Navelstaren op G20-top: wie o wie trekt de kar?

Het blijft somberheid troef op de beurzen. De nervositeit onder beleggers is groot en de graadmeters jojoën op en neer zonder vooruitgang te boeken. De roep om actie neemt dan ook toe en tegen deze achtergrond vergadert de groep van de twintig grootste economieën (G20) over het beleid. De kans op een gecoördineerde actie van de G20 is klein. Iedereen zit te navelstaren en hoopt vooral dat de ander wat gaat doen, terwijl er een wereldwijde recessie op de loer ligt.

Men probeert vooral alle verantwoordelijkheid af te schuiven op de centrale banken. Maar die hebben hun best gedaan om de economie en het financiële systeem overeind te houden na de crisis. De middelen van de centrale bankiers zijn echter uitgeput. Met het monetaire verruimingsbeleid is kostbare tijd gewonnen, maar zonder steun uit andere hoek en hervormingen kan het de economie niet uit het sloop trekken.

De geldkraan van de centrale banken slaagt er maar niet in om meer geld in de broekzak van de consument te laten stromen. De lonen stijgen niet, er is geen inflatie en ondanks de lagere olieprijs geven wij niet veel meer uit. Is het daarom niet tijd om onze vriend Keynes van stal te halen?

De Engelse econoom John Maynard Keynes bedacht in het eerste deel van de vorige eeuw al dat overheden in slechte economische tijden juist meer moeten gaan investeren en uitgeven. Op dit gedachtegoed werd na de Tweede Wereldoorlog de verzorgingsstaat gesticht. De vrijmarktdenkers hebben het niet zo op Keynes en zijn theorieën raakten vanaf de jaren zeventig in onmin.

Keynes heeft echter nooit beweerd dat de overheid maar met geld moet blijven smijten. Hij geloofde ook niet in een alles bepalende grote overheid, maar in een samenspel van monetaire en fiscale maatregelen. De overheid moet investeren in tijden van economische zwakte en geld opzij zetten tijdens bloeiperioden. Maar dat laatste gebeurt natuurlijk niet. Het probleem zit niet in de theorie, maar in de uitvoering daarvan.

Doordat de politieke beleidsmakers verzuimen om de juiste maatregelen te nemen worden de centrale banken gedwongen tot wanhopige maatregelen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) roept de G20-economieën dan ook op tot het nemen van ‘moedige’ maatregelen om de groei te stimuleren. Het fonds legt daarbij vooral de nadruk op meer fiscale stimulering oftewel meer overheidsinvesteringen en structurele hervormingen.

De ministers van Financiën van de G20 lijken geen gehoor te geven aan de oproep van het IMF. Jack Lew, de Amerikaanse bewaarder van de staatskas, boorde deze week de hoop op een stevige gezamenlijke reactie van de G20 de grond in.

Lew riep op zijn beurt China op meer te doen om de binnenlandse consumptie aan te jagen. Ook dringen de Amerikanen al lange tijd aan op meer fiscale stimuleringsmaatregelen van de Europese landen met een handelsoverschot, zoals Duitsland. Volgens Lew is de zwakke wereldwijde vraag een probleem dat niet kan worden opgelost door alleen maar in hoopvolle verwachting naar Uncle Sam te kijken.

Lew merkte daarbij op dat de reële economie het beter doet dan de financiële markten denken. Volgens hem is er helemaal geen crisis en zijn crisismaatregelen dus niet nodig.
Veel valt er dus niet te verwachten van de G20-top, die vrijdag en zaterdag wordt gehouden in Shanghai. Het vormt wel een mooie gelegenheid voor gastland China om de microfoon te pakken en duidelijkheid te verschaffen over het valutabeleid. Een toezegging dat China niet uit is op een valutaoorlog door de eigen munt te devalueren zou welkom zijn.

Ons eigen land kreeg deze week een pluim van Moody’s. Het door het kabinet aangekondigde pakket belastingverlagingen van 5 miljard euro is volgens de kredietbeoordelaar goed voor de consumentenbestedingen en de Nederlandse economie. Ga zo door, zou ik zeggen. Nieuwe plannen voor een verdere lastenverlichting heeft het kabinet echter niet. We komen er daarmee nog altijd bekaaid vanaf aangezien de belastingen in de afgelopen jaren met 20 miljard euro zijn verhoogd.

Het is de hoogste tijd voor verandering. De slimste mens ter wereld Albert Einstein leerde ons al dat het waanzin is om steeds hetzelfde te blijven doen en toch elke keer andere resultaten te verwachten. Dus beleidsmakers, verander uw aanpak want verandering van spijs doet eten of beter gezegd consumeren.