Daar is de sportcolumnist met het slappe karaktertje weer

Zo af en toe vraagt iemand de sportcolumnist of hij ergens te gast wil zijn. Vaak moet er ook nog iets gedaan worden – voor niets gaat alleen de zon op, de sukkel. (Als de zon zzp’er was, verziekte hij de markt.) De sportcolumnist zegt dan meestal ja. Direct gevolg van zijn slappe karaktertje.
‘Leuk,’ voegt hij er in de meeste gevallen nog aan toe ook.

(‘Dag dokter, ik heb zo’n vreselijke last van zweetvoeten. Zou de schimmel tussen mijn tenen er iets mee te maken kunnen hebben?’ ‘Gaat u maar liggen, dan kijk ik wel even. Leuk!’)
Meestal betreft het een avondje in een zaaltje. Die -jes staan daar met een reden, want aan echte avonden in volwassen zalen is de sportcolumnist nog niet toe. Wel aan de radio trouwens – want die redactiejongens en -meisjes weten de weg naar het peperkoekenhuisje van Heinen and family wel te vinden.
‘Meneer Heinen, wilt u morgenmiddag iets komen vertellen over Tom Dumoulin?’
‘Ik weet niet zo erg veel over Tom Dumoulin.’
‘Wij briefen u. Graag anderhalf uur van tevoren aanwezig zijn. Vanwege de herfstvakantie zenden we uit vanaf Texel. Er zijn broodjes.’
‘OK. Leuk!’
En daar gaat Het IJdele Ei alweer, op weg naar vreemden die hij een plezier denkt te doen. #Life, zou je eraan kunnen toevoegen.
(‘Zeg dan eens nee!’ roept de vriendin vanaf de bank. Lekker dan. Altijd de mond vol van principes en after eight. Ze zal nog verbaasd staan te koekeloeren op de dag dat ik haar aan het Letterkundig Museum verpats, voor drie ruggen en een rol drop. Kan ze de rest van haar eenvoudig leven in een vitrine op de bank liggen, tussen de stofzuiger van Vestdijk en de haarlak van Connie P.)

Twee jaar geleden werd ik door mijn boterzacht gemoed naar het Rembrandtplein geloodst. Daar vonden, boven een café uit de hel, de opnames plaats van het programma WK Daily. Een dagelijkse online talkshow over het WK, gepresenteerd door Neal Petersen, een vriendelijke kerel die er altijd pas gewassen uitziet. Van dat programma herinner ik mij nog drie dingen: mijn gloedvolle betoog tegen het opstellen van de Italiaanse aanvaller Immobile (die scoorde namelijk nooit), mijn tersluikse blikken in de camera – niet zozeer als een konijn in de koplampen, als wel… nou ja, toch als een konijn in de koplampen – en de andere gast, rapper Brainpower, die mij na afloop omhelsde en zei dat we ‘sowieso iets samen moesten gaan doen’.
Dat kwam er niet van – ligt net zo goed aan mij als aan Brain, trouwens. En ik bleek de namen Immobile en Insigne door elkaar te hebben gehaald. Immobile scoorde in die tijd ongeveer om de tien minuten.
Toch mailden ze een jaar later nog eens. Het programma heette intussen Afkicken en was een wekelijkse voetbalshow geworden. En weer mailde ik ‘Leuk’ terug. Speciaal voor de friturende studiolampen trok ik mijn dikste Alaskatrui aan. Ditmaal waren de opnames in een soort man cave in de buurt van de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Even verderop lag het IJ in al zijn majesteit, en ik stond tussen de snoeren en de uitgedronken colablikjes mijn zinnetjes over Heracles voor te mummelen, als de schrijver die bij DWDD precies vijf seconden krijgt om zijn achthonderd pagina’s dikke oorlogsroman te pluggen. De andere gast bij dit Herexamen Voetbalouwehoer was Simon Cziommer, ook al zo’n frisgewassen oud-voetballer die rapper sprak dan hij in dienst van Roda en AZ kon passen – en dat was al verdomd snel. Die uitzending heb ik nooit teruggekeken. Wel verscheen er een zogenoemde ‘still’ van mij op Facebook. Daar zat-ie hoor, ikzelf. Heerlijk over het spelletje ouwenelen met de onbekommerdheid van iemand met PTSS.
Daarna rinkelde de mail niet meer. Ik verscheen nog slechts bij hoge uitzondering voor een camera – alleen als ik gevraagd werd – en FC Afkicken werd een topshow, een soort culttoestand. In elk geval: voor mij.

Kwakman
Sinds een tijdje ben ik eraan verslaafd. Aan Afkicken. Klinkt wranger dan het is. Ik kan er eindeloos naar luisteren. Ik zie meer Afkicken dan kicken, zal ik maar zeggen. Meer Jean-Paul Rison en Yordi Yamali dan Sam Larsson en Bart Ramselaar. Tijdens de afwas: Afkicken. Tijdens de afwas: Afkicken. Tijdens het was opvouwen: Afkicken. Tijdens uren waarin de vriendin Joost mag weten waar bivakkeert: Afkicken. Mijn nieuwe goeroe heet Kees Kwakman, de Volendam-speler die zo vaak bij FC Afkicken te gast is dat je je kunt afvragen of hij niet eens moet — hahahahaha. Sommige mensen luisteren Bach, ik Kwakman. Als de Kwakmeister spreekt, zwijg ik, en niet alleen omdat hij me toch niet kan horen.
Mogelijk heeft Kees Kwakman ook ooit ‘Leuk’ gezegd (maar ‘Om de dooie dood niet’ gedacht) toen Neal Petersen hem glimmend vroeg of hij een keer naar de man cave wilde afzakken. En ging hij toen toch. En werd hij een idool op kleine (nou ja) schaal. Wie weet word ik ook ooit iemands Kees. Een stem bij het sokkenbolletjes proppen. Om die reden is het van levensbelang dat mijn karakter zo slap blijft als het nu is.

Foto: Flickr | Ravi Sarma

Beeld: Flickr | Ravi Sarma