Volendam is een laboratorium van geïsoleerd Hollanderschap

Een Louis Theroux-achtige reportage van 's lands bekendste familiedorp

Aan het Markermeer ligt ’s lands bekendste familiedorp, waar de mensen veel talenten hebben – voor muziek maken, sport, ondernemen én voor zuipen. Maar arrogantie zul je er niet treffen. En iedereen kijkt naar elkaar om. “Volendam heeft een tribale cultuur: jij zorgt voor de stam, de stam zorgt voor jou.”

Op de schrijver Frederik van Eeden maakten Volendam en de Volendammers ‘een diepen indruk’. “Het is verbazend zooals dat plaatsje mij boeit, met het Hollandsche oerras, dat er nog in krachtigen bloei verkeert,” no- teerde hij in 1915 in zijn dagboek. “Marken is te arm en te klein, de menschen zijn er ook niet zoo geestig en zoo karaktervol. Maar Volendam is nog sterk en vol eigenwaarde.”

Bloei

Ruim honderd jaar later verkeert Volendam nog steeds in krachtigen bloei, en zijn de bewoners onverminderd sterk en vol eigenwaarde. Ze werken, sporten, maken muziek. Het dorp klopt, zaagt, leeft, is gezond. De was klappert er frisgewassen in de wind, aan waslijnen in de vorm van scheepsmasten. De voortuintjes zijn strak betegeld. Bij mooi weer zitten de eigenaren er voor hun huisje als op een podium, vol in beeld, als Volendamse artiesten.

Als je Volendam probeert te karakteriseren, leest het resultaat als het ideaal van een rechtse politieke partij. Hard werken, gemeenschapszin en – een elders verloren – Hollandse gezelligheid zijn er de norm. Volendammers haten uitkeringen, hebben weinig op met regels en de overheid. Er is amper criminaliteit; wie van het pad dreigt te raken wordt bijgestuurd. Een Volendammer doet zijn best. Als het werk is gedaan, vieren ze met elkaar uitbundig hun rijkdom, waarbij niet op een pilsje of een tientje wordt gekeken.

Geldingsdrang

Het is de wonderlijke combinatie van geldingsdrang en gewoon doen, openheid en geslotenheid die schrijvers en journalisten sinds Van Eeden blijft intrigeren, het reservaatachtige karakter van het dorp. Volendam – 22.000 inwoners – heeft een betaald voetbalclub en enkele van ’s lands populairste feestzangers. Het heeft een eredivisie-handbalclub en een van Nederlands grootste tennisverenigingen. Het gekke is dat ze al dat streven en presteren niet zozeer voor de buitenwacht doen, maar vooral voor elkaar.

 

Bert Nijmeijer