Milaan-San Remo en de triomftocht van Arie den Hartog

Een kleine 300 kilometer heeft het peloton zaterdag voor de wielen. Vanuit Milaan rijden ze over onder andere de Cipresa en de Poggio naar de Via Roma in San Remo. Een Nederlandse winnaar lijkt La Primavera opnieuw niet te krijgen. Slechts drie keer stond er een landgenoot op de hoogste podiumtrede in Italië. Arie den Hartog was in 1965 de eerste.

Doodzenuwachtig was Den Hartog voorafgaand aan Milaan-San Remo, zo zou hij in meerdere interviews na zijn historische overwinning vertellen. Hoewel de pas 23-jarige renner uit Zuidland zijn sporen al had verdiend en als neoprof verbonden was aan het Franse Ford-France Gitane, de ploeg van vijfvoudig Tour-winnaar Jacques Anquetil, maakte hij zich zorgen over de hardheid van de koers. “Die gekke Italianen vlogen er vanaf het begin als raketten in. Iedere plaats waar wij doorheen kwamen, had zijn eigen favoriet. En zij wilden allemaal als eerst hun eigen dorp inrijden,” zei hij in 2010 tegen Trouw.

Hij overwoog zelfs af te stappen. Niets voor hem, al dat ‘gefriemel’ in het peloton. Bemoedigende woorden van ploeggenoten voorkwamen dat de latere winnaar vroegtijdig in de remmen kneep. Kilometer na kilometer maakte Den Hartog vervolgens zijn door valpartijen opgelopen achterstand op de eersten in de race goed. Ter hoogte van de Cipresa, op een kleine dertig kilometer van de streep, sloot hij aan bij een groep. “Zijn dit de eerste?” vroeg de renner. “Nee, er zijn er nog twee vooruit,” luidde het antwoord, waarop Den Hartog nog harder doortrapte. Hij voelde zich plots ‘supersterk’.

Spurt

Op ruim tien kilometer voor de streep sloot de jonge Nederlander aan bij koplopers Vittorio Adorni en Franco Balmamion, die onaangenaam verrast waren door de ongenode Nederlandse gast op hun Italiaanse feestje. De twee lieten Den Hartog vanaf dat moment al het kopwerk doen, probeerden hem zelfs ‘een kunstje te flikken’ door hem van de weg te rijden en stelden hem geld in het vooruitzicht als hij een van hen zou laten winnen. Het bracht de nuchtere Zuid-Hollander niet van de wijs, aangekomen op de Via Roma spurtte hij voor Adorni en Balmamion naar de zege.

Behalve de onmetelijke eer leverde het hem 600 gulden. Geld dat Den Hartog ook nog eens moest delen met de rest van de ploeg. “De renners die de race hadden uitgereden,” vertrouwt hij Jean Nelissen in 2005 toe. Aan het strand in San Remo vertelt de oud-winnaar de vermaarde wielerjournalist zijn verhaal. Het is de eerste keer in veertig jaar dat hij terug is op de plek waar hij naam maakte. De palmbomen en het strand brengen Den Hartog terug in de tijd. Hij is trots: “Er zijn drie Nederlanders (Jan Raas en Hennie Kuipers waren de anderen, red.) die de rit gewonnen hebben, en daar hoor ik toch maar mooi bij.”

Rijwielhuis
Den Hartog gaf zijn loopbaan na zijn zege in La Primavera een succesvol vervolg. In 1967 won hij de Amstel Gold Race, in 1968 was hij een van de knechten die Jan Janssen aan zijn eindzege in de Tour de France hielp en in 1970 legde hij beslag op de bolletjestrui in de Ronde van Zwitserland. Na zijn pensioen als wielrenner begint hij, hoe kan het ook anders, een fietshandel in Sittard. Op de website van Rijwielhuis Arie den Hartog wordt nog altijd melding gemaakt van de historische overwinning van zijn oprichter, 51 jaar geleden.

Update: uitslag van de 107e editie van Milaan San-Remo 
1. Arnaud Demare
2. Ben Swift
3. Jurgen Roelandts