Porgy Franssen is klaar met acteren: ‘Acteurs zijn hoeren’

Vanaf zijn tweede kreeg Porgy Franssen (1957) al te horen dat hij toneelspeler zou worden, en inderdaad. Na veertig intensieve jaren op de bühne heeft hij het trucje wel door en neemt hij wat gas terug. Hij wil eigenlijk alleen nog voorstellingen spelen die er écht toe doen, zoals de monoloog Novecento in zijn eigen huiskamer. ‘Ik leef voor het eerst op bijstandsniveau en ik heb er geen last van.’

We hebben elkaar nog nooit ontmoet, maar ik denk dat jij een ongelooflijk leuke man bent, na lezing van de knipselmap. Klopt dat?
“Begin je zo bij iedereen die je spreekt?”

Nee hoor, maar je komt zo vreselijk eerlijk over. En daar houden wij van.
“O god, je hebt zeker mijn interview in de Volkskrant gelezen? Daar heb ik wel spijt van. Er kwam een jong meisje langs en ik denk dat ze weinig gevoel had voor journalistieke ethiek. Want je moet degene die je interviewt toch een beetje beschermen, vind ik. En ik heb echt haatmails gehad na dat interview.”

Wat je daarin zei viel toch wel mee?
“Dat vond ik zelf ook wel, hoewel ik het nooit meer heb durven teruglezen. Het viel totaal verkeerd, vooral bij de familie van mijn ex-vrouw, die bepaalde zinnen toch wel heel verkeerd heeft opgevat. Bijvoorbeeld dat ik zei in die zestienjarige relatie nooit een keer met haar gepraat zou hebben. Inderdaad: wij praatten weinig, maar daar was ik natuurlijk zelf bij. Ik vond het interessant om dat te melden, maar ik zei het vooral om de hand in eigen boezem te steken. En helemaal niet om mijn ex de schuld ervan te geven.”