers gaan zitten. Daarbij hadden ze legio kansen gehad, maar die waren ze vergeten af te maken. De wet van Murphy had volgens Van Gaal een belangrijke rol gespeeld.

Ik schrok. De man die er om bekend stond het toeval altijd en overal uit te bannen, die de beste was van Amsterdam, Alkmaar, Barcelona, München en waar al niet meer. De man die het aandurfde een keeper te wisselen in de kwartfinale van een wereldkampioenschap en die een gouden pik werd toegedicht door een van zijn sterspelers. Die man gebruikte nu dezelfde excuses als spelers uitkomend voor het 22ste zaalvoetbalteam van Hercules uit Utrecht.

Die constatering stemde mij treuriger dan onze eigen nederlaag.