Niet de burger hoeft uit te vogelen of het Kamerlid zijn vrouw slaat

In een representatieve democratie stemt de burger niet zelf, maar kiest het volk vertegenwoordigers die deze taak voor hen uitvoeren. Ze krijgen een ruime financiële vergoeding en een royale afvloeiingsregeling bij vertrek, zodat ze vrijuit kunnen spreken en handelen. Ze zijn onschendbaar en kunnen niet vervolgd worden voor uitspraken die zij in het parlement doen. Ook hebben volksvertegenwoordigers onafhankelijkheid: verkozenen hebben een persoonlijk mandaat met de kiezer en niemand kan hun zetel afnemen.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 deden er in totaal 972 kandidaten mee. De beste volksvertegenwoordiger kiezen uit zo’n enorm aantal deelnemers is onbegonnen werk voor burgers. Het inlezen op de kandidaten is een heidense klus, laat staan om uit te vogelen of kandidaten hun vrouw slaan, bij buren door de brievenbus pissen, er dubieus declaratiegedrag op nahouden, en ander crimineel gedrag.

Fijn dus dat er politieke partijen zijn. Door de bank genomen hebben zij partijbeginselen of een of ander manifest, en schrijven ze verkiezingsprogramma’s waarin de vertaling van die uitgangspunten in concrete maatregelen staan. Bij de afgelopen verkiezingen deden er 21 groeperingen mee, waarvan er een stuk of 12 een reële kans op een zetel maakten. Een keuze op (een kandidaat van) een partij maakt de wereld dus een stuk overzichtelijker.

Daarnaast testen en selecteren de partijen de kandidaten op kwaliteit, kennis, kunde. Ze stomen de kandidaten klaar om het werk van een parlementariër uit te kunnen voeren zodat ze begrijpen welke offers moeten worden gebracht om deze belangrijke politieke functie te vervullen.

Het AD schrijft vandaag over de screeningsmethoden van verschillende partijen. Een aantal ervan heeft aangegeven hun kandidaten beter te screenen. De VVD bijvoorbeeld, gaat voor het eerst in de historie van hun Kamerleden eisen dat zij een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen. Daarmee is niet uitgesloten dat mensen met een strafblad in de Kamer komen voor de liberalen (er wordt nergens gesteld dat het een reden voor uitsluiting is), maar dan weten ze er maar van. Andere partijen zijn niet van plan iets te veranderen aan hun methodes.

Dat uitgebreide, minutieuze screening bij partijen nog geen gemeengoed is, mag bizar heten. Op eigen kracht zou niemand een Kamerzetel niet bemachtigen, dus als politieke partij ben je de eisende partij. Bovendien hebben afgescheiden partijleden die voor zichzelf zijn begonnen de stabiliteit van het kabinet in gevaar gebracht.

Afgelopen jaren zijn er tientallen Kamerleden vertrokken. Regelmatig omdat ze niet goed genoeg gescreend waren (integriteitskwesties). Soms met een goede reden, maar regelmatig omdat het Kamerlidmaatschap niet bracht wat men ervan verwachtte, omdat het reizen van Friesland naar Den Haag te zwaar valt of zelfs zonder duidelijke opgaaf van reden. Dat mag partijen worden aangerekend.

Als intermediair tussen volksvertegenwoordigers en kiezers hebben politieke partijen een belangrijke verplichting naar de kiezers om de taferelen van deze kabinetsperiode te voorkomen en het aanzien van het parlementarierschap te verbeteren.