Overlast? Het geluid van de Gay Pride kan juist niet hard genoeg zijn

Deze week moest de gemeente Amsterdam voor de rechter verschijnen, omdat een klein groepje buurtbewoners ‘onduldbare overlast’ ondervindt van de Amsterdamse Gay Pride Parade. Wijkcentrum d’Oude Stadt wil dat de gemeente strengere eisen stelt aan het evenement. Dat, of de vergunning voor de Canal Parade moet volgens hen worden ingetrokken. Het lawaai en de harde muziek van de straatfeesten zijn onacceptabel geworden voor het wijkcentrum.

Laten we een ding vooropstellen: Amsterdam is inderdaad te vol. De binnenstad verandert gestaag in één grote wietwalm en wafeltent. De stad dreigt een attractiepark te worden waar maar een select groepje mensen geld aan kan verdienen. De dingen waar de stad om draait lijken te worden verdrongen: de rafelrandjes, eigenwijsheid, kunstenaars, hippies, de pikketanissies in een bruine kroeg en de paradijsvogels. Dat je daartegen in verzet komt valt zeker te begrijpen, maar waarom val je dan aan wat je juist zou moeten verdedigen?

De Gay Pride is namelijk geen straatfeestje. Nog geen vijftig jaar geleden werd iedereen die niet heteroseksueel was, behandeld als moreel verwerpelijk, psychiatrisch niet in orde, of als ziek. In Amerika werden lijsten bijgehouden van ‘seksueel geperverteerden’ door de FBI. Wie ervan verdacht werd een homo te zijn kon nergens een baan krijgen.

Duizenden mensen werden publiekelijk vernederd, fysiek mishandeld, ontslagen, in de gevangenis gestopt of tegen hun wil opgenomen in de geestelijke gezondheidszorg. Voor wie denkt, ja dat was zo bij die gekke Amerikanen: tot in 1971 werden homo’s en lesbiennes in Nederland ‘psychisch instabiel’ beschouwd, en ongeschikt bevonden voor militaire dienst.

In New York in 1969 ontstonden de eerste protesten, toen een gay bar genaamd de Stonewall Inn binnengevallen werd door de politie. Uit die demonstraties en rellen ontstond de Gay Pride beweging. Een beweging die het statement maakt dat iedereen in de gaygemeenschap trots mocht zijn op zichzelf en te koop mocht lopen met hun liefde.

Een radicaal statement in een wereld die er alles aan deed om de LHBTQ-gemeenschap duidelijk te maken dat ze zich moesten schamen, dat ze een schande waren, dat ze er niet mochten zijn. De Gay Pride weigert zich te schamen en schreeuwt tegen de wereld dat ze van zichzelf houden. Dat ze bestaan. En dat dat oké is. Sterker nog, meer dan oké. Dat ze prachtig zijn zoals ze zijn.

Sinds 1977 hebben we ook in Nederland de Gay Pride Parade, een dag die uitgegroeid is tot een wereldwijd fenomeen waar mensen vanuit alle uithoeken naar Amsterdam toe komen om de schaamte van zich af te gooien, en te vieren dat ze van zichzelf en van elkaar houden.

Voor Wijkcentrum d’Oude Stadt is Gay Pride niets meer dan een feest met harde muziek. Het zoveelste evenement in een stad waarbij je in de binnenstad over de hoofden kunt lopen en toeristen iedere avond onder je raam staan te schreeuwen en tegen je huis aan kotsen. Voor de homogemeenschap is het zo veel meer dan een straatfeest. Het verbreken van de stilte is voor homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders, en anderen een kwestie van leven en dood.

Voor homo’s betekent genegenheid tonen voor je geliefde in 2017 nog steeds dat je aangevallen kunt worden met een heggenschaar. Voor de LHBTQ-gemeenschap betekent stilte het accepteren van schaamte en discriminatie, en dodelijke stigma’s. Stigma’s die bij de uitbraak van de aidsepidemie in New York tussen 1981 en 1996 resulteerde in 66.000 doden. Een ziekte die ook in Nederland sinds 1981 meer dan 5.000 mensen het leven kostte. Een epidemie die hand in hand ging met sociale uitstoting en isolatie, omdat er in eerste instantie grote onwetendheid was over de oorzaak en verspreiding van de ziekte.

Omdat de ziekte foutief werd afgeschilderd als ‘homoziekte’ was er een wijdverspreide onverschilligheid. De gouverneur van Texas zei: ‘Als je aids wil stoppen, moet je alle queers neerschieten’. Aandacht voor de slachtoffers, informatie over de ziekte en onderzoek naar preventie en behandeling kwamen pas na aanhoudende protesten vanuit de gemeenschap zelf. Pas in 1987 ging de Nederlandse overheid zich bemoeien met aidsbestrijding. Een documentaire over aidsactivisme in de jaren tachtig heet letterlijk Silence = Death.

Hoeveel moed hebben deze mensen om ondanks alle oordelen, angst en ellende in de wereld een keer per jaar massaal samen te komen en luidkeels liederen als ‘I will survive’ te zingen. Ze zullen overleven, want zolang ze nog weten hoe ze lief moeten hebben, weten ze dat ze nog leven. Hoe toondoof ben je als dat overlast voor je is? Als al die liefde te veel voor je is, als de glitters te oogverblindend zijn, de schaamteloosheid te uitbundig voor je is, dan hoor je niet in onze hoofdstad thuis.

Dan heb je namelijk, net als vastgoedspeculanten die de stad verkopen aan de hoogste bieder en overlast bezorgende toeristen, geen respect voor de Amsterdamse inwoners of hun geschiedenis.

Meredith Greer