Voordeurvandalen spelen Baudet in de kaart

‘Dit soort acties werkt averechts’

Het huis van FvD-fractievoorzitter Thierry Baudet is twee keer in korte tijd beschadigd. Vorige week donderdag werd zijn voordeur besmeurd met een feministisch logo en werd een ‘cadeautje’ achtergelaten in zijn brievenbus. Een paar dagen later volgde een bijtende stof die vanonder de voordeur naar binnen werd gespoten. Inmiddels staat het huis van Baudet onder cameratoezicht. Moeten we ons zorgen gaan maken? En waar komt dit activisme vandaan?

“Dat is speculeren,” aldus Jacco Pekelder, terrorisme-deskundige van de Universiteit Utrecht. Het heeft in zijn ogen veel te maken met het ervaren van een politieke crisis. “Omdat er in de samenleving veel ongenoegen lijkt te heersen, willen activisten op die golven meesurfen.”

Ze hebben volgens Pekelder het idee dat er een kantelmoment plaatsvindt. “Je zou bijna kunnen zeggen: het is jammer dat Jesse Klaver nu niet in de regering komt, want hij had bij mensen het gevoel kunnen creëren dat er in Nederland echt iets aan het veranderen is. En nu zie je na de verkiezingen dat het toch allemaal weer een beetje blijft hangen in meer van hetzelfde. Dat zorgt ervoor dat sommige mensen het gevoel hebben dat er een opening is om een breuk te forceren.”

De tekst gaat hieronder verder. 

Thierry Baudet: ‘Mijn meningen zijn feiten’

Burgeractivisme lijkt steeds heftiger te worden. Neem Duitsland, daar scanderen protesterende rechtspopulisten extreme teksten als ‘Heil Merkel’ tegen hun bondskanselier. En dat was volgens Pekelder vijf jaar geleden nog vrij ondenkbaar. “Maar dit soort persoonsgerichte acties zijn de oudste methoden om standing te krijgen. Ze willen tonen dat er tegenstand bestaat tegen sterk aanwezige geluiden, dat hun opinies er toe doen.”

Vage namen en een bomaanslag

“Politieke actiegroepen hebben in Nederland geen gewelddadige cultuur,” stelt Jouke Turpijn, universitair docent politieke geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. “Daarvoor zijn de acties te klein, te versnipperd.” Dat wil niet zeggen dat Nederlands politiek activisme niet extreem en gewelddadig was.

“Begin jaren negentig werd het huis van toenmalig staatssecretaris asielzaken Aad Kosto (PvdA, red.) opgeblazen door de actiegroep RaRa,” zegt hij. “Of denk aan de aanslag van extreemlinkse activisten op het hotel in Pedichem waar de Centrumpartij van Hans Janmaat bijeenkwam.” Bij deze laatste aanslag verloor politica Wil Schuurman haar been.

Toch blijven de historische voorbeelden van politiek activisme beperkt tot actiegroepen die behoorlijk kleinschalig, bijna altijd anoniem en met vage namen als Revolutionaire Afbraak Maatschappij acties ondernamen tegen gebouwen waar bedrijven of politieke partijen huis hadden. “Die werden dan beklad of er werd een nepbom afgegeven.”

Feministisch activisme

Het is de eerste keer in jaren dat een bekende politicus thuis is aangevallen. Dat deze aanval vanuit feministische hoek is opgeëist, is opvallend. Linda Duits, sociaal wetenschapper aan de Universiteit Utrecht zegt hierover: “Ik denk dat er een nieuwe feministische golf aan zit te komen. Feminisme is hot onder jonge vrouwen. Dat betekent dat dit soort groepen zich ook weer kan gaan vormen, waarbij ik het idee heb dat deze een soort adhoc clubje is.” Volgens Duits is het wel belangrijk te onthouden dat het er in de jaren zestig en zeventig veel heftiger aan toe ging, en dat we daar nog lang niet zijn.

Bovendien is het opvallend dat Baudet wordt aangevallen door een groep die zich Radicaal Anarchistisch Feministisch Front (RAFF) noemt. De vergelijking met de extreemlinkse Rote Armee Fraktion is onvermijdelijk. Duits: “Ik vind daarom een vergelijking tussen RAFF en Paarse September heel interessant. Dat was een hele radicale feministische actiegroep in de zeventig.”

De naam verwees naar ‘Zwarte September’ (red. een Jordaans-Palestijnse terroristische organisatie die op de Olympische Spelen van 1972 het Israëlische team gijzelde en elf leden doodschoot). Dat klinkt heel heftig,” vervolgt zij. “Maar dat was een groepje van vier radicale feministen. Hun acties bestonden vooral uit het schrijven van hele boze brieven. Achteraf viel dat allemaal best mee. Je zou dat nu trollen noemen. Terwijl het destijds ontzettend veel aandacht kreeg en echt gezien werd als een radicaliserende tak van de vrouwenbeweging. Dus zo’n verwijzing naar de RAF hoeft niet per se veel te betekenen. Ik zou niet bang zijn dat ze warenhuizen in de fik gaan zetten.”

Kansloos

Over de toekomst zijn de drie wetenschappers het eens: in de laatste decennia van de vorige eeuw ging het er veel heftiger aan toe, maar dit soort activisme is verwerpelijk en moet worden aangepakt. Pekelder benadrukt de volstrekte kansloosheid. “Honderd jaar geleden spraken anarchisten van de propaganda van de daad, geweld om revolutie te ontketenen. Het is voor mensen die niet politiek effectief zijn, een handige truc om veel meer aandacht te generen dan met krantjes of tegenwoordig Facebook-berichten. Maar dergelijk activistisch geweld heeft revoluties nooit dichterbij gebracht in parlementaire democratieën en heeft rechtse regimes vaak zelfs alleen maar sterker gemaakt.”

Pekelder besluit: “In de geschiedenis is uitgebreid gebleken: dit soort acties werkt averechts.”