Ruud Gullits verrassende regiedebuut

“Heb je het filmpje van Ruud Gullit gezien of niet?” vroeg Jeroen Stekelenburg.
“Nee,” antwoordde Dick Advocaat en hij trok aan zijn neus.

Nou, daar was het al. Nu keek Dick Advocaat naar zijn eigen achterkant, in een kleedkamer in de krochten van de ArenA. Hij hing tegen een soort kookeiland in het midden van de ruimte. Nonchalant, met de hak van zijn linkervoet op de grond en de punt van zijn schoen een beetje losjes op en neer bewegend.

(Ik ken dat hangen. Zelf hang ik ook wel eens zo, op een borrel waar iedereen een praatgroepje heeft en mijn gesprekspartner net is gevlucht. “Naar de wc.” Jaja, dat kennen we. Je staat gerust een half uur plichtsgetrouw naast iemands lauw geworden flesje pils, terwijl de ander zich achter je rug al lang en breed met een verse koude kletser heeft aangesloten bij een inspirerender gezelschap dan het jouwe.)

Advocaat zei: “Eerlijkheidshalve vind ik het wel heel vreemd dat daar een filmpje over is.”
Stekelenburg: “Dat doet je eigen assistent-bondscoach.”
“Kan’k me niet voorstellen,” monkelde Dick.
“Het staat op zijn Instagramaccount.”
“Dat vin’k heel vreemd,” zei de bondscoach en hij keek erbij als de man zonder benen die bij een tombola een Heel Dure Broek wint.

Er zitten veel schitterende details in dat filmpje.
De kluiten aarde op de vloer.
Dat karretje achter Ruud. Het soort karretje dat ze bij Albert Heijn gebruiken om pakken melk mee naar de koelafdeling te vervoeren. Is dat voor de reservespelers? Voor de bondscoach?

Vincent Janssen die door de ruimte banjert zoals een fitnessverslaafde op het strandje van het Henschotermeer langs vier middelbare-schoolmeisjes loopt.
De appende spelers – Hoedt, Blind – die erbij zitten alsof ze in de metro tussen Centraal en De Akkers zitten.
De oranje boxershort van Stefan de Vrij.

En vooral: het vuistje van Ruud Gullit. Ruud, die zelf in teams heeft gespeeld met Van Basten, Rijkaard, Koeman, Maldini, Baresi en Cruijff. “Fantastic game,” lispelde hij. Intussen was duidelijk geworden dat Nederland met ik geloof 13-0 van Zweden zou moeten winnen om de kansen op een totalitair toernooitje gaaf te houden, maar Ruud zag daar vermoedelijk alleen maar een uitdaging in.

De tekst gaat hieronder verder. 

Fantastic win #nederlandselftal #bulgaria @knvb

A post shared by Ruud Gullit (@ruudgullitofficial_) on

Als je met Ruud Monolopoly speelt en hij heeft zes hotels en twaalf huizen wanneer hij wordt aangeslagen voor straatgeld, zal hij alsnog zijn vuist ballen: “Geen hotel op de Kalverstraat. Yes!” Volg Ruud op Instagram en de opgewektheid stroomt je leven binnen. Dat hele account is een soort bom van zorgeloosheid. Ruud op een vrijgezellenfeest, Ruud op het strand, Ruud in de nachtclub, Ruud bij een Trabant-race en Ruud in een Michelin-restaurant. Niks aan de hand. Jaloersmakende levensinstelling, maar niet enorm constructief als er eens iets aan de hand is.

Ruud Gullit balde zijn vuistje tegen zijn eigen telefoon. Hij deed me denken aan een vlogger die in een keer precies het goede pak pannenkoekenmix koopt. Diezelfde triomf om bijna niks.

Op het veld liep Arjen Robben intussen in zijn eentje een ereronde, toegetoeterd door een paar duizend aangeschoten ING-medewerkers.

Ik dacht aan Ruud. Aan de vraag of hij het nou allemaal totaal niet serieus nam of dat zijn enthousiasme de overhand had gekregen. Het eerste zou kwalijker, maar ook begrijpelijker. Toch geloof ik dat we het bij Ruud in zijn enthousiasme moeten zoeken. Zoals Gaston vroeger de prijzen aanprees bij Rad van Fortuin, zo leeft Ruud. Je zou kunnen zeggen: de ideale assistent van een man die enthousiasme beschouwt als een chronische afwijking. Want Dick Advocaat was, zoals wel vaker, minder enthousiast. Over Nederland, over Bulgarije en over Ruuds gooi naar een Gouden Kalf in de categorie Stiekeme Kleedkamersessies.

Oesters en een vuistje

“Een hartig woordje,” ging er gesproken worden.
Ik verheug me zeer op het filmpje dat Gullit daar dan weer van maakt.
“This is Dick Lawyer, the manager. I love him.”
“Zet dat ding af.”
“We’re talking about not filming behind his back in the dressing room.”
“Ruud, zet dat ding af.”
“And we’re having oysters and white wine, look.”
En dan dat vuistje.